In het meest voorkomende geval zijn deze enkel nog gericht op profilering en staan ze veraf van de doelstelling om vanuit een doordachte analyse tot meer evenwichtige maatregelen te komen om enerzijds de terugval in de welvaart in Zuid-Europa af te zwakken maar anderzijds ook het noodzakelijke herstel van de competitiviteit.

Zonder dit laatste gegeven heeft het immers allemaal weinig zin: De besparingen remmen dan alleen maar de interne economie af en verdiepen en prolongeren de recessie in een uitzichtloze negatieve spiraal.

De enige zingeving voor een dergelijke politiek bestaat erin dat de betrokken landen enkel tot de Eurozone kunnen blijven behoren wanneer hun externe economie in staat is op de tekorten van de lopende rekening om te buigen in houdbare overschotten.

Dit laatste is volgens Duchateau echter onmogelijk wanneer het betrokken land de zware last van een inefficiënt overheidsapparaat met zich mee moet slepen.

De financiering hiervan vormt telkens opnieuw een excuus voor hogere belastingen voor de bedrijven, waardoor deze hun competitiviteit steeds verder zien eroderen en de werkloosheid geleidelijk toeneemt.

Een dergelijke onderliggende evolutie kan echter geruime tijd onopgemerkt blijven wanneer een kunstmatige factor de binnenlandse economie op een hoog toerental houdt.

In het meest voorkomende geval zijn deze enkel nog gericht op profilering en staan ze veraf van de doelstelling om vanuit een doordachte analyse tot meer evenwichtige maatregelen te komen om enerzijds de terugval in de welvaart in Zuid-Europa af te zwakken maar anderzijds ook het noodzakelijke herstel van de competitiviteit. Zonder dit laatste gegeven heeft het immers allemaal weinig zin: De besparingen remmen dan alleen maar de interne economie af en verdiepen en prolongeren de recessie in een uitzichtloze negatieve spiraal. De enige zingeving voor een dergelijke politiek bestaat erin dat de betrokken landen enkel tot de Eurozone kunnen blijven behoren wanneer hun externe economie in staat is op de tekorten van de lopende rekening om te buigen in houdbare overschotten. Dit laatste is volgens Duchateau echter onmogelijk wanneer het betrokken land de zware last van een inefficiënt overheidsapparaat met zich mee moet slepen. De financiering hiervan vormt telkens opnieuw een excuus voor hogere belastingen voor de bedrijven, waardoor deze hun competitiviteit steeds verder zien eroderen en de werkloosheid geleidelijk toeneemt. Een dergelijke onderliggende evolutie kan echter geruime tijd onopgemerkt blijven wanneer een kunstmatige factor de binnenlandse economie op een hoog toerental houdt.