De statistieken over het vermogen van beleggers om consistent de markt te verslaan zijn ontnuchterend. Gemeten over lange periodes wijzen de cijfers uit dat minder dan 20 procent van de fondsbeheerders erin slaagt na aftrek van de kosten beter te doen dan de markt. En corrigeer je ook nog voor risico's en toeval, dan is dat cijfer nog lager. Dat betekent niet dat de sector van het professionele vermogensbeheer geen toegevoegde waarde heeft.

De prioriteit van het institutionele vermogensbeheer is lang niet altijd de markt te verslaan, maar wel een portefeuille op te bouwen die aan bepaalde verplichtingen voldoet. Een levensverzekeraar die contractueel een minimaal rendement moet bieden in een tak21, combineert de marktreturns van diverse activa om tot dat minimum te komen, veeleer dan dat hij probeert beter te doen dan de markt.

De grootste vijand van de particuliere belegger is de particuliere belegger zelf

Levensverzekeraars moeten hun portefeuillebeheer ook inschrijven in de strenge beperkingen die de Solvency II-richtlijn oplegt. Bedrijfspensioenfondsen bouwen portefeuilles die de pensioenverplichtingen moeten afdekken. Onder de internationale boekhoudnormen worden die verplichtingen geactualiseerd aan de marktrente, wat pensioenfondsen er prioritair toe aanzet dat renterisico in te dekken.

Voor veel institutionele beleggers betekent beleggen dus het kanaliseren veeleer dan het verbeteren van de marktreturns. Voor hen kan actief beheer een ongewild risico inhouden, omdat ze daardoor harde verbintenissen kunnen mislopen. De minprestatie van veel fondsbeheerders tegenover de markt is ook eerder beperkt en wordt voor een groot stuk verklaard door de kosten.

De markt heeft geen kosten, de fondsbeheerder wel. Het mag ook worden vermeld dat op de markt van de hefboomfondsen een relatief hoog percentage van de beheerders de markt verslaat, maar hun hoge kosten consumeren de hele meerprestatie op. En de beste hefboomfondsen zijn lang niet voor iedereen toegankelijk.

Het beeld van de professionele markt van het vermogensbeheer is gemengd. Dat van de particuliere markt is een ramp. De hoogleraren Barber en Odean zijn zowat de wereldautoriteit in dat domein. Ze stellen vast dat particuliere beleggers het per jaar gemiddeld bijna 4 procent minder goed doen dan de markt, waarmee de totale risicopremie van de aandelenmarkt wordt weggevaagd. Ze kunnen net zo goed in obligaties beleggen.

Transactiekosten spelen een grote rol. Het verschil in prestatie tussen beleggers met de hoogste en de laagste portefeuillerotatie bedraagt 7 procent per jaar. Barber schat het percentage particuliere beleggers dat consistent de beurs verslaat op 1 procent.

Voor de vrouwen mag het een troost zijn dat mannen het er slechter van afbrengen, à rato van 1 procent per jaar. De reden is dat mannen overmoedig zijn, wat zich vertaalt in een groter aantal transacties. Maar dat weerhoudt mannen er niet van hogere verwachtingen te hebben over hun prestaties dan vrouwen. Waar hebben we dat nog gehoord?

Hoe staat het met de particuliere beleggers die zelf fondsen kopen en verkopen? Die cijfers zijn geen ramp, maar een catastrofe. De jaarlijkse studie van Dalbar over Amerikaanse particuliere fondsenbeleggers leert dat de aandelenfondsenbeleggers het op vijf jaar jaarlijks 6 procent minder goed doen dan de markt. Op dertig jaar loopt dat op tot bijna 7 procent per jaar. Voor obligaties is dat 3 en 6 procent.

De grootste vijand van de particuliere belegger is de particuliere belegger zelf. Vraag het maar aan de 500.000 aandeelhouders van Fortis die dachten dat ze in een goedehuisvaderaandeel hadden belegd - een waanidee dat indruist tegen de aard van de banksector. Banken zijn per definitie geen goedehuisvaderaandelen vanwege de enorme leverage die eigen is aan het bancaire model.

Professionele vermogensbeheerders blinken dan misschien niet uit in het verslaan van de markt, ze brengen het er voor particuliere klanten hoogstwaarschijnlijk veel beter van af dan particulieren die voor zichzelf beleggen. De privatebankingindustrie zou moeten overwegen in te zetten op het gegeven dat door je vermogen aan een private banker toe te vertrouwen, de klant tegen zichzelf beschermt, liever dan in te zetten op de vermeende en twijfelachtige capaciteit om de markt te verslaan.