De afgelopen jaren zagen steeds meer vermogende klanten hun bank of vermogensbeheerder van eigenaar veranderen. Zo bankieren de klanten van Petercam vandaag bij Bank Degroof Petercam. In 2018 nam ABN AMRO de Belgische private-bankingtak van Sociéte Générale over. Van Lanschot Kempen nam vorig jaar een belang van 70 procent in de Antwerpse vermogensbeheerder Mercier Vanderlinden en breidt dat belang tegen 2025 uit naar 100 procent.
...

De afgelopen jaren zagen steeds meer vermogende klanten hun bank of vermogensbeheerder van eigenaar veranderen. Zo bankieren de klanten van Petercam vandaag bij Bank Degroof Petercam. In 2018 nam ABN AMRO de Belgische private-bankingtak van Sociéte Générale over. Van Lanschot Kempen nam vorig jaar een belang van 70 procent in de Antwerpse vermogensbeheerder Mercier Vanderlinden en breidt dat belang tegen 2025 uit naar 100 procent. De fors hogere kosten voor digitalisering en compliance (de naleving van de regelgeving en de door de organisatie zelf opgestelde normen en regels) nopen de private banken tot schaalvergroting. Op die manier kunnen ze hun oplopende vaste kosten spreiden over meer klanten en dus grotere beheerde vermogens. "De hogere rente kan de consolidatiebeweging een extra dynamiek geven. Ze maakt beleggingsportefeuilles met relatief veel cash, bijvoorbeeld van defensieve beleggers, opnieuw aantrekkelijker voor banken en vermogensbeheerders. Omdat de banken die cash voordien zelf moesten herbeleggen tegen negatieve rentes, waren portefeuilles met veel liquiditeiten hun een doorn in het oog. Door de hogere rente kunnen de banken er opnieuw een positieve marge op halen. Dat zorgt voor een opwaardering van die beleggingsportefeuilles", zegt Yannick Grécourt, consulting partner van de afdeling Financial Services van EY, die financiële instellingen begeleidt en adviseert over de uitdagingen die de digitaliseringsgolf en de snel veranderende wetgeving meebrengen. "Daardoor kunnen middelgrote en kleine vermogensbanken of -beheerders sneller geneigd zijn toch te praten met overnamekandidaten, te meer omdat de almaar stijgende kosten voor compliance en digitalisering voor hen relatief zwaarder wegen." "Tegelijkertijd hebben de private bankers door de veel hogere inflatie allicht minder overtuigingskracht nodig om klanten hun cash te laten beleggen", gaat Grécourt voort. "Terwijl de druk om klanten te laten ontsparen voordien eerder bij de banken lag, stellen de klanten nu zelf vast dat ze hun liquiditeiten misschien toch beter aan het werk zetten, omdat de hoge inflatie de koopkracht van hun spaargeld zwaar aantast. Meer belegde portefeuilles zijn voor de banken rendabelere portefeuilles, en dus ook interessantere portefeuilles voor overnamekandidaten." Maar een verdere consolidatie op de markt van het vermogensbankieren betekent niet dat we afstevenen op een verschraald landschap met alleen nog mastodonten. "Heel wat klanten kiezen bewust voor een kleine vermogensbank of -beheerder. Ze voelen zich goed bij de heel persoonlijke dienstverlening. Mogelijk zijn ze ook bewust van een grote naar een kleine bank overgestapt, omdat ze daar een te grote standaardisatie zagen", stelt Grécourt. "Daarom zullen de kleine vermogensbanken die blijven inzetten op een zeer persoonlijke dienstverlening en die hun dienstverlening kunnen combineren met een grotere kostenefficiëntie, ook de komende jaren hun plaats behouden." "De kosten onder controle houden wordt inderdaad een belangrijke uitdaging voor de vermogensbanken", bevestigt Gregory Joos, partner en financial services leader bij PwC België. "In vergelijking met het traditionele bankieren moet de private-bankingsector nog een inhaalbeweging maken voor zijn IT. De bijbehorende hogere uitgaven wegen op de rendabiliteit. Daarom verhogen verschillende banken hun instapdrempels. Ze zetten in op de meer vermogende klanten, die voor hen hogere marges genereren."Tegelijkertijd schept de digitalisering mogelijkheden om de instapdrempels te verlagen voor meer gestandaardiseerde diensten, weet Joos: "Klanten krijgen dankzij de digitalisering toegang tot beleggingen die voorheen enkel aan vermogender klanten werden aangeboden. Een typisch voorbeeld zijn profielfondsen, die aangepast zijn aan het risicoprofiel van de klant." "Het hogere vermogenssegment - bij de meeste banken zijn dat klanten met een belegbaar vermogen van minstens 1 miljoen euro - kan rekenen op bijkomende diensten, zoals vermogens- en successieplanning, en specifieke beleggingsproducten, bijvoorbeeld beleggingen die enkel focussen op private equity of gespecialiseerde vastgoedfondsen. De banken en de vermogensbeheerders zetten hun digitale tools ook in om die diensten te ondersteunen", aldus Joos. "Doordat banken en vermogensbeheerders een almaar belangrijkere rol krijgen voor het innen van belastingen, het identificeren van belastingfraude en de strijd tegen witwaspraktijken en terrorisme, zullen ook de kosten voor compliance in de sector toenemen. De oorsprong van bepaalde gelden is nog altijd moeilijk te achterhalen. Het onderzoek ernaar en de waakzaamheid die permanent vereist is, zadelen de banken met heel wat kosten op", stelt Damien Walgrave, partner en asset management leader bij PwC België. De banken moeten vanaf 2 augustus hun klanten ook een bijkomende vragenlijst of suitability-test voorleggen, om hun voorkeuren inzake duurzaamheid te kennen. Vervolgens moeten ze bepalen of de beleggingsproducten die ze aanbieden, beantwoorden aan die voorkeuren. "Daardoor zullen ook de vermogensbanken hun aanbod aan duurzame beleggingsfondsen moeten vergroten, zodat de klanten kunnen kiezen uit een gevarieerd aanbod. Maar de verplichting om de klanten al vanaf 2 augustus te bevragen, was beter met minstens een jaar uitgesteld. Want de fondsbeheerders beschikken nog niet over alle gegevens om te kunnen evalueren of de aandelen en/of obligaties waarin ze investeren voldoende duurzaam zijn", merkt Bernard Delbecque op, senior director economics & research bij Efama, de Europese federatie van fonds- en vermogensbeheerders. "Over de wettelijke verplichtingen voor bedrijven om te specificeren in hoeverre hun activiteiten duurzaam zijn, is er nog discussie op Europees niveau. Ze worden op zijn vroegst in 2024 van kracht", vervolgt Delbecque. "Dat impliceert dat de vermogensbeheerders en de banken voorzichtig zullen zijn om een nieuwe belegging als 'duurzaam' te bestempelen, uit vrees dat achteraf blijkt dat ze aan greenwashing doen." Logischerwijs zal de private-bankingklant de hogere digitaliserings- en compliancekosten in zijn portemonnee voelen. Maar dat hij effectief meer zal betalen voor zijn dienstverlening, betwijfelen de specialisten van EY en PwC. Ze wijzen erop dat de private banken in hun zoektocht naar schaalvergroting een zware concurrentiestrijd voeren om nieuwe klanten aan te trekken. "Die klant is een stuk mondiger en kostenbewuster dan vroeger. Die overtuig je zeker niet door je dienstverlening zomaar duurder te maken. De banken gaan er ook van uit dat ze over enkele jaren de vruchten zullen plukken van de stevige digitaliseringskosten, in de vorm van hogere efficiëntiewinsten en dus lagere kosten. Daarom hebben ze er geen belang bij om nu klanten af te stoten met tariefverhogingen. Want zodra klanten weg zijn, is het heel moeilijk ze terug te winnen", zegt Yannick Grécourt. "Bovendien mogen klanten hopen dat ze de komende jaren kunnen investeren in goedkopere actief beheerde beleggingsfondsen, die niet op de beurs noteren. Die staan bloot aan de heel scherpe concurrentie van passieve fondsen, in het bijzonder de veel goedkopere beursgenoteerde ETF's (exchange traded funds, nvdr). Omdat beleggers veel kostenbewuster zijn, zullen de uitgevers van actief beheerde beleggingsfondsen hun beheerskosten moeten verlagen, als ze competitief willen blijven. In 2011 hadden de passieve fondsen in Europa een marktaandeel van 8 procent, nu is dat al 20 procent", stelt Bernard Delbecque vast.