In India moesten miljoenen arbeidsmigranten te voet terugkeren van de grootstad naar hun geboortedorp. In Ecuador stapelden de lichamen van slachtoffers zich op in de straten, en in Zuid-Afrika stonden in de sloppenwijken lange rijen voor voedselbedelingen. De beelden die ons sporadisch uit ontwikkelingslanden bereiken, zijn ontluisterend: voor rijke landen is de pandemie een nooit geziene uitdaging, voor arme landen een onbeheersbare catastrofe.
...

In India moesten miljoenen arbeidsmigranten te voet terugkeren van de grootstad naar hun geboortedorp. In Ecuador stapelden de lichamen van slachtoffers zich op in de straten, en in Zuid-Afrika stonden in de sloppenwijken lange rijen voor voedselbedelingen. De beelden die ons sporadisch uit ontwikkelingslanden bereiken, zijn ontluisterend: voor rijke landen is de pandemie een nooit geziene uitdaging, voor arme landen een onbeheersbare catastrofe. Wat zich afspeelt in achtergestelde regio's in Azië, Afrika en Latijns-Amerika is vooreerst een menselijke tragedie. Maar de groeilanden, zoals ze in de financiële wereld worden genoemd, staan er ook economisch benard voor. De wereldhandel is sterk gedaald, het toerisme is stilgevallen en broodnodige geldtransfers zijn opgedroogd. Voeg daarbij de giftige cocktail van hoge schulden en krimpende internationale geldreserves, en je krijgt wat economen een perfecte storm noemen. Zo'n honderd landen hebben bij het Internationaal Monetair Fonds aangeklopt voor financiële noodhulp. Het is duidelijk dat er een stevige crisis broeit. En dat is geen bijkomstigheid voor het rijke Westen. De groeilanden zijn goed voor 60 procent van de wereldeconomie. Als die regio's crashen, deelt het onvermijdelijk in de brokken. Bij beleggers laaide de vrees voor een groeilandencrisis vooral in maart hoog op. Die maand vond de grootste kapitaalvlucht uit die regio's ooit plaats. Beleggers haalden maar liefst drie keer zoveel geld terug uit de opkomende markten als op het hoogtepunt van de financiële crisis, becijferde het Institute of International Finance (IFF). Door de algehele beurscrash raakten berichten over de groeilanden toen wat ondergesneeuwd, maar er was blinde paniek bij beleggers, die aandelen en obligaties uit de groeilanden tegelijk de deur uitgooiden. Sindsdien zijn de markten gekalmeerd en de kapitaalstromen gestabiliseerd. Dat is in belangrijke mate te danken aan de Federal Reserve (Fed). De Amerikaanse centrale bank stelde via zogenoemde swaplijnen dollars ter beschikking die broodnodig waren voor de groeilanden, waar overheden en bedrijven vaak schulden hebben in dollar. "De Fed heeft heel goed gereageerd op de crisis door de centrale bank van de wereld te spelen", oordeelt Rob Carnell, hoofdeconoom voor Azië bij de Nederlandse bank ING. De vraag is of de relatieve kalmte in de groeimarkten gefundeerd is of de stilte voor een nieuwe storm. Volgens Carnell hangt het antwoord in eerste instantie af van de risicoappetijt bij de beleggers. En die lijkt terug te zijn. "Het is opmerkelijk hoe snel de beurzen vooral in Verenigde Staten gestegen zijn", merkt hij op. Carnell twijfelt of dat herwonnen vertrouwen bij beleggers gerechtvaardigd is: "De economische groei zal nog verschillende kwartalen onder druk staan voor we een echt herstel krijgen. Dan lijken de beurzen weinig gedaald voor de klap die de bedrijfswinsten ongetwijfeld zullen krijgen. Beleggers lijken te geloven in een snel herstel, maar in sommige delen van de wereld is er nog geen licht aan het einde van de tunnel." Daarnaast twijfelt Carnell of de rust even makkelijk zal terugkeren als de vlam nog eens in de pan schiet: "De centrale banken en de overheden hebben de meeste maatregelen nu wel genomen. Er is weinig ruimte om nog meer te verrassen, terwijl er nog slecht economisch nieuws aan zit te komen." Een nieuwe kapitaalvlucht met een bijbehorende schok voor de groeilanden valt dus niet uit te sluiten. De groeilanden zijn een containerbegrip voor een bonte verzameling landen, van de opkomende wereldmacht China tot het door conflicten geteisterde Nigeria. Ze hebben gemeen dat ze dankzij een hogere economische groei op weg lijken ooit de rijke landen bij te benen, meer niet. In de aanpak van de coronacrisis is het clubje al even divers. Luke Richdale, groeilandenspecialist bij de vermogensbeheerder J.P. Morgan Asset Management, schetst het brede spectrum in hun beleid om de gezondheidscrisis te beteugelen. "Aan de ene kant heb je landen zoals China en Taiwan. Zij hebben doortastend ingegrepen met drastische lockdowns en vergaande social distancing en contacttracing. Aan de andere kant zijn er landen die trage of weinige maatregelen hebben genomen, zoals Brazilië en Mexico." Ook het antwoord op de economische crisis is erg divers. Soms omdat groeilanden bewust andere keuzes hebben gemaakt. Een voorbeeld daarvan is China. Donald Amstad, die die regio's al decennia volgt als strateeg voor Aberdeen Standard Investments, wijst erop dat Peking een eigen weg heeft gekozen. "In het Westen worden alle financiële regels overboord gegooid. Overheden en centrale banken gooien er enorme sommen tegenaan, tot 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp). China heeft dat bewust niet gedaan, zodat de inspanningen van de afgelopen jaren om de schulden in te perken niet teniet worden gedaan." Maar meestal is de andere aanpak in de groeilanden geen bewuste keuze. "Groeilanden zijn beperkter in wat ze kunnen doen", zegt Carnell. "Ze vrezen bijvoorbeeld een lagere kredietscore te krijgen bij de ratingagentschappen, met hogere rentes en een kapitaalvlucht tot gevolg. Eigenlijk zouden de groeilanden de kredietbeoordelaars moeten negeren en geld uitgeven om hun economie te redden, maar dat kunnen ze niet uit vrees dat hun munt te hard onderuit zal gaan." De coronacrisis strooit zo zout in structurele wonden. In de eerste plaats zijn de groeilanden financieel kwetsbaar door hun hoge schulden. Volgens het IFF bedroegen die eind vorig jaar maar liefst 220 procent van het bbp. Landen als Argentinië, Venezuela, Zambia en Libanon lijken zelfs lijnrecht op een bankroet af te stevenen. Om de schuldenlast wat te verlichten hebben de landen uit de G20-club van de grootste economieën beslist geen terugbetalingen te vragen van de armste 77 landen. Dat geeft wat ademruimte, maar er zal veel meer nodig zijn. "Landen hebben gewoon geen andere keuze dan meer te lenen. De prioriteit moet nu zijn niet nog meer capaciteit in de economie verloren te laten gaan", zegt Carnell. De econoom met standplaats in Singapore denkt dat de markten zich niet onmiddellijk zorgen zullen maken over een toename van de schulden, maar dat moment komt later wel. "Dan zal er mogelijk een vorm van schuldkwijtschelding nodig zijn. Dat is niet alleen ethisch, maar ook voordelig voor de rijke landen, want zij hebben sterke groeilanden nodig", klinkt het. Een tweede structurele wonde is hun afhankelijkheid van inkomsten uit grondstoffen, vooral olie. De olieprijs is ingestort door het stilvallen van de wereldeconomie en het strategische spel tussen enkele voorname olieproducenten. "De groeilanden hebben zo eigenlijk twee crisissen doorgemaakt", zegt Richdale. "De eerste is de pandemie, de tweede is de crash van de olieprijs. Die tweede slaat in olieproducerende landen als Rusland, Mexico en Indonesië hard toe." Er zijn natuurlijk groeilanden die hun energie importeren. Amstad: "Voor hen is de lage olieprijs een gigantisch voordeel, want die zorgt voor een verbetering van de betalingsbalans, drukt de inflatie en geeft de economische groei een boost. Het is een natuurlijke buffer tegen de impact van de coronacrisis." Een blik op de groeilanden is niet alleen belangrijk omdat er een crisis dreigt, maar ook omdat het nieuwe normaal er vorm begint te krijgen. Landen in Azië die eerder werden getroffen door het virus en drastisch hebben ingrepen, staan nu verder met de heropening van de economie. "In China draaien de meeste fabrieken weer op volle toeren, maar over de vraag zijn we minder positief", analyseert Richdale. Amstad sluit zich daar bij aan : "Nog niet alles is normaal. Mensen dansen niet kussend door de straten zoals na de Tweede Wereldoorlog. China is getraumatiseerd. De vrees leeft dat het virus kan terugkeren." "In Azië maakt men zich ook veel zorgen over de Verenigde Staten", gaat Amstad verder. "President Donald Trump zoekt een zondebok voor zijn falen en China is daarvoor een makkelijk doelwit. Mensen bereiden zich daarom voor op een nieuwe toename van de handelsspanningen. Daar komt geen winnaar uit." Op lange termijn blijven de groeilanden evenwel hun naam waard, luidt het oordeel eensgezind bij de specialisten. "De opkomende marken blijven een groeiverhaal", aldus Carnell. "Vanaf 2022 zullen die economieën weer jaarlijks met 5 procent of meer groeien. Waar elders kan een belegger zulke cijfers vinden?" Voor Amstad is het opvallend hoe sterk de Aziatisch marken hebben standgehouden. Hij tipt vooral op China, "een heel grote en liquide, maar inefficiënte markt". Daar kunnen beleggers van profiteren. "Beleggers vragen me wel eens hoeveel ze moeten investeren in China. Mijn antwoord is: voor elke dollar die je in de Verenigde Staten investeert, moet je minstens evenveel in China beleggen." Ook Richdale ziet kansen, omdat de verkoopgolf die over de groeilanden rolde weinig onderscheid maakte tussen goede en slechte bedrijven. Veel beleggers investeren in de groeilanden via passieve fondsen die een onderliggende index volgen, zoals de MSCI Emerging Markets, een korf met aandelen uit de groeilanden. "Dat creëert veel kansen, want bedrijven van hoge kwaliteit zijn even zwaar afgestraft als minder goede." Richdale besluit dat de beste bedrijven tijdens deze crisis marktaandeel kunnen winnen. "Leiders zullen nog sterker worden."