Er is de voorbije maanden al veel inkt gevloeid over het enorme verschil in prestaties tussen de klassieke aandelen en de technologiewaarden, ook wel respectievelijk value- en groeiwaarden genoemd. Er valt dan ook niet naast te kijken. Dat verschil bestaat al jaren, maar dit jaar is het alleen maar extremer geworden, al komt daar de jongste dagen wel wat verandering in.
...

Er is de voorbije maanden al veel inkt gevloeid over het enorme verschil in prestaties tussen de klassieke aandelen en de technologiewaarden, ook wel respectievelijk value- en groeiwaarden genoemd. Er valt dan ook niet naast te kijken. Dat verschil bestaat al jaren, maar dit jaar is het alleen maar extremer geworden, al komt daar de jongste dagen wel wat verandering in. Om het verschil in cijfers uit te drukken, hebben we de prestaties vergeleken van de Standard & Poor's 500 Growth-indexmet de S&P 500 Value-index en de S&P 500-index. Sinds eind maart is de Growth-index ruim 26 procent meer gestegen dan de Value-index, en bijna 12 procent meer dan de S&P 500. Die laatste bevat een mix van value- en groeiwaarden, maar het gewicht van de groeiaandelen is de jongste jaren gevoelig toegenomen.Sinds het begin van het jaar bekeken, dus in minder dan drie kwartalen, loopt het verschil tussen de Growth- en de Value-index zelfs op tot 35 procent (afgerond +25 versus -10%). Het verschil met de S&P 500-index is 17 procent in het voordeel van de Growth-index. Dat fenomeen zien we evenwel al een decennium. De voorbije tien jaar klom de Growth-index bijna drie keer zo sterk als de Value-index: 314 versus 116 procent. De S&P 500-index zit daar netjes tussenin met +209 procent. Als we de voorbije twintig jaar bekijken, dan is het prestatieverschil veel kleiner (77%). Na het uiteenspatten van de technologiezeepbel in 2000 deden de valuewaarden het jarenlang veel beter dan de groeiaandelen. Toen was het verschil bijna even spectaculair als nu, maar dan in het voordeel van de value-aandelen. We krijgen dan ook, en niet voor het eerst, veel vragen over Nasdaq-aandelen en ook de vraag waarom we er niet meer in beleggen. De meeste groeiaandelen hebben sterke fundamentals. Hun dominante marktpositie biedt hun de mogelijkheid zeer hoge winstmarges en extreem grote nettokasposities te ontwikkelen. Precies daaraan ontbreekt het in heel wat andere, meer 'klassieke' sectoren. Daar bestaat veeleer overcapaciteit, en dus een gevecht om marktaandeel, met flinterdunne marges tot gevolg.Een ander deel van de analyse is evenwel dat de waarderingen bij de groeiwaarden stevig zijn opgelopen. De extreme prestatiekloof is ook deels een gevolg van een groeiende waarderingskloof. Zo noteert de S&P 500 Growth-index tegen een gemiddelde verwachte koers-winstverhouding voor de komende twaalf maanden van 34. Voor de grootste vijf techgiganten is dat zelfs 44 keer de verwachte winst. Zij noteren ook tegen gemiddeld ruim 8 keer de boekwaarde en 5 keer de omzet. Dat staat in schril contrast met een verwachte koers-winstverhouding van 21 voor de S&P 500 Value-index, maar vooral 'slechts' gemiddeld 2,1 keer de boekwaarde en 1,5 keer de omzet. De conclusie is dat groeibedrijven 'geprijsd zijn voor perfectie', en dat de komende weken niet veel mag mislopen om winstnemingen op gang te brengen. Wij menen niet dat het om een echte zeepbel gaat, en dat een zware crash voor de deur staat. We zien veeleer een tijdelijke overwaardering, waar een gezonde correctie aan de orde is.