De beurstaks was lang een saaie belasting. Niemand lag ervan wakker. Ze leverde veel geld op zonder gedoe of kosten. Ze werd correct geïnd en betaald, zonder dat er controles nodig waren. Er waren amper betwistingen en procedures. Dat maakte van de beurstaks zowat de efficiëntste belasting van het land.

Maar sinds de belastingverhogingen onder de regering-Di Rupo staat de beurstaks in het oog van de storm. De regering-Michel heeft van die heffing zelfs een inefficiënte belasting gemaakt. Door de vele praktische problemen heeft de fiscus voor het eerst in bijna honderd jaar een lijst met veelgestelde vragen moeten publiceren. De eerste betwistingen zijn ingediend bij de rechtbank. De complexe belastingaangiftes zijn een hel.

Door de belastingdruk lijkt beleggen alleen nog voorbehouden voor fiscale masochisten

Niettemin bevat het Zomerakkoord opnieuw een tariefverhoging. Sinds 2012 is om het halfjaar ofwel het tarief verhoogd, ofwel de drempel opgetrokken, ofwel de belastbare basis uitgebreid. Hallucinant. Intussen is de belasting onfatsoenlijk hoog. Voor obligaties bedroeg het tarief 0,07 procent en het plafond 500 euro per transactie. Dat is nu 0,12 procent en 1300 euro. Voor aandelen bedroeg het tarief 0,17 procent en het plafond 500 euro. Vandaag is dat 0,35 procent en 1600 euro. Voor beveks betaalde je 0,50 procent, tot 750 euro. Nu is dat 1,32 procent tot 4000 euro.

De econoom Arthur Laffer heeft aangetoond dat als een belasting te hoog is, de opbrengst ervan daalt. Vanaf een bepaald niveau werkt een belastingverhoging dus contraproductief. Na de recente voorbeelden van de speculatiebelasting, de accijnzen en de gepersonaliseerde nummerplaten zou je denken dat het fenomeen bekend is. Een ezel stoot zich toch niet tweemaal aan dezelfde steen? Toch wel dus. De beleggers zullen hun gedrag veranderen. Daardoor zal de opbrengst tegenvallen.

Vanaf een bepaald niveau werkt een belastingverhoging contraproductief

In zijn lijst met veelgestelde vragen doet de fiscus daar nog een schepje bovenop. De dienst vindt dat de plafonds gelden per belastingplichtige en niet per transactie. Dat is een bizarre redenering voor een transactiebelasting. Stel dat u 600.000 euro belegt in een kapitalisatiebevek. U betaalt dan 1,32 procent beurstaks, of 7920 euro. Maar de belasting blijft voor u beperkt tot het plafond van 4000 euro. Als u dezelfde transactie met uw partner doet, bedraagt de belasting volgens de fiscus plots wel 7920 euro. Complete nonsens uiteraard. Maar om uw gelijk te halen moet u wel in discussie gaan.

Door die gecombineerde belastingdruk lijkt beleggen alleen nog voorbehouden voor fiscale masochisten. Het wordt lastig nog een positief rendement te halen. We nemen het voorbeeld van Jan. Hij koopt in 2018 een obligatie die hij na één jaar verkoopt. Die levert hem een rendement van 0,6 procent op (het huidige OLO-tarief op tien jaar). Hij betaalt de volgende belastingen: 0,12 procent beurstaks bij de aankoop, 0,12 procent bij de verkoop, 0,18 procent roerende voorheffing (30 % van 0,6%) en een effectenbelasting van 0,15 procent. In totaal dus 0,57 procent, om een rendement van 0,6 procent over te houden. Dat is een belastingdruk van 95 procent. Daarbovenop komen de bankkosten en de inflatie van ongeveer 2 procent.

Wie het onderste uit de kan wil halen, krijgt het deksel op de neus.

Dan is een spaarrekening een slimmere belegging voor Jan. Daar krijgt hij een belastingvrij rendement van 980 euro. Boven dat plafond bedraagt het belastingtarief amper 15 procent. Bovendien kan Jan gemakkelijk frauderen met meerdere spaarboekjes. Zelfs als hij gevat wordt en een boete van 100 procent krijgt, betaalt hij nog maar wat alle andere beleggers afdragen: 30 procent.

Door beleggen zo zwaar te belasten, dreigen beleggers massaal af te haken. Het logische gevolg is dat de effecten- en de beurstaks minder opleveren. Blijkbaar hebben de politici het fiscale Laffer-effect nog altijd niet begrepen. Misschien kan een spreekwoord dat beter duidelijk maken. Wie het onderste uit de kan wil halen, krijgt het deksel op de neus.

Anton Van Zantbeek is advocaat van Rivus en professor aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven en de Fiscale Hogeschool.