Didier Saint-Georges (Carmignac): "De Europese Commissie en het IMF plakken op Italië, Spanje en Ierland hetzelfde label van

chronisch wanbeheer als op Griekenland, dat dit label terecht heeft gekregen, en blijven deze landen drastische bezuinigingen

opleggen. Vóór de crisis gingen de staatsschulden van de Zuid-Europese landen echter in dalende lijn en bedroegen deze gemiddeld niet meer dan 75% van het BBP. Spanje en Ierland hadden zelfs een begrotingsoverschot en Italië had een groot

primair begrotingsoverschot. Deze landen moeten nu dan ook in de eerste plaats hun concurrentiekracht, de exibiliteit van hun

arbeidsmarkt en hun economische groei verbeteren in plaats van hun bestedingen drastisch terug te dringen. Zelfs in Griekenland is het overduidelijk dat de doorgevoerde salarisverlagingen, zoals de verlaging met 22% van het minimummaandsalaris tot 483 euro, geen structurele aanpassing zijn, maar een conjuncturele aderlating die bovendien maatschappelijk ondraaglijk is. De ECB heeft een onmiddellijke ineenstorting van de eurozone vermeden, maar het strenge dieet dat deze weer op krachten komende regio zichzelf oplegt is zelfvernietigend. In de opkomende landen zet de normalisering van de economie zich voort. Nu de interatie afneemt en de groei van de kredietverlening vertraagt, zal de economische groei, die in 2009 en 2010 fors was versneld door de - soms overdreven - herstelplannen van 2008, naar het langetermijngemiddelde kunnen terugkeren."

Didier Saint-Georges (Carmignac): "De Europese Commissie en het IMF plakken op Italië, Spanje en Ierland hetzelfde label van chronisch wanbeheer als op Griekenland, dat dit label terecht heeft gekregen, en blijven deze landen drastische bezuinigingen opleggen. Vóór de crisis gingen de staatsschulden van de Zuid-Europese landen echter in dalende lijn en bedroegen deze gemiddeld niet meer dan 75% van het BBP. Spanje en Ierland hadden zelfs een begrotingsoverschot en Italië had een groot primair begrotingsoverschot. Deze landen moeten nu dan ook in de eerste plaats hun concurrentiekracht, de exibiliteit van hun arbeidsmarkt en hun economische groei verbeteren in plaats van hun bestedingen drastisch terug te dringen. Zelfs in Griekenland is het overduidelijk dat de doorgevoerde salarisverlagingen, zoals de verlaging met 22% van het minimummaandsalaris tot 483 euro, geen structurele aanpassing zijn, maar een conjuncturele aderlating die bovendien maatschappelijk ondraaglijk is. De ECB heeft een onmiddellijke ineenstorting van de eurozone vermeden, maar het strenge dieet dat deze weer op krachten komende regio zichzelf oplegt is zelfvernietigend. In de opkomende landen zet de normalisering van de economie zich voort. Nu de interatie afneemt en de groei van de kredietverlening vertraagt, zal de economische groei, die in 2009 en 2010 fors was versneld door de - soms overdreven - herstelplannen van 2008, naar het langetermijngemiddelde kunnen terugkeren."