Dit scenario doet zich voor wanneer de beleidsvoerders de politiek van verlaging van rente zouden doorzetten, kwantitatieve versoepeling en andere maatregelen die de liquiditeiten moeten verhogen om de economie te steunen.

Deze modus operandi, aangenomen door alle staten in 2009, is een absolute mislukking geweest, wat niet noodzakelijk betekent dat het zal worden stopgezet (cfr. het Japanse voorbeeld): hoe meer de markten wankelen, hoe meer kans er bestaat dat men opnieuw de geldpers laat draaien.

Er bestaat een welverspreide gedachte onder de centrale banken en de politici dat men zich van zijn schuld kan afmaken door middel van inflatie.

Nochtans zal deflatie uiteindelijk de last van de schuld te zwaar maken om gedragen te worden wat de prijs van de reële activa zal doen ineenstorten.

De Nikkei blijft heden ten dage nog steeds aan een niveau dat lager ligt dan 70% van zijn hoogste niveau van 1989. Deze hypothese brengt ons regelrecht naar een (of meerdere) verloren decennium (decennia) - en vormt het risico om het geprivilegieerde pad te worden van beleidsvoerders die eerder bekommerd zijn om hun herverkiezing dan het voeren van pijnlijke hervormingen.

Hoe investeren in het geval van dit scenario?

De perceptie van de geldpers als oplossing voor alle kwalen betekent dat de belegger activa en een investeringshorizon zal moeten kiezen die hem beschermen bij een situatie van zwakke groei, lage rente en een toenemend risico van 'Japanisatie'. Binnen dit scenario zijn goud en de tastbare activa de voornaamste vectoren van diversificatie.

De analisten van Saxo Bank raden een portefeuille aan die samengesteld is uit 25% goud en zilver en 15% van andere activa binnen sectoren zoals landbouw of energie.

Beleggers kunnen zich richten tot CFD of ETF Grondstoffen naargelang hun beleggingshorizon (CFD voor de korte termijn en ETF voor de lange termijn).

Nogmaals is hier een cashgedeelte van 25% noodzakelijk om rekening te houden met de ontwrichting van de kredietmarkt. Voor de rest behoudt Jacobsen 10% aan private obligaties en uiteindelijk 25% in aandelen van hoog rendement (globale actoren).

Die portefeuille biedt een 'reëel rendement' (rendement beschermd tegen inflatie) en laat toe geduldig de uitkomst van de crisis af te wachten.

Dit scenario doet zich voor wanneer de beleidsvoerders de politiek van verlaging van rente zouden doorzetten, kwantitatieve versoepeling en andere maatregelen die de liquiditeiten moeten verhogen om de economie te steunen. Deze modus operandi, aangenomen door alle staten in 2009, is een absolute mislukking geweest, wat niet noodzakelijk betekent dat het zal worden stopgezet (cfr. het Japanse voorbeeld): hoe meer de markten wankelen, hoe meer kans er bestaat dat men opnieuw de geldpers laat draaien. Er bestaat een welverspreide gedachte onder de centrale banken en de politici dat men zich van zijn schuld kan afmaken door middel van inflatie. Nochtans zal deflatie uiteindelijk de last van de schuld te zwaar maken om gedragen te worden wat de prijs van de reële activa zal doen ineenstorten. De Nikkei blijft heden ten dage nog steeds aan een niveau dat lager ligt dan 70% van zijn hoogste niveau van 1989. Deze hypothese brengt ons regelrecht naar een (of meerdere) verloren decennium (decennia) - en vormt het risico om het geprivilegieerde pad te worden van beleidsvoerders die eerder bekommerd zijn om hun herverkiezing dan het voeren van pijnlijke hervormingen.Hoe investeren in het geval van dit scenario? De perceptie van de geldpers als oplossing voor alle kwalen betekent dat de belegger activa en een investeringshorizon zal moeten kiezen die hem beschermen bij een situatie van zwakke groei, lage rente en een toenemend risico van 'Japanisatie'. Binnen dit scenario zijn goud en de tastbare activa de voornaamste vectoren van diversificatie. De analisten van Saxo Bank raden een portefeuille aan die samengesteld is uit 25% goud en zilver en 15% van andere activa binnen sectoren zoals landbouw of energie. Beleggers kunnen zich richten tot CFD of ETF Grondstoffen naargelang hun beleggingshorizon (CFD voor de korte termijn en ETF voor de lange termijn). Nogmaals is hier een cashgedeelte van 25% noodzakelijk om rekening te houden met de ontwrichting van de kredietmarkt. Voor de rest behoudt Jacobsen 10% aan private obligaties en uiteindelijk 25% in aandelen van hoog rendement (globale actoren). Die portefeuille biedt een 'reëel rendement' (rendement beschermd tegen inflatie) en laat toe geduldig de uitkomst van de crisis af te wachten.