Enkele dagen geleden nog stelde dit agentschap dat deze opmars van Noord-Amerika nog sneller zou kunnen gebeuren dan verwacht.

We kunnen volgens Manfred Krcmar van Bank Puilaetco Dewaay spreken van een revolutie, omdat deze zelfvoorziening van de Amerikanen aan de basis zou kunnen liggen van een terugval van de olieprijs (de prijs/vat zou voor lange tijd onder de 100 dollar kunnen duiken, waardoor de overheidsfinanciën van de olie-exporterende landen in gevaar komen), maar ze doet eveneens cruciale vragen rijzen op strategisch vlak.

Gaan de Amerikanen nog altijd een deel van hun militair budget spenderen aan de beveiliging van de zeeroutes waarlangs de kostbare olie getransporteerd wordt? Gaan ze de oliemonarchieën nog steunen wanneer ze energieonafhankelijk zijn?

Als dat het geval is, zou dat willen zeggen dat de Verenigde Staten de Carter-doctrine de rug toekeren. Jimmy Carter, de vroegere president van de Verenigde Staten, had immers aangegeven dat zijn land niet zou aarzelen om geweld te gebruiken om de oliebevoorrading van zijn land te verzekeren. Deze kwestie houdt de geopolitieke deskundigen bezig, omdat ze een impact zal hebben op wat er in Iran en Israël gebeurt.

En wat betekent dit voor Europa? Moet het op zijn oude bondgenoot rekenen of moet het daarentegen focussen op zijn energieonafhankelijkheid, via energiebezuinigingen of zelfs door het debat over de exploitatie van leisteengas opnieuw te openen?

De enige zekerheid op dit moment : de exploitatie van leisteengas komt enkel de Verenigde Staten ten goede. Niet alleen profiteren de Amerikaanse bedrijven van een verhoogde concurrentiekracht, in die mate dat tal van hen hun activiteiten opnieuw op Amerikaans grondgebied vestigen, maar dit sterkere concurrentievermogen laat de Amerikanen in zekere zin eveneens toe om... hun werkloosheid naar Europa te exporteren. Het debat over leisteengas is dus nog maar net begonnen.

Enkele dagen geleden nog stelde dit agentschap dat deze opmars van Noord-Amerika nog sneller zou kunnen gebeuren dan verwacht. We kunnen volgens Manfred Krcmar van Bank Puilaetco Dewaay spreken van een revolutie, omdat deze zelfvoorziening van de Amerikanen aan de basis zou kunnen liggen van een terugval van de olieprijs (de prijs/vat zou voor lange tijd onder de 100 dollar kunnen duiken, waardoor de overheidsfinanciën van de olie-exporterende landen in gevaar komen), maar ze doet eveneens cruciale vragen rijzen op strategisch vlak. Gaan de Amerikanen nog altijd een deel van hun militair budget spenderen aan de beveiliging van de zeeroutes waarlangs de kostbare olie getransporteerd wordt? Gaan ze de oliemonarchieën nog steunen wanneer ze energieonafhankelijk zijn? Als dat het geval is, zou dat willen zeggen dat de Verenigde Staten de Carter-doctrine de rug toekeren. Jimmy Carter, de vroegere president van de Verenigde Staten, had immers aangegeven dat zijn land niet zou aarzelen om geweld te gebruiken om de oliebevoorrading van zijn land te verzekeren. Deze kwestie houdt de geopolitieke deskundigen bezig, omdat ze een impact zal hebben op wat er in Iran en Israël gebeurt. En wat betekent dit voor Europa? Moet het op zijn oude bondgenoot rekenen of moet het daarentegen focussen op zijn energieonafhankelijkheid, via energiebezuinigingen of zelfs door het debat over de exploitatie van leisteengas opnieuw te openen? De enige zekerheid op dit moment : de exploitatie van leisteengas komt enkel de Verenigde Staten ten goede. Niet alleen profiteren de Amerikaanse bedrijven van een verhoogde concurrentiekracht, in die mate dat tal van hen hun activiteiten opnieuw op Amerikaans grondgebied vestigen, maar dit sterkere concurrentievermogen laat de Amerikanen in zekere zin eveneens toe om... hun werkloosheid naar Europa te exporteren. Het debat over leisteengas is dus nog maar net begonnen.