Momenteel wordt voorspeld dat de chemiecyclus pas in 2013 een piek zal bereiken, zodat de prognoses voor de komende jaren goed zijn. Toch zijn hierbij enkele kanttekeningen te plaatsen.

Een belangrijke oorzaak voor de bloei van de chemiesector ligt in China. Daar zien we een verschuiving van menselijke arbeid naar geautomatiseerde productie.

Deze automatiseringsslag leidt tot een grote behoefte aan Duitse, Franse en Zwitserse gespecialiseerde goederen, maar ook tot een stijgende vraag naar chemicaliën en knowhow hieromtrent.

Amerikaanse en Europese chemieproducenten profiteren volgens ABN Amro van deze ontwikkeling, waarbij met name veel vraag is naar de knowhow van Duitse werknemers in de chemiesector.

Dit heeft er onder meer toe geleid dat de IG BCE, de Duitse vakbond voor de chemie-industrie, een salarisverhoging van 4,1% wist te realiseren voor werknemers in deze sector.

Chemieproducenten kunnen deze stijging van de personeelskosten op dit moment nog compenseren via prijsverhogingen. Maar ook de kosten van grondstoffen (olie, naphta) lopen op.

De prognose voor de Duitse chemie-industrie is nog steeds zeer positief voor de komende jaren. Stijgende kosten vormen echter een risico.

Daarbij gaat het niet alleen maar om grondstoffenkosten; een stijging en een doorberekening daarvan aan klanten is goed uit te leggen.

Bij stijgende loonkosten ligt volgens ABN Amro dat anders. Wat de bank betreft hebben bedrijven als BASF en Bayer nog een aantal goede kwartalen in het vooruitzicht. De analisten van de bank houden de kostenontwikkeling echter goed in de gaten.