Bij klassieke gemengde fondsen is de verhouding tussen aandelen en obligaties relatief stabiel in functie van het risicoprofiel van het fonds. In een defensief fondsen zitten ongeveer 30% aandelen; bij een neutraal fonds, 55% enzovoort.

Bij flexfondsen heeft de beheerder veel meer speelruimte om het percentage aandelen en obligaties aan te passen in functie van zijn verwachtingen. Hij kan daarnaast ook in andere activa (grondstoffen, hedge funds, onroerend goed) beleggen en heeft vaak ook de mogelijkheid om met afgeleide producten bepaalde risico's in te dekken of juist zijn blootstelling eraan te verhogen. Bekende namen in België zijn o.a. Carmignac, Ethna en Flossbach von Storch. Wat zijn de aandachtspunten?

Werkelijk percentage aandelen

De grootte van het aandelengewicht is normaal gezien één van de belangrijkste risicofactoren van een gemengd fonds. Staar je evenwel niet blind op het maximumpercentage dat het flexfonds in aandelen kan beleggen. Bij heel wat flexfondsen 'kan' de fondsbeheerder tot 90% of 100% aandelen gaan, maar vaak zit daar tussen de 40 en 60% aandelen in. Kijk dus naar het echte percentage aandelen bij aankoop.

Vermijd flexdakfonds

Op zich is er niets mis met een fonds dat in andere fondsen belegt (zogenaamde dakfondsen), maar weet dat dit vaak leidt tot een erg hoge kostenstructuur omdat je uiteindelijk de kosten van de onderliggende fondsen en de kosten van het dakfonds zelf betaalt.

Spreid voldoende, ook in de tijd

Spreid je beleggingen over verschillende fondsen. Blijf je beleggingen ook spreiden in de tijd, zelfs al zegt je bankier dat dit bij flexfondsen, omwille van goede risicobeheer, niet noodzakelijk is.

Bij klassieke gemengde fondsen is de verhouding tussen aandelen en obligaties relatief stabiel in functie van het risicoprofiel van het fonds. In een defensief fondsen zitten ongeveer 30% aandelen; bij een neutraal fonds, 55% enzovoort. Bij flexfondsen heeft de beheerder veel meer speelruimte om het percentage aandelen en obligaties aan te passen in functie van zijn verwachtingen. Hij kan daarnaast ook in andere activa (grondstoffen, hedge funds, onroerend goed) beleggen en heeft vaak ook de mogelijkheid om met afgeleide producten bepaalde risico's in te dekken of juist zijn blootstelling eraan te verhogen. Bekende namen in België zijn o.a. Carmignac, Ethna en Flossbach von Storch. Wat zijn de aandachtspunten?De grootte van het aandelengewicht is normaal gezien één van de belangrijkste risicofactoren van een gemengd fonds. Staar je evenwel niet blind op het maximumpercentage dat het flexfonds in aandelen kan beleggen. Bij heel wat flexfondsen 'kan' de fondsbeheerder tot 90% of 100% aandelen gaan, maar vaak zit daar tussen de 40 en 60% aandelen in. Kijk dus naar het echte percentage aandelen bij aankoop. Op zich is er niets mis met een fonds dat in andere fondsen belegt (zogenaamde dakfondsen), maar weet dat dit vaak leidt tot een erg hoge kostenstructuur omdat je uiteindelijk de kosten van de onderliggende fondsen en de kosten van het dakfonds zelf betaalt. Spreid je beleggingen over verschillende fondsen. Blijf je beleggingen ook spreiden in de tijd, zelfs al zegt je bankier dat dit bij flexfondsen, omwille van goede risicobeheer, niet noodzakelijk is.