Maakt het uit of de rente in de Verenigde Staten op 0,25 of op 0,5 procent staat? Het antwoord op die vraag is simpel: ontzettend veel. Hier zijn vijf redenen waarom u wakker moet liggen van die beslissing van de Amerikaanse centrale bank.

1 De Fed bewijst dat de nulrente niet voor eeuwig is

Wereldwijd leven zowat 500 miljoen mensen onder het juk van negatieve rentes. Ook in ons land laten de maatregelen die eigenlijk bedoeld zijn om de economie te stimuleren steeds meer sporen na. Zo zette KBC onlangs de rente op spaarrekeningen voor kmo's op nul, verbrak AXA zijn belofte van een levenslang gegarandeerde rente op toekomstige stortingen, en verhoogde BNP Paribas Fortis zijn dossierkosten voor herfinancieringen van leningen. Vooral de demarches van KBC en AXA veranderen de spelregels voor gezinnen en bedrijven met geld.

Een renteverhoging in de Verenigde Staten kan de Belgische burger moed geven. De Europese Centrale Bank (ECB) loopt weliswaar een paar jaar achter op de Fed, maar ze legt een soortgelijk parcours af. De Federal Reserve begon bijna drie jaar geleden zijn stimuleringsmaatregelen stelselmatig af te bouwen door minder obligaties op te kopen. Eind vorig jaar volgde de eerste renteverhoging, en vandaag ligt de tweede stap in de normalisering van het rentebeleid nadrukkelijk op tafel. Zover is het bij ons nog lang niet, maar een renteverhoging in de Verenigde Staten zou wel aantonen dat er een weg terug is.

2 De Fed zet de toon op de markten

De centrale banken bepalen met hun beleid niet alleen de spaarrente, ze zetten overal op de financiële markten de toon. Tot nu konden obligatiebeleggers zich nog in de handen wrijven, want de dalende rente stuwde de obligatiekoersen hoger. Maar wie nu nog moet instappen of geld moet herbeleggen, zit met de handen in het haar. Voor de veiligheid van overheidsobligaties kiezen, is geen optie. In de sterkste eurolanden is zelfs de rente op tien jaar nu negatief.

Als de Federal Reserve de rente nu toch optrekt, kan dat worden gezien als een signaal dat het wel goed komt met de wereldeconomie.

Het gebrek aan rendement op obligaties jaagt de beleggers massaal naar de beurs. Op Wall Street sneuvelt record na record. Ook op de Europese beurzen is het eenrichtingsverkeer - kleine tussentijdse correcties buiten beschouwing gelaten. Maar die trend kan snel omslaan. De hogere rente in de Verenigde Staten kan massaal beleggers aantrekken, zodat elders een verkoopgolf op gang komt die zelfs de meest gediversifieerde beleggingsportefeuilles onderuithaalt. Niet toevallig schoof de Fed een renteverhoging verscheidene keren op de lange baan, uit vrees de markten te bruuskeren.

3 De Fed bepaalt wat u betaalt

Centrale bankiers geven het niet graag toe - en officieel is het nooit hun doel - maar met hun beleid sturen ze in de eerste plaats de wisselkoersen. Zowat twee jaar geleden ging de Fed steeds nadrukkelijker op de rem staan, terwijl de ECB zich warm liep om extra stimuleringsmaatregelen op de eurozone los te laten. Begin 2015 leek het dan ook maar een kwestie van tijd voor één euro slechts één dollar zou kosten. Zo'n vaart liep het uiteindelijk niet, omdat de Fed opnieuw begon te dralen. Maar als er nu toch een renteverhoging komt, terwijl de ECB zinnens lijkt met haar stimuleringsmaatregelen nog een tandje bij te steken, dan komt de pariteit tussen de euro en de dollar misschien opnieuw in het vizier.

De gevolgen zullen we allemaal voelen, aangezien we in een dollarwereld leven. Een stijging van de dollar ten opzichte van de euro maakt heel wat producten duurder. Denk aan olie en andere grondstoffen, waarvan de prijs in Amerikaanse munt wordt uitgedrukt, en aan alle goederen en diensten die we invoeren uit de Verenigde Staten. Met hogere prijzen is natuurlijk niemand blij. Behalve dan ECB-voorzitter Mario Draghi. Die probeert al jaren tevergeefs weer een beetje inflatie in de eurozone te creëren.

4 De Fed geeft het startschot voor zeven vette jaren

De renteverhoging eind vorig jaar - de eerste in bijna tien jaar - was volgens Yellen een teken van haar vertrouwen in de Amerikaanse economie. Het plaatje in de Verenigde Staten oogt ook best fraai. De werkloosheid is er gedaald tot onder 5 procent, alleen op een versnelling van de inflatie blijft het nog wachten. Nieuw in het beleid van de Fed is echter de aandacht voor wat er in de rest van de wereld gebeurt. Vooral de tragere groei in China en de instorting van de oliemarkt bezorgden de Amerikaanse centrale bankiers koudwatervrees.

Als ze nu toch de rente optrekken, kan dat worden gezien als een signaal dat het wel goed komt met de wereldeconomie. Sterker nog: we kunnen zelfs hopen dat de Verenigde Staten, die nog altijd de grootste economie ter wereld zijn, ook de eurozone uit haar crisis weten te slepen. De renteverhoging zou het startschot kunnen zijn van een opwaartse spiraal, waarmee we de Grote Recessie na een verloren decennium definitief achter ons laten.

5 De Fed ontketent een nieuwe crisis

Niet iedereen zal een renteverhoging op gejuich onthalen. Vooral in de groeilanden beginnen investeerders ongemakkelijk op hun stoel te schuiven telkens als het idee de kop opsteekt. De sterke groei in de regio is gedreven door schulden, niet zelden in dollar. Als de Amerikaanse munt stijgt, dikt die schuldenberg in lokale munt aan. Een stijging van de dollar doet beleggers daarom telkens andere oorden opzoeken. Zo kregen de groeilanden zware klappen toen de Fed in 2013 voor het eerst over een strikter beleid begon te spreken. Een herhaling van dat scenario is niet ondenkbaar.

U beschouwt de groeilanden als een ver-van-mijn-bedshow? Ten onrechte: de opkomende landen maken 60 procent van de wereldeconomie uit. Ze produceren al lang niet meer enkel goedkope producten voor het Westen, ze zijn een belangrijke afzetmarkt geworden. Als de Fed met zijn renteverhoging de groeilanden in een crisis stort, kunnen we maar beter hopen dat de Amerikaanse economie inderdaad sterk genoeg is. Anders zijn we misschien wel opnieuw vertrokken voor een nieuw rondje van jarenlange economische ellende.

Duiven en haviken tellen

Een legertje Fed-watchers probeert om de zes weken te voorspellen wat de Amerikaanse centrale bankiers gaan beslissen. Hun glazen bol bestaat er vooral uit dat ze de leden van het rentebepalende Federal Open Market Committee (FOMC) onderverdelen in duiven en haviken. De duiven geven voorrang aan de werkgelegenheid en staan daarom doorgaans een soepeler beleid voor. Voor de haviken is de inflatie de grootste zorg, waardoor ze kiezen voor een strikter beleid.

De meeste waarnemers gaan ervan uit dat de duiven het overwicht in het comité hebben, wat snelle renteverhogingen minder waarschijnlijk maakt. Al zou de neutrale Jerome Powell de stemming weleens op een gelijkspel kunnen doen uitdraaien. Dat is althans de theorie.

In de praktijk heeft het onderscheid tussen duiven en haviken aan belang ingeboet. Die opdeling stamt uit vervlogen tijden, toen de centrale bankiers drie keuzes hadden: de rente verhogen, verlagen of ongewijzigd laten. Vandaag is het arsenaal sterk uitgebreid, onder meer met de inkoop van obligaties, en is het beleid veel subtieler. Vergaderingen eindigen meestal ook op een consensus, al dan niet met een symbolische tegenstem. Die grote eensgezindheid verbergt dat sommige FOMC-leden achter de schermen meer gewicht in de schaal werpen. Tot slot kun je centrale bankiers die de rente van 0,25 naar 0,5 procent verhogen bezwaarlijk een stelletje haviken noemen.