Beide types van maatregelen zijn echter hoogst onpopulair en vereisen moed en doortastendheid. De kans op herverkiezing van een politicus na het opleggen van dergelijke maatregelen is quasi nul.

Junker stelde dit maanden geleden al : "We weten heel goed welke maatregelen we moeten nemen. We weten alleen niet hoe we daarna herverkozen moeten worden" De politieke beslissingsnemer moeten vooral verlost worden hun tunnelvisie , aanstekelijk populisme en gemakzuchtige karikaturen .

Deze tunnelvisie houdt in dat vooral focus wordt gelegd op financiële aspecten van deze crisis. Enerzijds door de bankencrisis en anderzijds door de escalerende begrotingstekorten in PIGS-landen.

Het eerste staat echter los van deze crisis ( vergeet niet dat Spanje en Italië in 2007-2008 GEEN bankencrisis hebben gekend ), het tweede is eerder een gevolg van sterk uiteenlopende economische efficiëntie tussen de diverse Europese landen. In het troebele economisch jargon wordt dit verschil gemeten op basis van de reële effectieve wisselkoers.

Spanje heeft meer dan 20% aan concurrentiekracht verloren

De ontaarding van de verschillen is volgens professor Stefan Duchateau manifest over de laatste 10 jaar. Zo verloor Spanje meer dan 20% aan concurrentiekracht in vergelijking met Duitsland waardoor de productie en de werkgelegenheid mee verschoof van de ene naar de andere regio.

In het verleden werd dit gecorrigeerd met nominale devaluaties maar dat kan niet meer binnen een muntzone. Vandaar dat de corrigerende maatregelen enkel kunnen komen van harde, structurele ingrepen in de arbeidsmarkt en het overheidsapparaat.

De vrees volgens Duchateau is echter dat we hiervoor ruimschoots te laat komen: Door de spectaculaire boom in de interne bouwsector in Spanje bleven de slechte externe ontwikkelingen op concurrentievlak te lang gemaskeerd.

Na de implosie van deze sector in 2008 werd Spanje geconfronteerd met een aangroei van 2,5 miljoen moeilijk herinzette werklozen en een economie die de concurrentie met Duitsland op de Europese markt nog moeilijk aankon.

Hopelijk wordt de kostbare tijd niet verspilt aan discussie over "méér Europa" in politieke zin, want dat zou alleen nog meer de nadruk leggen op de vereiste solidariteit van het Duitse blok naar de groep Zuiderse land- Het is echter voor Duitse politici quasi onmogelijk geworden om nog een stap verder gaan in deze richting.

De kritiek van het locale kiespubliek is overigens niet onterecht. Zonder structurele hervormingen in Spanje en Italië moet er vroeg of laat een einde komen aan de subsidiëring , zoniet implodeert de Eurozone door verdere verschuldiging van haar lidstaten.

Beide types van maatregelen zijn echter hoogst onpopulair en vereisen moed en doortastendheid. De kans op herverkiezing van een politicus na het opleggen van dergelijke maatregelen is quasi nul. Junker stelde dit maanden geleden al : "We weten heel goed welke maatregelen we moeten nemen. We weten alleen niet hoe we daarna herverkozen moeten worden" De politieke beslissingsnemer moeten vooral verlost worden hun tunnelvisie , aanstekelijk populisme en gemakzuchtige karikaturen . Deze tunnelvisie houdt in dat vooral focus wordt gelegd op financiële aspecten van deze crisis. Enerzijds door de bankencrisis en anderzijds door de escalerende begrotingstekorten in PIGS-landen. Het eerste staat echter los van deze crisis ( vergeet niet dat Spanje en Italië in 2007-2008 GEEN bankencrisis hebben gekend ), het tweede is eerder een gevolg van sterk uiteenlopende economische efficiëntie tussen de diverse Europese landen. In het troebele economisch jargon wordt dit verschil gemeten op basis van de reële effectieve wisselkoers.Spanje heeft meer dan 20% aan concurrentiekracht verloren De ontaarding van de verschillen is volgens professor Stefan Duchateau manifest over de laatste 10 jaar. Zo verloor Spanje meer dan 20% aan concurrentiekracht in vergelijking met Duitsland waardoor de productie en de werkgelegenheid mee verschoof van de ene naar de andere regio. In het verleden werd dit gecorrigeerd met nominale devaluaties maar dat kan niet meer binnen een muntzone. Vandaar dat de corrigerende maatregelen enkel kunnen komen van harde, structurele ingrepen in de arbeidsmarkt en het overheidsapparaat. De vrees volgens Duchateau is echter dat we hiervoor ruimschoots te laat komen: Door de spectaculaire boom in de interne bouwsector in Spanje bleven de slechte externe ontwikkelingen op concurrentievlak te lang gemaskeerd. Na de implosie van deze sector in 2008 werd Spanje geconfronteerd met een aangroei van 2,5 miljoen moeilijk herinzette werklozen en een economie die de concurrentie met Duitsland op de Europese markt nog moeilijk aankon. Hopelijk wordt de kostbare tijd niet verspilt aan discussie over "méér Europa" in politieke zin, want dat zou alleen nog meer de nadruk leggen op de vereiste solidariteit van het Duitse blok naar de groep Zuiderse land- Het is echter voor Duitse politici quasi onmogelijk geworden om nog een stap verder gaan in deze richting. De kritiek van het locale kiespubliek is overigens niet onterecht. Zonder structurele hervormingen in Spanje en Italië moet er vroeg of laat een einde komen aan de subsidiëring , zoniet implodeert de Eurozone door verdere verschuldiging van haar lidstaten.