Beursgenoteerde infrastructuur wordt vaak voorgesteld als een segment met zeer aantrekkelijke vooruitzichten. Toch heeft de sector enkele minder goede kwartalen achter de rug. Na de correctie van 15 à 20 procent in 2015 hebben de fondsen die beleggen in die sector het verloren terrein meestal kunnen goedmaken. Maar sinds begin 2018 zijn ze opnieuw in de rode cijfers beland. Zo hebben de producten die zich hebben gespecialiseerd in wereldwijde infrastructuur tussen 4,7 en 7,1 procent moeten prijsgeven, vooral door het vooruitzicht van renteverhogingen door de centrale banken.
...

Beursgenoteerde infrastructuur wordt vaak voorgesteld als een segment met zeer aantrekkelijke vooruitzichten. Toch heeft de sector enkele minder goede kwartalen achter de rug. Na de correctie van 15 à 20 procent in 2015 hebben de fondsen die beleggen in die sector het verloren terrein meestal kunnen goedmaken. Maar sinds begin 2018 zijn ze opnieuw in de rode cijfers beland. Zo hebben de producten die zich hebben gespecialiseerd in wereldwijde infrastructuur tussen 4,7 en 7,1 procent moeten prijsgeven, vooral door het vooruitzicht van renteverhogingen door de centrale banken.De prestaties over de jongste drie jaar zijn voor bijna alle producten nul tot negatief, al blijven ze nog interessant over een periode van vijf à tien jaar. Terwijl de beurzen de afgelopen jaren het ene na het andere record hebben neergezet, is infrastructuur niet langer hip. De waarderingen zijn sterk genormaliseerd. DNCA Invest Infrastructure is het enige fonds dat zich een beetje heeft kunnen onderscheiden van de andere wereldwijde fondsen die beschikbaar zijn op de retailmarkt. Er bestaan nog andere fondsen in de infrastructuursector. Een eerste groep, die betere prestaties neerzet dan de retailfondsen, is alleen beschikbaar voor institutionele beleggers, zoals de producten van Morgan Stanley en First State Global. Een tweede categorie is gespecialiseerd in de opkomende markten, zoals de fondsen van Invesco en Aberdeen, of focust zelfs op één enkel land, zoals Amundi met zijn Indiase fonds, dat de beste rendement haalt in dit segment. Een derde groep is jonger dan vijf jaar, zoals de producten van M&G, Legg Mason RARE, Franklin Templeton en Goldman Sachs. Volgens de beheerders van die producten blijven de vooruitzichten aantrekkelijk voor de sector. "De infrastructuurbedrijven waarin wij beleggen, moeten een essentiële service vertegenwoordigen voor de economie en fysieke activa met een voorspelbaar vergoedingsmechanisme bieden", onderstreept Ajay Dayal, de beheerder van het fonds Legg Mason RARE Infrastructure. "Terwijl de regelgeving voor veel andere sectoren ongunstig kan zijn, speelt die wel in het voordeel van infrastructuurbedrijven, omdat een wettelijk kader prijsvormingsmechanismen tot stand kan brengen, die een goede zichtbaarheid op lange termijn bevorderen." Volgens Alex Araujo, de beheerder van het fonds M&G Global Listed Infrastructure, "maakt infrastructuur het mogelijk de langetermijnverwachtingen in te lossen, zowel voor institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen, als voor particulieren." Die activa leveren hogere rendementen op dan de rest van de markt en zijn minder gevoelig tijdens correcties. "Ze stijgen bovendien sneller, zodra de markt beseft dat die bedrijven hun dividend niet verlagen. Het is een sector waarin aandelen weinig met hoge kortingen noteren." De meeste beheerders wijzen erop dat de stijging van de rente niet noodzakelijk een obstakel is voor de infrastructuursector, ondanks de kortetermijndruk op de koersen. De inkomsten van bedrijven zoals tolwegexploitanten en elektriciteitsdistributeurs zijn gekoppeld aan de inflatie. Bovendien stelt een sterke groei de overheden in de Verenigde Staten en de opkomende landen in staat sneller te investeren in grote projecten. "Wij zoeken actief naar regelgevende kaders die relatief stabiel zijn en een vrij veerkrachtig model hebben", zegt Igor de Maack, de beheerder van het fonds DNCA Invest Infrastructure. "Meestal bieden partnerschappen tussen de overheid en een privé-investeerder een extra vergoeding in de vorm van een indexering van de inkomsten aan de evolutie van de inflatie." Op lange termijn moet de infrastructuursector de belangrijkste begunstigde worden van de grote investeringsprogramma's die zowat overal ter wereld zijn gepland. Een belangrijk project is dat van de nieuwe zijderoute (One Belt One Road): een investering van meer dan 6000 miljard dollar in haveninfrastructuur, pijpleidingen en spoorwegen door de Chinese overheid, om China te verbinden met zijn belangrijkste handelspartners (68 landen) op het Aziatische continent tot in Europa. "Ik wacht vol ongeduld op het moment dat ik de bedrijven kan opsporen die kunnen profiteren van dat programma", onderstreept Ajay Dayal. Hij wijst er ook op dat de Verenigde Staten de komende jaren grote infrastructuurprogramma's lanceren, wat een andere bron van fysieke kwaliteitsactiva kan opleveren voor de portefeuilles van beursgenoteerde groepen. "Infrastructuuruitgaven zijn de essentie van de economische groei. Het is de belangrijkste manier waarop een land competitief kan blijven op lange termijn." De fondsen hebben meestal bedrijven in portefeuille die beschikken over fysieke activa en een historiek van stijgende dividenduitkeringen. "Het grootste deel van onze portefeuille is actief in economische infrastructuurprojecten die gevoelig zijn voor de conjunctuur, zoals tolwegen, luchthavens en pijplijnen. De rest is belegd in meer defensieve activa zoals ziekenhuizen en gevangenissen. Tot slot hebben we beperkte posities in datacenters en telecommunicatietorens, maar we hebben onze belegging daarin afgebouwd vanwege de opgelopen waarderingen", zegt Alex Araujo. "Wij beheren een fonds gebaseerd op overtuigingen, waarvan de grootste tien posities 45 procent van de beheerde activa uitmaken", onderstreept Igor de Maack. De portefeuille is verdeeld over alle bedrijven in de infrastructuursector, maar het fonds heeft een veel Europeser accent dan zijn concurrenten. "Wij wagen ons liever niet op terreinen die we niet kennen. Dat is een van de kernstrategieën van onze portefeuille, in combinatie met een aantrekkelijk dividendrendement." De doelstelling van Ajay Dayal is een genormaliseerd nettorendement te halen rond 5 à 5,5 procent." In vergelijking tot zijn concurrenten stelt hij zich wel meer bloot aan de opkomende markten. "Ze maken slechts 10 procent van de beheerde activa uit, maar ze vertegenwoordigen wel 30 procent van ons universum van 200 bedrijven. In die regio's verwachten we de belangrijkste ontwikkelingen tegen 2030. We willen daarom voorbereid zijn als er zich kansen aandienen."