De Amerikaanse centrale bank speelt een cruciale rol in de stierenmarkt op Wall Street.

Niets liet op 9 maart 2009 vermoeden dat Wall Street vertrokken was voor de langste beursklim sinds 1900. Volgens de klassieke definitie spreken we van een stijgende beurstrend, of een hausse- of stierenmarkt in het vakjargon, als er vanaf de bodem een stijging is van minstens 20 procent en als die tendens blijft aanhouden zolang er vanaf de top geen terugval van meer dan 20 procent heeft plaatsgevonden. Het is al enkele keren nipt geweest. Zo was er begin 2016 een correctie van 18 procent vanaf de piek van 2015, maar verder is het niet gegaan. Onlangs was het nog een stuk nipter. Op kerstavond dook de Standaard&Poor's500-index 19,8 procent onder de top van eind september 2018. Sindsdien was er weer een (stevige) herstelbeweging.

Het is dus een paar keer kantje boord geweest, maar de toestand blijft uniek. Het mag geen verbazing wekken dat die hausse is gestart vanuit een zeer ernstige crisissituatie (de bankencrisis en de Grote Recessie) en dus de befaamde muur van zorgen moest beklimmen. De gemiddelde duur van een stierenmarkt sinds 1900 is 54 maanden of 4,5 jaar. Intussen haalt de belangrijkste Amerikaanse beursindex dus al ruim het dubbele en niemand durft nog te stellen dat we al in de blessuretijd zitten. De spectaculairste stierenmarkt in koersstijging blijft die van 1921-1929, toen de beurs 497 procent hoger ging in 98 maanden. Met een stijging van 310 procent (return van 405 procent inclusief dividenden) is dit wel de tweede sterkste stijging sinds 1900 en is de klim in de aanloop naar de piek van 2000 (+295%) nu ook voorbijgestoken.

De Amerikaanse centrale bank speelt een cruciale rol in deze stierenmarkt op Wall Street. De nooit eerder geziene soepelheid in de monetaire politiek heeft ervoor gezorgd dat obligaties veel minder in trek zijn. Voorts hebben de Verenigde Staten sinds 2009 geen recessie meer gekend. De Amerikaanse groei blijft aanhouden. Die is nooit heel spectaculair, maar wel robuust. De voorgaande elementen hebben gezorgd voor een sterke klim van de Amerikaanse bedrijfsresultaten, met als uitschieters de nieuwe sterren in de technologiesector, zoals Facebook en Netflix. Zij zijn in een nooit eerder gezien tempo uitgegroeid tot bedrijven met een marktwaarde van een of meerdere honderden miljarden dollars.

Diepe kloof met Europa

Helaas moeten we stellen dat dit de afgelopen tien jaar vooral een fraai Amerikaanse beursverhaal is geweest. Europa heeft wel de lage rente, maar veel minder de robuuste economische groei, de spectaculaire stijging van de bedrijfsresultaten en haast geen grote technologietoppers. Bovendien sukkelen heel wat Europese landen van de ene naar de andere politieke crisis en stond de toekomst van de eurozone een paar keer ernstig ter discussie. Dat weerspiegelt zich in veel minder straffe indexstijgingen over het voorbije decennium. Tegenover de stijging met 310 procent voor S&P500-index staat slechts een plus van 78 procent voor de Eurostoxx50-index (inclusief dividenden +167%), 130 procent voor de Bel-20 (return van 237%) en 133 procent voor de Stoxx600-index (inclusief dividenden +230%).