We kunnen er niet naast kijken dat de langetermijnrente de voorbije maanden is gestegen. Zo klom de tienjarige Amerikaanse rente van een dieptepunt van 1,35 procent midden 2016 naar 2,60 procent begin 2017, alvorens in het najaar van vorig jaar terug te vallen richting 2 procent. Maar sindsdien heeft de Treasuries een serieuze opmars richting 3 procent ingezet. Het is geleden van het voorjaar van 2014 dat de Amerikaanse tienjarige rente nog boven 3 procent heeft gestaan.
...

We kunnen er niet naast kijken dat de langetermijnrente de voorbije maanden is gestegen. Zo klom de tienjarige Amerikaanse rente van een dieptepunt van 1,35 procent midden 2016 naar 2,60 procent begin 2017, alvorens in het najaar van vorig jaar terug te vallen richting 2 procent. Maar sindsdien heeft de Treasuries een serieuze opmars richting 3 procent ingezet. Het is geleden van het voorjaar van 2014 dat de Amerikaanse tienjarige rente nog boven 3 procent heeft gestaan.Hetzelfde gebeurt in Europa, maar op een veel lager peil. Na het brexitreferendum in de zomer van 2016 dook de Duitse tienjarige rente tot -0,2 procent, om enkele weken geleden weer tot het niveau van +0,75 procent te klimmen. Het is geleden van midden 2015 dat de Bund nog 1 procent heeft bereikt, en van het najaar van 2013 dat die nog boven 2 procent heeft genoteerd.Het is dan ook de vraag van vele miljarden of de renteommekeer al een feit is, of dat die gebeurtenis nakend is. Zo zou er een einde komen aan een van de sterkste stierenmarkten in obligaties in acht eeuwen financiële geschiedenis. Sinds 1981 is de gemiddelde rente op een kwaliteitsobligatie in de westerse wereld gedaald met afgerond 1200 basispunten (12%). Enkel in de vijftiende eeuw was er met een rentedaling van 1525 basispunten nog een forsere klim van de obligatiekoersen. De wereldwijde ommekeer van de rentestanden heeft uiteraard te maken met het verdrijven van het deflatiespook (daling van het gemiddelde prijzenpeil), de sterk verbeterde groeiperspectieven en - daarmee samenhangend - de geleidelijke, maar onafwendbare aftocht van de centrale banken op de obligatiemarkten.Een bijkomende bedreiging voor de obligatiemarkten is de Amerikaanse president Donald Trump. Het is duidelijk dat hij helemaal niet inzet op budgettaire discipline. Dat betekent dan ook dat er de komende jaren flink wat meer nieuwe Amerikaanse obligaties zullen worden uitgegeven. Deutsche Bank spreekt over een verdubbeling van ruwweg 1000 miljard dollar aan nieuwe uitgiften vorig jaar tot 2000 miljard dollar volgend jaar. Een gevolg van het extra begrotingstekort, de Amerikaanse belastingverlaging, het afgebouwde stimuleringsbeleid van de Fed en vervallende bedrijfsobligaties. De financiële theorie is daarover duidelijk: een fors hoger aanbod leidt tot flink lagere obligatiekoersen, en dus tot een stevig hogere rente.Maar de beweging gaat niet rechtlijnig en het gunstige Amerikaanse banenrapport zorgt weer voor een adempauze. De beursgeschiedenis leert dat zolang de tienjarige rente onder 3 procent blijft, er zelden of nooit een probleem is. Boven 3 procent beginnen de beurzen zich wel zorgen te maken, en een stijging boven 4 procent leidt doorgaans minstens tot een serieuze correctie of zelfs een crash. Maar op die niveaus zijn we natuurlijk nog lang niet gekomen.