Sparen kunt u op verschillende manieren. U opent gewoon een spaarboekje of u koopt een veilige kasbon. U investeert in een eigen huis of u belegt uw spaarcenten rechtstreeks op de beurs. Andere beleggers stellen vertrouwen in gestructureerde of verpakte producten. Zowel banken als verzekeraars bieden dat soort beleggingen aan: enerzijds zijn er de beleggingsverzekeringen (Tak 21, 23 en 26) en anderzijds de beleggingsvennootschappen (beveks en bevaks).

De Tak 21-beleggingsverzekering is een van de populairste verpakte producten. Vanwege de turbulente tijden op de beurs zijn heel wat beleggers op zoek naar zekerheid en een gewaarborgd rendement. Die krijgen ze met een Tak 21, op voorwaarde natuurlijk dat de verzekeraar niet over de kop gaat. Het rendement van een Tak 21 valt uiteen in een gewaarborgd rendement en een winstdeelneming. Het gewaarborgde rendement is de laatste jaren naar beneden getuimeld. De tijd dat 4,75% werd geboden, is al lang voorbij. De winstdeelneming krikt het rendement gelukkig op tot een nog aanvaardbaar niveau.

Na de bekendmaking van de winstdeelnemingen van 2011 blijkt dat ook die bedragen heel laag zijn. De Tak 21-belegger krijgt dus een geringe gewaarborgde rente en een verwaarloosbare deelname in de winst. De bruto-opbrengst komt daardoor uit tussen 2 tot 4%. Als daar de piekende inflatie van wordt afgetrokken, halen heel wat spaarders een negatief reëel rendement. Dat is natuurlijk te verklaren door de moeilijke marktomstandigheden. Ook voor de vastrentende producten is het niet vanzelfsprekend om goed te presteren zonder onverantwoorde risico's te nemen.

Maar daar stopt het niet. Er zijn nog twee kapers op de kust die het rendement verder uithollen. De eerste is de fiscus. Op elke premiestorting moet een belasting van 1,1% worden betaald. Daarbovenop is soms een inkomstenbelasting verschuldigd; die bedraagt sinds begin dit jaar 21%. Gelukkig heeft de regering-Di Rupo de uitgebreide vrijstellingen niet afgeschaft. Maar wat niet is, kan nog komen.

De tweede kaper op de kust zijn de instap- en de uitstapkosten. In principe worden de beheerskosten afgetrokken van de gepubliceerde rendementen. Doorgaans gaat het om een paar procenten van het kapitaal, wat dus neerkomt op een nieuwe aanslag op het povere rendement is.

De geïnformeerde belegger doet er goed aan alle kosten van een Tak 21-beleggingsverzekering - waaronder de belastingen - op een rijtje te zetten en die af te wegen tegen het geboden rendement. Enkel dan weet u als belegger of u goed bezig bent.

Anton van Zantbeek, advocaat Rivus

Sparen kunt u op verschillende manieren. U opent gewoon een spaarboekje of u koopt een veilige kasbon. U investeert in een eigen huis of u belegt uw spaarcenten rechtstreeks op de beurs. Andere beleggers stellen vertrouwen in gestructureerde of verpakte producten. Zowel banken als verzekeraars bieden dat soort beleggingen aan: enerzijds zijn er de beleggingsverzekeringen (Tak 21, 23 en 26) en anderzijds de beleggingsvennootschappen (beveks en bevaks). De Tak 21-beleggingsverzekering is een van de populairste verpakte producten. Vanwege de turbulente tijden op de beurs zijn heel wat beleggers op zoek naar zekerheid en een gewaarborgd rendement. Die krijgen ze met een Tak 21, op voorwaarde natuurlijk dat de verzekeraar niet over de kop gaat. Het rendement van een Tak 21 valt uiteen in een gewaarborgd rendement en een winstdeelneming. Het gewaarborgde rendement is de laatste jaren naar beneden getuimeld. De tijd dat 4,75% werd geboden, is al lang voorbij. De winstdeelneming krikt het rendement gelukkig op tot een nog aanvaardbaar niveau.Na de bekendmaking van de winstdeelnemingen van 2011 blijkt dat ook die bedragen heel laag zijn. De Tak 21-belegger krijgt dus een geringe gewaarborgde rente en een verwaarloosbare deelname in de winst. De bruto-opbrengst komt daardoor uit tussen 2 tot 4%. Als daar de piekende inflatie van wordt afgetrokken, halen heel wat spaarders een negatief reëel rendement. Dat is natuurlijk te verklaren door de moeilijke marktomstandigheden. Ook voor de vastrentende producten is het niet vanzelfsprekend om goed te presteren zonder onverantwoorde risico's te nemen.Maar daar stopt het niet. Er zijn nog twee kapers op de kust die het rendement verder uithollen. De eerste is de fiscus. Op elke premiestorting moet een belasting van 1,1% worden betaald. Daarbovenop is soms een inkomstenbelasting verschuldigd; die bedraagt sinds begin dit jaar 21%. Gelukkig heeft de regering-Di Rupo de uitgebreide vrijstellingen niet afgeschaft. Maar wat niet is, kan nog komen.De tweede kaper op de kust zijn de instap- en de uitstapkosten. In principe worden de beheerskosten afgetrokken van de gepubliceerde rendementen. Doorgaans gaat het om een paar procenten van het kapitaal, wat dus neerkomt op een nieuwe aanslag op het povere rendement is.De geïnformeerde belegger doet er goed aan alle kosten van een Tak 21-beleggingsverzekering - waaronder de belastingen - op een rijtje te zetten en die af te wegen tegen het geboden rendement. Enkel dan weet u als belegger of u goed bezig bent. Anton van Zantbeek, advocaat Rivus