Sinds Richard Thaler vorig jaar aan de haal ging met de Nobelprijs voor Economie, is behavioural finance een druk besproken onderwerp in financiële kringen. Thaler is sinds de jaren tachtig het uithangbord van de wetenschap die het gedrag van beleggers bestudeert. Er zijn vermogensbeheerders die proberen in te spelen op fouten van andere beleggers, om te profiteren van anomalieën op de markt.
...

Sinds Richard Thaler vorig jaar aan de haal ging met de Nobelprijs voor Economie, is behavioural finance een druk besproken onderwerp in financiële kringen. Thaler is sinds de jaren tachtig het uithangbord van de wetenschap die het gedrag van beleggers bestudeert. Er zijn vermogensbeheerders die proberen in te spelen op fouten van andere beleggers, om te profiteren van anomalieën op de markt."Maar van weinig beleggingsstrategieën die zijn gebaseerd op de behavioural finance, is bewezen dat ze echt werken", zegt Greg B Davies, die in 2006 bij de Britse bank Barclays het eerste behavioural-financeteam uit de grond stampte en op 28 februari komt spreken op de Trends Investment Summit. Davies reikt andere hulpmiddelen aan: in plaats van munt te slaan uit verkeerde beslissingen van anderen kunnen beleggers zich concentreren op hoe ze zelf betere beslissingen kunnen nemen. "De eenvoudigste manier is op tijd en stond op de pauzeknop te duwen", zegt Davies. "Vaak stellen mensen beslissingen uit tot het einde van de dag, omdat ze er pas 's avonds tijd voor hebben. Maar het is een slecht idee knopen door te hakken als je vermoeid bent. Dan slaap je er beter een nachtje over. Zo'n pauze hoeft niet veel tijd in beslag te nemen. Professionele traders kunnen onmogelijk lang wachten vooraleer ze iets kopen of verkopen. Dan kan het al helpen een halve minuut stil te staan bij de redenen waarom een order verkeerd kan zijn." "Wij ontwikkelen bij Oxford Risk processen die de beleggers moeten doorlopen voordat ze tot actie overgaan", gaat Davies verder. Oxford Risk is een Britse consultant die onder meer RBS, Standard Life en HSBC onder zijn klanten telt."Het helpt als je in stressvolle situaties kunt terugvallen op een checklist die je moet afwerken, zoals piloten doen voor ze opstijgen. Voor de aankoop of de verkoop van een aandeel kan een standaardvragenlijst helpen om af te toetsen of het wel een goede belegging is. Er kruipt op voorhand veel tijd en denkwerk in het opstellen van die vragenlijst. Dat gaat met vallen en opstaan, maar zodra je de juiste vragen stelt, neem je gewoon betere beslissingen."Het is een goed idee de redenen te registreren waarom u in een bepaald aandeel wilt beleggen. "Ten eerste kun je pas leren uit je fouten als je ze goed herinnert", stelt Davies. "Notities helpen daarbij. Een van de belangrijkste bevindingen uit de behavioural finance is dat beleggers vaak te veel vertrouwen hebben in hun deskundigheid als belegger, omdat ze zich wel hun successen herinneren en niet hun mislukkingen." Het kan ook helpen uw beweegredenen uit te leggen aan iemand die advocaat van de duivel speelt. Dat is het idee achter investeringscomités bij professionele beleggers en beleggingsclubs voor particuliere beleggers. Lid worden van een beleggingsclub vindt Davies niet altijd een goed idee."Vaak zitten er gelijkgestemde zielen in zo'n club. Die werkt dan als een echokamer. De leden bevestigen elkaars gelijk en versterken het overdreven vertrouwen dat ze in zichzelf hebben. Als er voldoende uiteenlopende profielen in de mix zitten, kan een beleggingsclub wel werken."De manier waarop een beleggingsidee wordt gepresenteerd, kan bovendien alle tegenstemmen doen verstommen. "Een welbespraakte belegger die zijn huiswerk heeft gemaakt, kan de rest overbluffen. Als je de vergadering start met een presentatie over een aandeel, kan de spreker de toehoorders overtuigen of zelfs omgepraten. Het is wel degelijk nodig dat de ideeën van de spreker worden uitgedaagd en dat er kritische vragen worden gesteld. Het kan daarom goed zijn te starten met de feedback van de andere beleggers voor de presentatie." De Europese regelgever verplicht adviseurs het risicoprofiel van hun klanten te meten. Over de risicotolerantie van beleggers zijn veel misverstanden, volgens Davies. "Risicotolerantie kun je niet observeren. Het valt niet af te leiden uit het gedrag van beleggers of uit de beslissingen die ze nemen."De risicotolerantie van een belegger is een persoonlijkheidskenmerk dat op lange termijn stabiel en beredeneerd is. Dat kan wel worden gemeten. Maar daartegenover staat de bereidheid om risico's te nemen op korte termijn, die door recente ervaringen en de emoties van het moment beïnvloed wordt.Davies: "Om de risicotolerantie te meten moet je een psychometrische vragenlijst doorlopen, die peilt naar de natuurlijke neiging van een belegger om de kans op meer rendement op lange termijn af te wegen tegenover het mogelijke verlies op lange termijn. Er mogen geen berekeningen aan te pas komen. Er mag niet naar kennis worden gepeild. Er mag geen enkele referentie zijn naar de huidige toestand op de financiële markten. De vragen moet altijd gaan over de lange termijn en nooit over de korte termijn." Om de ideale portefeuille voor een klant samen te stellen volstaat het zijn risicotolerantie en zijn risicocapaciteit te kennen. De risicocapaciteit wordt bepaald door zijn doelstellingen en zijn vermogen. Davies voegt er wel aan toe dat adviseurs ook moeten weten hoe beleggers op korte termijn omgaan met risico's. "Twee beleggers met dezelfde risicotolerantie kunnen toch anders reageren op een beurscrash. De een zal de kranten lezen en de tv-verslaggeving volgen en op van de zenuwen zijn. De ander trekt er zich allemaal niets van aan en is gewoon relax.""Als adviseur moet je communiceren op de maat van de individuele klant. Voor een klant die gevoelig is aan elk rood lijntje in zijn portefeuille is het des te belangrijker het brede plaatje te schetsen en bijvoorbeeld te benadrukken hoeveel winst hij heeft gemaakt over een periode van drie jaar. Het heeft dan geen zin elke week een zeer gedetailleerd verslag van alle prestaties van de aandelen te geven. In een portefeuille van vijftig aandelen zullen altijd enkele negatieve uitschieters zitten. Die klant wordt daar onnodig nerveus van. De adviseur moet zijn klanten ervoor behoeden dat ze van het rechte pad afwijken en verkeerde beslissingen nemen. Ze moeten hun klanten coachen en kennis overdragen." Een adviseur moet niet alleen de belegger helpen met zijn angst of nervositeit om te gaan. "Je kunt de portefeuille ook enigszins aanpassen om bijvoorbeeld het neerwaartse risico te beperken. Door duikelingen in de portefeuille te temperen, zal een nerveuze belegger zich comfortabeler voelen. Het is voor een belegger nog altijd beter dat hij een beleggingsportefeuille heeft, al is die misschien niet de efficiëntste om zijn financiële doelen te bereiken, dan helemaal geen portefeuille te hebben."