Als we kijken naar de snelheid waarmee de olie- en grondstoffenprijzen teruggevallen zijn, is de kans uiteraard reëel dat we in de eerste zes maanden van 2009 een licht deflatoir opstootje zullen zien. Het doemdenken met deflatiescenario's en vergelijkingen met de Grote Depressie of Japan, scheren vandaag hoge toppen. Het lijkt misschien voorbarig en het gaat zeker niet om exacte wetenschap, maar het grootste gevaar op middellange termijn zou wel eens de inflatie in plaats van de deflatie kunnen zijn. Het grote verschil met de Grote Depressie en de langdurige deflatie in Japan was het rentebeleid, waar de respectievelijke centrale banken eerst de rente verhoogden in plaats van ze te verlagen, zoals dat nu gebeurt. Bovendien heeft de opperpaus van de Amerikaanse Centrale Bank, Ben Bernanke, 'ervaring' met de term deflatie. Een vijftal jaren geleden legde Bernanke in een toespraak haarfijn uit hoe men deflatie moest voorkomen. Hij verwees naar Milton Friedman, die ooit stelde dat een centrale bank in zo'n situatie bankbiljetten vanuit een helikopter over het land moet verspreiden. Bernanke verdiende zo zijn koosnaam 'helikopter Ben'. Zijn oplossingen eind 2002 om een deflatie te bestrijden, waren: renteverlagingen, de massale aankoop van staatsobligaties door de FED en de USD laten verzwakken. Allemaal tijdelijke oplossingen die een deflatie kunnen voorkomen, maar in ieder geval op langere termijn kunnen leiden tot een forse inflatieopstoot. Bovendien is de forse daling van zowel de energie- als de grondstoffenprijzen op lange termijn eerder een probleem dan een zegen. Door de lagere energieprijzen zijn de grote oliemaatschappijen niet meer van plan om massaal te investeren in projecten om de olieproductie te verhogen. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) berekende eind oktober nog dat de jaarlijkse olieproductie van de belangrijkste 800 olievelden ter wereld met 6,4 % zal dalen, zelfs indien de grote oliemaatschappijen fors zouden investeren in olieproductietoename. Indien de investeringen zoals nu zouden worden uitgesteld, daalt deze productie jaarlijks met bijna 9,1 %. In recessietijden blijven vraag en aanbod redelijk in balans, maar zodra de economie weer gaat groeien, zitten we met een probleem. De grote neo-keynesiaanse opvattingen van onder andere de Chinese overheid (cfr. infrastructuurwerken van meer dan 500 miljard USD) en waarschijnlijk op termijn ook de meeste westerse landen, zullen niet voor een grote olieconsumptiecrash zorgen. Hetzelfde argument houdt steek voor de grondstoffen, die waarschijnlijk zodra de economie wat herstelt een forse comeback zullen maken. De grote winnaar zou hier weleens (fysiek) goud kunnen zijn!

Als we kijken naar de snelheid waarmee de olie- en grondstoffenprijzen teruggevallen zijn, is de kans uiteraard reëel dat we in de eerste zes maanden van 2009 een licht deflatoir opstootje zullen zien. Het doemdenken met deflatiescenario's en vergelijkingen met de Grote Depressie of Japan, scheren vandaag hoge toppen. Het lijkt misschien voorbarig en het gaat zeker niet om exacte wetenschap, maar het grootste gevaar op middellange termijn zou wel eens de inflatie in plaats van de deflatie kunnen zijn. Het grote verschil met de Grote Depressie en de langdurige deflatie in Japan was het rentebeleid, waar de respectievelijke centrale banken eerst de rente verhoogden in plaats van ze te verlagen, zoals dat nu gebeurt. Bovendien heeft de opperpaus van de Amerikaanse Centrale Bank, Ben Bernanke, 'ervaring' met de term deflatie. Een vijftal jaren geleden legde Bernanke in een toespraak haarfijn uit hoe men deflatie moest voorkomen. Hij verwees naar Milton Friedman, die ooit stelde dat een centrale bank in zo'n situatie bankbiljetten vanuit een helikopter over het land moet verspreiden. Bernanke verdiende zo zijn koosnaam 'helikopter Ben'. Zijn oplossingen eind 2002 om een deflatie te bestrijden, waren: renteverlagingen, de massale aankoop van staatsobligaties door de FED en de USD laten verzwakken. Allemaal tijdelijke oplossingen die een deflatie kunnen voorkomen, maar in ieder geval op langere termijn kunnen leiden tot een forse inflatieopstoot. Bovendien is de forse daling van zowel de energie- als de grondstoffenprijzen op lange termijn eerder een probleem dan een zegen. Door de lagere energieprijzen zijn de grote oliemaatschappijen niet meer van plan om massaal te investeren in projecten om de olieproductie te verhogen. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) berekende eind oktober nog dat de jaarlijkse olieproductie van de belangrijkste 800 olievelden ter wereld met 6,4 % zal dalen, zelfs indien de grote oliemaatschappijen fors zouden investeren in olieproductietoename. Indien de investeringen zoals nu zouden worden uitgesteld, daalt deze productie jaarlijks met bijna 9,1 %. In recessietijden blijven vraag en aanbod redelijk in balans, maar zodra de economie weer gaat groeien, zitten we met een probleem. De grote neo-keynesiaanse opvattingen van onder andere de Chinese overheid (cfr. infrastructuurwerken van meer dan 500 miljard USD) en waarschijnlijk op termijn ook de meeste westerse landen, zullen niet voor een grote olieconsumptiecrash zorgen. Hetzelfde argument houdt steek voor de grondstoffen, die waarschijnlijk zodra de economie wat herstelt een forse comeback zullen maken. De grote winnaar zou hier weleens (fysiek) goud kunnen zijn!