De Fed zet met deze kwantitatieve verruiming een volgende stap bij het vlottrekken van de economie. Bij kwantitatieve verruiming koopt de centrale bank uitstaande overheidsleningen op in de markt.

Het effect daarvan is dat het rendement op langlopende staatsleningen, en daarmee ook allerlei andere rentetarieven op de kapitaalmarkt, naar beneden wordt gedrukt. De Fed kan in feite onbeperkt staatsleningen opkopen, omdat zij als enige nieuw geld in omloop kan brengen.

Volgens deskundigen wordt dus de geldpers aangezet om de overheidstekorten te financieren. En meer geld in omloop betekent meer kans op inflatie. De inflatievrees is volgens ABN Amro onterecht.

Het is zeker waar dat de risico's toenemen, maar voordat de inflatie gaat oplopen moet er meer gebeuren dan nu het geval is. De Fed verruimt de geldhoeveelheid in enge zin, maar zo lang de economie niet aantrekt en banken dit geld niet gaan uitzetten is er geen direct effect op de inflatie.

Daarbij kan worden bedacht dat kapitaalverliezen die zijn geleden nog vele malen groter zijn dan wat de Fed nu in de economie pompt.

Alleen al in het vierde kwartaal van 2008 verloren Amerikaanse huishoudens meer dan USD 4.000 miljard aan vermogen door waardevermindering van hun huizen en verliezen op de kapitaalmarkten.

Een ander argument waarom er voorlopig geen inflatiedreiging bestaat is dat er een enorme overcapaciteit in het bedrijfsleven zit. Bedrijven hebben geen pricing power, ze kunnen de prijzen van de goederen en diensten die ze leveren niet verhogen.

Met andere woorden, inflatierisico's zijn toegenomen maar dit speelt volgens ABN Amro in de eerstvolgende jaren geen rol van betekenis.

Als banken weer normaal gaan functioneren en de omloopsnelheid van het geld weer zal toenemen, zal er wel de nodige stuurmanskunst van de Fed worden gevraagd.

Hier zit inderdaad een bron van onzekerheid, omdat er in het verleden geen ervaring is opgedaan met dit soort situaties. ABN Amro heeft geen reden om aan te nemen dat het dan fout zal gaan.

Japan, dat in de jaren negentig ook een credit crunch meemaakte, heeft destijds via enorme en meerjarige stimuleringsmaatregelen geprobeerd om de economie op te krikken, maar het land is in die hele herstelperiode nooit uit de deflatie gekomen.

De Amerikaanse economie kampt op dit moment duidelijk met deflatoire tendensen (afnemende prijzen). De acties van de Fed zijn erop gericht om een deflatoire spiraal te vermijden, omdat een dergelijke ontwikkeling nog veel moeilijker te bestrijden zou zijn. De koopwoede van Amerikaanse en ook Europese consumenten is geluwd.

De economie kan niet fundamenteel herstellen als niemand geld uitgeeft. Daarom moet volgens ABN Amro de rente naar omlaag. Deflatoire tendensen zullen voorlopig nog wel even aanwezig blijven.

De Fed zet met deze kwantitatieve verruiming een volgende stap bij het vlottrekken van de economie. Bij kwantitatieve verruiming koopt de centrale bank uitstaande overheidsleningen op in de markt. Het effect daarvan is dat het rendement op langlopende staatsleningen, en daarmee ook allerlei andere rentetarieven op de kapitaalmarkt, naar beneden wordt gedrukt. De Fed kan in feite onbeperkt staatsleningen opkopen, omdat zij als enige nieuw geld in omloop kan brengen. Volgens deskundigen wordt dus de geldpers aangezet om de overheidstekorten te financieren. En meer geld in omloop betekent meer kans op inflatie. De inflatievrees is volgens ABN Amro onterecht. Het is zeker waar dat de risico's toenemen, maar voordat de inflatie gaat oplopen moet er meer gebeuren dan nu het geval is. De Fed verruimt de geldhoeveelheid in enge zin, maar zo lang de economie niet aantrekt en banken dit geld niet gaan uitzetten is er geen direct effect op de inflatie. Daarbij kan worden bedacht dat kapitaalverliezen die zijn geleden nog vele malen groter zijn dan wat de Fed nu in de economie pompt. Alleen al in het vierde kwartaal van 2008 verloren Amerikaanse huishoudens meer dan USD 4.000 miljard aan vermogen door waardevermindering van hun huizen en verliezen op de kapitaalmarkten. Een ander argument waarom er voorlopig geen inflatiedreiging bestaat is dat er een enorme overcapaciteit in het bedrijfsleven zit. Bedrijven hebben geen pricing power, ze kunnen de prijzen van de goederen en diensten die ze leveren niet verhogen. Met andere woorden, inflatierisico's zijn toegenomen maar dit speelt volgens ABN Amro in de eerstvolgende jaren geen rol van betekenis. Als banken weer normaal gaan functioneren en de omloopsnelheid van het geld weer zal toenemen, zal er wel de nodige stuurmanskunst van de Fed worden gevraagd. Hier zit inderdaad een bron van onzekerheid, omdat er in het verleden geen ervaring is opgedaan met dit soort situaties. ABN Amro heeft geen reden om aan te nemen dat het dan fout zal gaan. Japan, dat in de jaren negentig ook een credit crunch meemaakte, heeft destijds via enorme en meerjarige stimuleringsmaatregelen geprobeerd om de economie op te krikken, maar het land is in die hele herstelperiode nooit uit de deflatie gekomen.De Amerikaanse economie kampt op dit moment duidelijk met deflatoire tendensen (afnemende prijzen). De acties van de Fed zijn erop gericht om een deflatoire spiraal te vermijden, omdat een dergelijke ontwikkeling nog veel moeilijker te bestrijden zou zijn. De koopwoede van Amerikaanse en ook Europese consumenten is geluwd. De economie kan niet fundamenteel herstellen als niemand geld uitgeeft. Daarom moet volgens ABN Amro de rente naar omlaag. Deflatoire tendensen zullen voorlopig nog wel even aanwezig blijven.