Op 30 april bereikte de Standard&Poor's500-index een record met 2945 punten. Daarmee werd het vorige record, dat dateerde van september 2018, met een fractie verbroken. Ook andere bekende Amerikaanse beursindexen, zoals de Nasdaq-index (technologiebeurs), hadden al enkele dagen voordien een nieuwe piek bereikt. Opmerkelijk was dat de beroemde Dow Jones-index (klassieke industriële waarden) er niet in slaagde het record van begin oktober 2018 te verbreken.

Geen euforie in Europa

De grote tendensen in de wereld zijn manifest meer gelijklopend dan vroeger op de aandelenmarkten. We mogen meer en meer van mondiale tendensen op de aandelenmarkten spreken. Maar de mate waarin een trend wordt gevolgd, verschilt sterk. Andere belangrijkste beursindices in de wereld staan absoluut niet op een recordniveau. We moeten niet verder kijken dan onze Europese beurzen. We kunnen in 2019 helemaal niet spreken van beurseuforie in Europa.

Ver onder de top

Voor de Stoxx600-index valt de schade op het eerste gezicht nog mee. De top dateert van het voorjaar van 2015 en we zitten daar minder dan 10 procent onder. Maar die piek lag amper boven die van 2007 en zelfs die van 2000. In 2000 en 2007 piekte de Standard&Poor's500 in de buurt van 1500 punten. Vandaag staat de meest representatieve Amerikaanse beursindex op het dubbele. Schrijnender wordt de situatie als we kijken naar de Eurostoxx50-index. De topnotering dateert van het jaar 2000 en we staan daar nu bijna 40 procent onder. Kan het nog erger? Ja. De meeste recente piek voor de Japanse Nikkei-index dateert al van 1989 en we staan daar nog altijd meer dan 40 procent onder. Ook de Chinese CSI-index staat ook ver onder de top, die van 2007 dateert. Ook daar staan we nu zo'n 40 procent onder. Vorige week zagen we wel dat de Sensex-index (beurs India) als uitzondering op de regel wel op een recordniveau noteerde.

Gigantische verschillen

Dit jaar hebben de Europese aandelenmarkten gelijke tred kunnen houden met het oplopende Wall Street. Maar als we alleen maar naar de voorbije tien jaar kijken, dan zijn de prestatieverschillen opzienbarend. We zien een koersevolutie van afgerond 300 procent voor de S&P500-index en zelfs een return (koersevolutie + dividenden) van 390 procent tegenover een prijsverandering van 95 procent voor de Stoxx600-index en een return van 175 procent. Het verschil loopt nog meer op als we vergelijken met de Eurostoxx50-index met een bescheiden stijging van circa 50 procent en een return van 120 procent.

De redenen zijn divers: in economische groei was en is er een substantieel verschil en we missen de forse opleving in de technologiesector zoals de Verenigde Staten die hebben gekend. Onze indexen blijven te klassiek samengesteld en de sanering van de Europese bankensector is niet grondig genoeg gebeurd zodat die sector met een serieuze discount ten opzichte van de markt blijft noteren.