Het Amerikaanse resultatenseizoen gaat deze week naar zijn piek met een stortvloed aan resultaten. Daar zijn belangrijke klassieke waarden bij als Boeing en Caterpillar. Maar de aandacht zal vooral uitgaan naar de cijfers van een half dozijn techgiganten. Het begint op maandagavond met Tesla Motors. Dat kan al meteen voor wat koersspektakel zorgen. Op dinsdag krijgen we nabeurs de cijfers van Alphabet en Microsoft en op donderdag de resultaten van Apple en Facebook. De verwachtingen zijn hooggespannen. Het kan dan ook tegenvallen, zoals we uit de cijfers en koersreactie bij Netflix hebben geleerd. Scherpe, maar ook wisselende koersreacties zijn best mogelijk.
...

Het Amerikaanse resultatenseizoen gaat deze week naar zijn piek met een stortvloed aan resultaten. Daar zijn belangrijke klassieke waarden bij als Boeing en Caterpillar. Maar de aandacht zal vooral uitgaan naar de cijfers van een half dozijn techgiganten. Het begint op maandagavond met Tesla Motors. Dat kan al meteen voor wat koersspektakel zorgen. Op dinsdag krijgen we nabeurs de cijfers van Alphabet en Microsoft en op donderdag de resultaten van Apple en Facebook. De verwachtingen zijn hooggespannen. Het kan dan ook tegenvallen, zoals we uit de cijfers en koersreactie bij Netflix hebben geleerd. Scherpe, maar ook wisselende koersreacties zijn best mogelijk.Ook bij ons zijn er kwartaalresultaten. In Europa denken we onder meer aan Philips, Novartis, Deutsche Bank en Sanofi. In België is het uitkijken naar de tradingupdates van Recticel, Kinepolis en de resultaten van Cofinimmo, Melexis, Telenet en Proximus. We vragen ons ook af of de familiale holding Sihold er intussen in geslaagd is voldoende aandelen vanSioen in bezit te hebben om een uitrookbod te kunnen lanceren. Bij Zenitel werd de biedprijs al voor een tweede keer opgetrokken.De financiële markten kijken ook uit naar naar de vergadering van een van de belangrijkste centrale banken ter wereld. Op woensdag geeft de Federal Reserve commentaar over het herstel van de Amerikaanse economie. Zal voorzitter Jerome Powell hinten op de afbouw van het opkoopprogramma later in 2021? En hoe zal een op recordniveau noterend Wall Street daarop reageren? Het komende beleggingsdecennium zou weleens van een heel andere orde kunnen zijn dan het vorige. We denken dat er na vier decennia een einde is gekomen aan de langdurige stierenmarkt voor obligaties en we begonnen zijn aan een langetermijnberenmarkt met geleidelijk oplopende rentevoeten. We hebben de rentebodem meer dan waarschijnlijk voor decennia gezien. Met aandelen zitten we wellicht nog enkele jaren goed, zolang de stijgende rente geen echte bedreiging vormt en de aandelenkoersen nog steun ondervinden van betere bedrijfsresultaten. Maar ook hier is de voorkeur gekeerd. Waar het tien jaar lang groei boven waarde was, of tech boven klassiek, keert dat volgens ons volop en is de dominantie in de koersprestaties van de techgiganten ten opzichte van het marktgemiddelde voorbij.Dat heeft tot gevolg dat niet langer Wall Street het beurspeloton ment, maar ook Europa en vooral de opkomende markten het weer beter doen. Opkomende markten profiteren van de zwakkere dollar, de gestage groei van de koopkracht, de jongere bevolking, het feit dat Azië de covid-19-pandemie eerder achter zich heeft gelaten, en de spectaculaire klim van de grondstoffenprijzen de afgelopen maanden. Die worden in belangrijke mate in de opkomende landen gedolven en geproduceerd. Op wereldschaal zien we ook een spectaculaire ommekeer in de prestatie van de small caps, de kleinere beurskapitalisaties, tegenover de big caps of de grote indexwaarden. De Standard&Poor's 500-index scoorde tussen 2010 en 2020 een return (koersevolutie + dividenden) van 189 procent tegenover slechts 104 procent voor de Russell2000-index, op Wall Street de meest gevolgde index voor kleinere beurskapitalisaties. Maar als we kijken naar de opbrengst over de afgelopen twaalf maanden, krijgen we een heel ander beeld. De Russell2000-index klopt de S&P500-index grandioos: 82 tegenover 50 procent.Eenzelfde verhaal krijgen we als we de return van de MSCI World-index vergelijken met die van de MSCI World Small Caps. In de periode 2010-2020 bleven de kleinere waarden achter op de grote jongens: 82 versus 108 procent. Maar ook hier is er het voorbije jaar een heel andere uitslag: 74 tegenover 51 procent. Hetzelfde geldt als we de MSCI Emerging Markets naast de MSCI Emerging Markets Small Caps leggen.Voor Europese waarden is het anders. Niet dat de MSCI Europe Small Caps de voorbije twaalf maanden het niet beter heeft gedaan dan de MSCI Europe: een return van 55 versus 34 procent. Maar tussen 2010 en 2020 hadden de kleintjes ook al een betere prestatie laten zien dan de grote: 117 tegenover 68 procent. Ook scoren de small caps bij ons een stuk beter dan de Bel-20-index, met uitschieters als Deceuninck en Greenyard, waar al 50 procent bij de koers kwam sinds begin januari. We denken niet dat het gaat om een tijdelijke opflakkering, maar om een structurele tendens voor de komende jaren.