Een van de bekendste beleggingswijsheden is Sell in May and Go Away. Het lijkt een wel heel simpele beurswijsheid. Al hoort die vervolledigd te worden met But Remember to Come Back in September. Uit verschillende onderzoeken blijkt er wel degelijk een kern van waarheid in dat beursgezegde te zitten. Er is voor Wall Street zelfs historisch materiaal dat teruggaat tot het einde van de negentiende eeuw. Daaruit blijkt dat de periode mei-augustus gemiddeld 0 tot maximaal 1,9 procent return oplevert, naargelang het onderzoek en de periode. Dat is een stuk minder dan de periode september-april, waarvoor de gemiddelde rendementen tussen 6 en 7 procent schommelen.

De eerste vier maanden van 2019 behoren tot de strafste stijgingen van de voorbije eeuw op Wall Street.

Het is absoluut niet zo dat de periode mei-augustus aandelenbeleggers bijna jaarlijks teleurstelling brengt. Integendeel, over meer dan honderd jaar zagen we slechts 40 procent negatieve rendementen in die zomerperiode, tegenover 28 procent negatieve returns op jaarbasis. Er zijn dus heus wel beurszomers die prima verlopen. In het jargon spreekt men dan van campingrally's.

Spectaculaire stijging

Uiteraard hebben we geen glazen bol om te zien of de wijsheid dit jaar al dan niet zal opgaan, maar we achten die kans dit jaar toch veel waarschijnlijker dan gemiddeld. Het belangrijkste argument is dat we in 2019 tot nu toe al een spectaculaire stijging hebben gekregen. Al moeten we natuurlijk wel toegeven dat aan die fraaie klim een bijzonder forse correctie voorafging in het laatste kwartaal van 2018.

De eerste vier maanden van 2019 behoren tot de top vijf van de strafste stijgingen van de voorbije honderd jaar op Wall Street (afgemeten aan de klim van de Standard&Poor's500-index), maar de beursgeschiedenis zegt ons dat het vervolg van het jaar niet noodzakelijk slecht zal zijn. In de jaren 1930 en 1987 is het de aandelenmarkten nadien wel heel slecht vergaan, maar er zijn ook jaren dat de stijging overeind is gebleven. Het typische fenomeen van een correctie vanaf de lente tot het eind van de zomer zien we vooral als er in de voorafgaande periode een sterke koersontwikkeling is geweest, doorgaans vanaf het najaar van het jaar voordien. Met drie erg zwakke maanden aan het einde van vorig jaar is aan dat klassieke scenario niet echt voldaan.

Toch houden we er wel degelijk rekening mee dat de aandelenmarkten het de komende drie tot zes maanden een stuk zwakker zullen presteren dan in het eerste derde van het jaar. Vooreerst lijkt de rentedaling achter de rug omdat de mindere gang van zaken in de wereldeconomie en de bijbehorende aanpassing van het rentebeleid door de belangrijkste centrale banken verrekend is in de obligatiekoersen. Die steun valt weg. Daarnaast steunt de klim al te zeer op verwachtingen over een gunstige deal tussen de Verenigde Staten en China en over een aanvaardbare oplossing voor de brexit. Geen van beide is er tot nog toe. Tot slot zijn er de alarmsignalen van een oververhitting: fusie- en overnamekoorts en de beursgang van fors verlieslatende bedrijven, die ondanks pittige waarderingen toch een (erg) warme ontvangst krijgen op Wall Street.