Een goede zaak

De volkslening is een goede zaak om de eenvoudige reden dat iedere poging om spaargeld in de richting van de reële economie te oriënteren een goede zaak is. Dit is eigenlijk de rol van de banken, maar zij spelen deze rol onvoldoende. De banken slagen er bijzonder goed in om geld van spaarders aan te trekken (meer dan 240 miljard), maar zij slagen er veel minder goed in om dat spaargeld vervolgens aan interessante voorwaarden weer te injecteren in de economie. De banken ontkennen dit natuurlijk, maar feit is dat er op verschillende fronten initiatieven worden genomen die de banken links laten liggen. Denk hierbij aan crowd funding, win-win leningen, vele private plaatsingen van obligatieleningen en zelfs publieke emissies van obligatieleningen door bedrijven die anders maar heel moeilijk beroep kunnen doen op de spaarpot van de burgers (bv. emissies door Deme, Kinepolis, Studio 100, Vandemoortele, Omega Pharma, Etex en Roularta.). De volkslening hoort eigenlijk in dit rijtje thuis.

Kritische bedenkingen

Maar er is zeker ook kritiek. Vooreerst omdat het wordt voorgesteld als alternatief voor het klassieke spaarboekje en dat is het zeker niet. Het spaarboekje combineert niet enkel de zekerheid van de overheidsgarantie (tot 100.000 EUR) met een aantrekkelijke fiscaliteit (interesten zijn vrijgesteld van de roerende voorheffing tot 1880 EUR) en een grote liquiditeit. Het geld is onmiddellijk opvraagbaar en bovendien krijg je altijd je nominale inleg terug. Dat is bij de volkslening anders. De looptijd van de volkslening gaat 5 tot 10 jaar bedragen. Indien je vóór de vervaldag wilt uitstappen, is het nog maar de vraag of dat lukt en dan nog tegen welke prijs. We weten immers allemaal dat als de rente stijgt, de waarde daalt.

Ook is het vreemd dat de Belgische overheid plots inzet op kasbons, want dat is de volkslening eigenlijk. Het opgehaalde geld wordt aangewend voor een welbepaald sociaaleconomisch doel, zoals de bouw van een school, een rusthuis, enzovoort. Dit is vreemd omdat de Belgische Staat voor haar eigen financiering eigenlijk niet gelooft in kasbons, maar volledig inzet op OLO's. Die laatste obligaties moeten dit jaar nog goed zijn voor 37 miljard EUR daar waar voor de kasbons maar op een bedrag van 0,5 miljard wordt gemikt. Je kan je dan ook de vraag stellen waarom een kasbon niet gewoon aan aantrekkelijke voorwaarden, zonder een nieuwe en complexe wetgeving, wordt gelanceerd (zoals de Leterme bon van eind 2011).

Conclusie

Dus ja de volkslening is goed, want ze kan beantwoorden aan de nood om spaargeld te activeren in de richting van de reële economie. Als dat lukt is het goed. Maar waarom moeilijk doen, als het ook gemakkelijk kan? Herhaal gewoon het kunstje van Leterme. Een zekere kasbon met een aantrekkelijk rendement en als lepeltje suiker een aantrekkelijke fiscaliteit. Volg de discussie mee op Twitter via @Anton_Rivus.

Anton van Zantbeek

Rivus Advocaten

Een goede zaakDe volkslening is een goede zaak om de eenvoudige reden dat iedere poging om spaargeld in de richting van de reële economie te oriënteren een goede zaak is. Dit is eigenlijk de rol van de banken, maar zij spelen deze rol onvoldoende. De banken slagen er bijzonder goed in om geld van spaarders aan te trekken (meer dan 240 miljard), maar zij slagen er veel minder goed in om dat spaargeld vervolgens aan interessante voorwaarden weer te injecteren in de economie. De banken ontkennen dit natuurlijk, maar feit is dat er op verschillende fronten initiatieven worden genomen die de banken links laten liggen. Denk hierbij aan crowd funding, win-win leningen, vele private plaatsingen van obligatieleningen en zelfs publieke emissies van obligatieleningen door bedrijven die anders maar heel moeilijk beroep kunnen doen op de spaarpot van de burgers (bv. emissies door Deme, Kinepolis, Studio 100, Vandemoortele, Omega Pharma, Etex en Roularta.). De volkslening hoort eigenlijk in dit rijtje thuis. Kritische bedenkingenMaar er is zeker ook kritiek. Vooreerst omdat het wordt voorgesteld als alternatief voor het klassieke spaarboekje en dat is het zeker niet. Het spaarboekje combineert niet enkel de zekerheid van de overheidsgarantie (tot 100.000 EUR) met een aantrekkelijke fiscaliteit (interesten zijn vrijgesteld van de roerende voorheffing tot 1880 EUR) en een grote liquiditeit. Het geld is onmiddellijk opvraagbaar en bovendien krijg je altijd je nominale inleg terug. Dat is bij de volkslening anders. De looptijd van de volkslening gaat 5 tot 10 jaar bedragen. Indien je vóór de vervaldag wilt uitstappen, is het nog maar de vraag of dat lukt en dan nog tegen welke prijs. We weten immers allemaal dat als de rente stijgt, de waarde daalt. Ook is het vreemd dat de Belgische overheid plots inzet op kasbons, want dat is de volkslening eigenlijk. Het opgehaalde geld wordt aangewend voor een welbepaald sociaaleconomisch doel, zoals de bouw van een school, een rusthuis, enzovoort. Dit is vreemd omdat de Belgische Staat voor haar eigen financiering eigenlijk niet gelooft in kasbons, maar volledig inzet op OLO's. Die laatste obligaties moeten dit jaar nog goed zijn voor 37 miljard EUR daar waar voor de kasbons maar op een bedrag van 0,5 miljard wordt gemikt. Je kan je dan ook de vraag stellen waarom een kasbon niet gewoon aan aantrekkelijke voorwaarden, zonder een nieuwe en complexe wetgeving, wordt gelanceerd (zoals de Leterme bon van eind 2011). ConclusieDus ja de volkslening is goed, want ze kan beantwoorden aan de nood om spaargeld te activeren in de richting van de reële economie. Als dat lukt is het goed. Maar waarom moeilijk doen, als het ook gemakkelijk kan? Herhaal gewoon het kunstje van Leterme. Een zekere kasbon met een aantrekkelijk rendement en als lepeltje suiker een aantrekkelijke fiscaliteit. Volg de discussie mee op Twitter via @Anton_Rivus.Anton van ZantbeekRivus Advocaten