De stijging van de grondstofprijzen over de laatste maanden roept volgens Theodoor Gilissen Bankiers de vraag op of dit de inflatie niet weer sterk zal aanjagen.

Voorlopig is nog het tegenovergestelde aan de hand: doordat de grondstofprijzen ten opzichte van een jaar geleden lager liggen, daalt het inflatiepercentage.

Bovendien is de opwaartse druk voorlopig beperkt doordat de bezettingsgraden wereldwijd laag zijn en de werkloosheid oploopt. Het is wel belangrijk om te weten welke invloed grondstofprijzen hebben op inflatie en economie, zodat indien de
economie weer aantrekt overheden en centrale banken snel kunnen reageren ter voorkoming van een sterk stijgende inflatie.

Per regio is de opbouw van inflatie verschillend, zo merkt Theodoor Gilissen Bankiers op. Dit heeft te maken met de fase van welvaart.

Zo maakt voeding in de opkomende landen een groter deel uit van de inflatie, omdat een groot deel van het inkomen daar naar de eerste levensbehoefte gaat.

Gemiddeld genomen maakt voedsel ongeveer 30% uit van het inflatiepercentage van de opkomende landen tegenover 10% voor Europa en de VS. Het energieverbruik ligt in de laatste landen weer iets hoger.

Een stijging van de grondstofprijzen heeft daardoor het meeste effect op de inflatieontwikkeling in de opkomende landen. Voor de westerse landen hebben vooral hogere energieprijzen een negatieve invloed.

Het energieverbruik is hoger, de landen zijn netto-importeur en de industriële productie kampt dan met hogere kosten, waardoor betalingsbalans en bedrijfswinsten onder druk zullen komen.

Energie maakt een groter percentage van het inflatiecijfer uit in Europa dan in de VS, maar door de belastingcomponent heeft een olieprijsstijging toch een iets kleinere invloed.

Rapporten wijzen op een inflatiestijging van 0,3%-punten bij een stijging van 10% van de olieprijs. Dat blijkt ook uit de data van vorig jaar toen de Amerikaanse inflatie medio 2008 uitkwam op 5,6% tegenover 2,4% een jaar eerder.

Door de import zal een 10%-oliestijging ongeveer 0,2%-punt aan economische groei kosten.

Met name industrieën als chemie, luchtvaart, staal en wegtransport worden dan getroffen. Ondanks de stijging van de grondstofprijzen dit jaar verwacht Theodoor Gilissen Bankiers voorlopig geen sterke inflatiestijging. De prijzen liggen ruim onder de piekniveaus van vorig jaar en er is sprake van desinflatie.

De stijging van de grondstofprijzen over de laatste maanden roept volgens Theodoor Gilissen Bankiers de vraag op of dit de inflatie niet weer sterk zal aanjagen. Voorlopig is nog het tegenovergestelde aan de hand: doordat de grondstofprijzen ten opzichte van een jaar geleden lager liggen, daalt het inflatiepercentage. Bovendien is de opwaartse druk voorlopig beperkt doordat de bezettingsgraden wereldwijd laag zijn en de werkloosheid oploopt. Het is wel belangrijk om te weten welke invloed grondstofprijzen hebben op inflatie en economie, zodat indien de economie weer aantrekt overheden en centrale banken snel kunnen reageren ter voorkoming van een sterk stijgende inflatie.Per regio is de opbouw van inflatie verschillend, zo merkt Theodoor Gilissen Bankiers op. Dit heeft te maken met de fase van welvaart.Zo maakt voeding in de opkomende landen een groter deel uit van de inflatie, omdat een groot deel van het inkomen daar naar de eerste levensbehoefte gaat. Gemiddeld genomen maakt voedsel ongeveer 30% uit van het inflatiepercentage van de opkomende landen tegenover 10% voor Europa en de VS. Het energieverbruik ligt in de laatste landen weer iets hoger. Een stijging van de grondstofprijzen heeft daardoor het meeste effect op de inflatieontwikkeling in de opkomende landen. Voor de westerse landen hebben vooral hogere energieprijzen een negatieve invloed. Het energieverbruik is hoger, de landen zijn netto-importeur en de industriële productie kampt dan met hogere kosten, waardoor betalingsbalans en bedrijfswinsten onder druk zullen komen. Energie maakt een groter percentage van het inflatiecijfer uit in Europa dan in de VS, maar door de belastingcomponent heeft een olieprijsstijging toch een iets kleinere invloed. Rapporten wijzen op een inflatiestijging van 0,3%-punten bij een stijging van 10% van de olieprijs. Dat blijkt ook uit de data van vorig jaar toen de Amerikaanse inflatie medio 2008 uitkwam op 5,6% tegenover 2,4% een jaar eerder. Door de import zal een 10%-oliestijging ongeveer 0,2%-punt aan economische groei kosten. Met name industrieën als chemie, luchtvaart, staal en wegtransport worden dan getroffen. Ondanks de stijging van de grondstofprijzen dit jaar verwacht Theodoor Gilissen Bankiers voorlopig geen sterke inflatiestijging. De prijzen liggen ruim onder de piekniveaus van vorig jaar en er is sprake van desinflatie.