Dit stuk is al verschenen in Trends op 23 maart.

Tien jaar geleden lanceerde de Vlaamse overheid de winwinlening. De opzet was Vlamingen ertoe aan te zetten om kapitaal ter beschikking te stellen aan beginnende ondernemers, in ruil voor een fiscaal voordeel. De winwinlening is gebonden aan strakke wettelijke regels. Zo heeft ze een vaste looptijd van acht jaar. Over de rentevoet is er nauwelijks onderhandelingsruimte, want elk jaar in januari legt de Vlaamse overheid de toegestane vork vast. Voor 2017 bedraagt die minimaal 1 procent en maximaal 2 procent. Een kredietgever mag in totaal niet meer dan 50.000 euro lenen aan een of meer kredietnemers.

Om een winwinlening te kunnen verstrekken, moet de kredietgever een natuurlijke persoon zijn die in het Vlaamse Gewest woont of er personenbelasting betaalt. Hij moet de lening toekennen buiten zijn beroepsactiviteiten. De kredietgever mag geen werknemer van de kredietnemer zijn. Is de aanvrager een zelfstandige, dan mag zijn huwelijkspartner of de partner met wie hij wettelijk samenwoont geen lening geven. Ongehuwden en partners die samenwonen zonder samenlevingscontract kunnen dat dus wel. Een winwinlening wordt toegekend met een onderhandse of een notariële akte.

Fiscaal voordeel

De jaarlijkse rente bedraagt dus in het beste geval 2 procent. Dat is de brutorente, want er is nog 30 procent roerende voorheffing op verschuldigd. De kredietnemer moet dat bedrag inhouden op de verschuldigde intrest en hij moet het doorstorten aan de fiscus.

Daartegenover staat dat de kredietgever tijdens de looptijd van de lening een jaarlijks belastingkrediet van 2,5 procent krijgt. Dat voordeel kan het rendement van zijn investering gevoelig opkrikken. De berekeningsgrondslag is het rekenkundige gemiddelde van de nog openstaande saldi volgens de aflossingstabellen op 1 januari. In het beste geval levert dat een belastingvermindering van 1250 euro per jaar op (2,5% op het maximumbedrag van 50.000 euro).

"Wie niet vertrouwd is met de financiering van ondernemingen, verstrekt het beste geen winwinlening"

Een voorbeeld: Mieke wil een koffiebar openen. Haar oude schoolvriend Kurt wil haar financieel steunen met een winwinlening van 50.000 euro. Mieke betaalt Kurt jaarlijks een rente van 2 procent. Na acht jaar heeft ze het volledige startkapitaal afgelost. Elk jaar krijgt Kurt 1000 euro rente van Mieke. Daarop betaalt hij wel 30 procent roerende voorheffing, waardoor er netto 700 euro overblijft. Het belastingkrediet van 2,5 procent op het openstaande saldo levert hem netto 1250 euro op. Dat betekent dat Kurt op zijn investering jaarlijks 1950 euro verdient, wat neerkomt op een nettorendement van 3,9 procent. Dat is een stuk meer dan wat een spaarrekening opbrengt. Zijn rendement ligt zelfs nog een fractie hoger, omdat Kurt door de belastingvermindering ook minder gemeentebelasting afdraagt.

Om het maximum uit een winwinlening te halen, is het belangrijk dat de begindatum van de lening in hetzelfde jaar valt als de ondertekening van de akte. Begint de winwinlening op 1 januari 2018, maar is de akte ondertekend op 31 december 2017, dan krijgt de kredietgever voor 2017 geen fiscaal voordeel, want het openstaande kapitaal is dan nog 0 euro. Hij verliest de eerste fiscale aftrek en krijgt slechts zeven keer een belastingkrediet in plaats van acht keer. Valt de startdatum van de winwinlening niet op 1 januari, dan heeft de kredietgever het eerste jaar alleen recht op de helft van het fiscale voordeel.

Achtergestelde lening

Bijna één op de drie starters houdt het geen vijf jaar vol. Aangezien de winwinlening een achtergestelde lening is, staat de kredietgever bij een faillissement helemaal achteraan in de rij van schuldeisers. Een ander risico is de rente: die ligt vast voor acht jaar. Begint de rente te stijgen, dan zit de lener onherroepelijk aan het krediet vast.

Om het risico te beperken heeft de Vlaamse overheid een waarborg ingebouwd: een eenmalig belastingkrediet voor de kredietgever als de winwinlening niet wordt terugbetaald door een vereffening, een ontbinding of een faillissement. De belastingvermindering bedraagt 30 procent van het openstaande saldo van de hoofdsom dat tijdens het belastbare tijdperk definitief verloren gaat.

"Voor mij is de winwinlening geen alternatief voor een spaarboekje, omdat het risico veel te hoog is", zegt Alain Grillaert, een onafhankelijk financieel adviseur, die voor Gimv heeft gewerkt. "Tegenover al die risico's staat een rendement dat de overheid laag houdt. Wie toch een winwinlening wil geven, doet er goed aan vooraf aandacht te besteden aan de kwaliteit van het management, het businessconcept, het groeipotentieel en de capaciteit van de ondernemer om de lening terug te betalen. Wie niet vertrouwd is met de financiering van ondernemingen, verstrekt het beste geen winwinlening."

Wie toch een winwinlening wil verstrekken, maar geen weet heeft van projecten die op zoek zijn naar kapitaal, kan surfen naar de website winwinner.be. Dat is een matchmakingplatform dat startende ondernemers en investeerders samenbrengt en hen begeleidt bij het gebruik van de winwinlening en de taxshelter voor startende ondernemingen.