Het Europese beursverhaal was het afgelopen decennium een pak bescheidener dan dat van Wall Street. In tegenstelling tot het voorgaande decennium, van 2000 tot 2010. Toen moesten de Europese aandelenmarkten niet onderdoen voor de Amerikaanse collega's. Maar de voorbije tien jaar was het verschil ontluisterend, zelfs als we de Amerikaanse prestaties omzetten naar euro. De return (koerswinst + dividenden) van de Eurostoxx50-index - de belangrijkste vijftig bedrijven uit de eurozone - bleef steken op 84 procent in de afgelopen tien jaar, of gemiddeld 6,3 procent per jaar. Dat staat in schril contrast met de 298 procent van de Standa...

Het Europese beursverhaal was het afgelopen decennium een pak bescheidener dan dat van Wall Street. In tegenstelling tot het voorgaande decennium, van 2000 tot 2010. Toen moesten de Europese aandelenmarkten niet onderdoen voor de Amerikaanse collega's. Maar de voorbije tien jaar was het verschil ontluisterend, zelfs als we de Amerikaanse prestaties omzetten naar euro. De return (koerswinst + dividenden) van de Eurostoxx50-index - de belangrijkste vijftig bedrijven uit de eurozone - bleef steken op 84 procent in de afgelopen tien jaar, of gemiddeld 6,3 procent per jaar. Dat staat in schril contrast met de 298 procent van de Standard&Poor's500-index - de belangrijkste 500 Amerikaanse ondernemingen - of 14,8 procent per jaar. De Stoxx600-index en de Bel-20-index doen met een return van respectievelijk 103 en 102 procent iets beter (gemiddeld 7,3% per jaar), maar blijven ook ver achter op de Amerikaanse referentie-index.Daar zijn tal van redenen voor. Zo greep de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, na de bankencrisis forser in en gebruikte ze vrij snel het wapen van de monetaire versoepeling (QE, het opkopen van obligaties). De Europese Centrale Bank (ECB) deed er enkele jaren over om de quantative easing toe te passen, ondanks het feit dat de Europese Unie aan het begin van het decennium een existentiële eurocrisis beleefde. Het belangrijkste verschil blijft het gewicht van technologiebedrijven in de indexen. De Europese indexen blijven vrij klassiek samengesteld, terwijl de S&P500-index meer en meer door de techgiganten wordt gedomineerd. Tussen 2010 en 2020 liet de Nasdaq-index zelfs een return van 493 procent in euro of een gemiddelde opbrengst van 19,5 procent per jaar optekenen. Die gigantische kloof kreeg het voorbije jaar met de coronacrisis een extra climax: een jaarverschil van iets meer dan 35 procent.Maar staan we aan het begin van een keerpunt? Mee dankzij de zwakkere dollar was het voor een aandelenbelegger in november en december (zeer gunstig vaccinnieuws) een pak lucratiever om in de Eurostoxx50-index te beleggen, dan in de S&P500-index of de Nasdaq-index. De bekendste graadmeter uit de eurozone scoorde een return van liefst 20,2 procent, tegenover slechts 9,75 procent voor de S&P500-index en 12,7 procent voor de Nasdaq-index.We denken dat daarmee de toon voor 2021 is gezet. Dat jaar staat in het teken van de normalisering van de economie. 2021 kan een goed tot zeer goed jaar worden voor Europese aandelen. Minstens even goed als voor Amerikaanse aandelen, waar de Europese investeerder met de handicap van de verzwakkende dollar kampt. De techgiganten moeten bovendien vergelijken met de uitzonderlijke goede resultaten van 2020 door de covid-19-pandemie. In Europa kan de Green Deal van de Europese Unie inspirerend werken en zien we de appetijt toenemen om in aandelen te beleggen. Maar het is nog geen gewonnen spel voor Europese aandelen. In het najaar zijn er verkiezingen in Duitsland, in principe zonder Angela Merkel als kandidaat. Volgend jaar moet Emmanuel Macron proberen zichzelf op te volgen. De Europese beurzen kunnen hun momentum snel weer verliezen als we in een politiek machtsvacuüm zouden verzanden.