• Het financiële vermogen van de Belgen komt eind maart 2014 boven 1.100 miljard euro uit, dat is 17% hoger dan vóór de crisis.

• Zo beschikten de Belgische gezinnen eind 2013 over een gemiddeld financieel vermogen van 227.210 euro (3,8% meer dan eind 2012). En daarbij komt nog een gemiddeld onroerend vermogen van 237.000 euro per gezin. De risicovolle activa maken nog altijd maar 25% van het financiële vermogen uit. De deposito's vormen immers nog altijd het leeuwendeel van de activa, terwijl de risicovollere activa vóór de crisis een grotere plaats innamen. Dat is aan het veranderen dankzij positieve waarderingseffecten.

• Vooral die laatste liggen aan de grondslag van het nettovermogen dat de voorbije drie jaar werd opgebouwd: de Belgen blijven zowat 6 miljard euro per kwartaal sparen, maar 90% daarvan stroomt nog altijd naar risicoloze activa. De waarderingseffecten van de risicovolle activa zijn al drie jaar (vooral sinds 2012) erg hoog geweest: respectievelijk ruim 11 en 16 miljard euro voor de aandelen en de beveks over de drie jaar. Globaal genomen zijn die effecten vergelijkbaar met die van na de crisis in 2001, toen de waardevernietiging groter was.

• Zoals blijkt uit de cijfers voor het eerste kwartaal zullen die effecten het vermogen vermoedelijk verder doen toenemen in 2014. Maar zal dat zo blijven? Het zou wel vrij uitzonderlijk zijn mochten de waarderingseffecten drie jaar op rij stijgen.

• En ook al spaarden de Belgen in het eerste kwartaal iets minder dan gewoonlijk, toch zijn ze gestopt met hun obligaties van de hand te doen en belegden ze in beveks (30% meer dan in 2013) en in aandelen (evenveel als in heel 2013); de ING- Beleggersbarometer toont aan dat die tendens wel eens zou kunnen aanhouden.

• Doordat hun vermogen nog altijd minder risicovol is dan vóór de crisis, zijn de Belgen beter beschermd tegen ongelukken op de beurs, maar groeien hun activa ook minder snel dan bij een normaal beursherstel, wanneer de markten het beter doen.

• Bij de brutoactiva komt een schuld van 45.950 euro per gezin (een toename van 2,2% tegenover eind 2012). Begin 2014 bedroeg de schuld van de Belgische gezinnen 221 miljard euro of 57,2% van het bbp, wat een record is maar toch uitzonderlijk stabiel blijft sinds eind 2012. De nieuwe schuldenlast van de Belgische gezinnen was eigenlijk historisch laag in 2013 (5,6 miljard euro). De vertraging van de groei van de passiva van de gezinnen is vooral toe te schrijven aan de dynamiek van de productie van hypothecaire leningen die lijdt onder de vertraging op de vastgoedmarkt. Door die vertraging is het aandeel van de langetermijnkredieten in het bbp trouwens rond 53% blijven hangen sinds midden 2011 (54% in het eerste kwartaal 2014, tegenover een gemiddelde van 61% in de eurozone sinds 2008). Ook het aandeel van het onroerende vermogen in het totale vermogen is daardoor ietwat teruggelopen, van 54% in 2008 naar 51% in 2013. Een trend die waarschijnlijk nog enkele jaren zal voortduren, zoals aangekondigd in de ING Focus Vermogen van 2013.

• Het financiële vermogen van de Belgen komt eind maart 2014 boven 1.100 miljard euro uit, dat is 17% hoger dan vóór de crisis. • Zo beschikten de Belgische gezinnen eind 2013 over een gemiddeld financieel vermogen van 227.210 euro (3,8% meer dan eind 2012). En daarbij komt nog een gemiddeld onroerend vermogen van 237.000 euro per gezin. De risicovolle activa maken nog altijd maar 25% van het financiële vermogen uit. De deposito's vormen immers nog altijd het leeuwendeel van de activa, terwijl de risicovollere activa vóór de crisis een grotere plaats innamen. Dat is aan het veranderen dankzij positieve waarderingseffecten. • Vooral die laatste liggen aan de grondslag van het nettovermogen dat de voorbije drie jaar werd opgebouwd: de Belgen blijven zowat 6 miljard euro per kwartaal sparen, maar 90% daarvan stroomt nog altijd naar risicoloze activa. De waarderingseffecten van de risicovolle activa zijn al drie jaar (vooral sinds 2012) erg hoog geweest: respectievelijk ruim 11 en 16 miljard euro voor de aandelen en de beveks over de drie jaar. Globaal genomen zijn die effecten vergelijkbaar met die van na de crisis in 2001, toen de waardevernietiging groter was. • Zoals blijkt uit de cijfers voor het eerste kwartaal zullen die effecten het vermogen vermoedelijk verder doen toenemen in 2014. Maar zal dat zo blijven? Het zou wel vrij uitzonderlijk zijn mochten de waarderingseffecten drie jaar op rij stijgen. • En ook al spaarden de Belgen in het eerste kwartaal iets minder dan gewoonlijk, toch zijn ze gestopt met hun obligaties van de hand te doen en belegden ze in beveks (30% meer dan in 2013) en in aandelen (evenveel als in heel 2013); de ING- Beleggersbarometer toont aan dat die tendens wel eens zou kunnen aanhouden. • Doordat hun vermogen nog altijd minder risicovol is dan vóór de crisis, zijn de Belgen beter beschermd tegen ongelukken op de beurs, maar groeien hun activa ook minder snel dan bij een normaal beursherstel, wanneer de markten het beter doen. • Bij de brutoactiva komt een schuld van 45.950 euro per gezin (een toename van 2,2% tegenover eind 2012). Begin 2014 bedroeg de schuld van de Belgische gezinnen 221 miljard euro of 57,2% van het bbp, wat een record is maar toch uitzonderlijk stabiel blijft sinds eind 2012. De nieuwe schuldenlast van de Belgische gezinnen was eigenlijk historisch laag in 2013 (5,6 miljard euro). De vertraging van de groei van de passiva van de gezinnen is vooral toe te schrijven aan de dynamiek van de productie van hypothecaire leningen die lijdt onder de vertraging op de vastgoedmarkt. Door die vertraging is het aandeel van de langetermijnkredieten in het bbp trouwens rond 53% blijven hangen sinds midden 2011 (54% in het eerste kwartaal 2014, tegenover een gemiddelde van 61% in de eurozone sinds 2008). Ook het aandeel van het onroerende vermogen in het totale vermogen is daardoor ietwat teruggelopen, van 54% in 2008 naar 51% in 2013. Een trend die waarschijnlijk nog enkele jaren zal voortduren, zoals aangekondigd in de ING Focus Vermogen van 2013.