We hebben al enkele keren aangegeven dat het dit en de komende jaren voor alle beleggers belangrijk is de rente-evolutie in de gaten te houden. Want de stijging van haast alle financiële activa de afgelopen jaren is in mindere of meerdere mate het gevolg van de uiterst soepele monetaire politiek van de centrale banken, die de rente kunstmatig laag hebben gehouden en zo de prijzen van de meeste activa gevoelig hebben opgedreven.
...

We hebben al enkele keren aangegeven dat het dit en de komende jaren voor alle beleggers belangrijk is de rente-evolutie in de gaten te houden. Want de stijging van haast alle financiële activa de afgelopen jaren is in mindere of meerdere mate het gevolg van de uiterst soepele monetaire politiek van de centrale banken, die de rente kunstmatig laag hebben gehouden en zo de prijzen van de meeste activa gevoelig hebben opgedreven.We kunnen er niet naast kijken dat er sprake is van een opwaartse druk op de rente. Zo klom de 10-jarige Amerikaanse rente van een dieptepunt van 1,35 procent midden 2016 naar een (voorlopige) piek net boven 3 procent eind april 2018. Het was van het voorjaar van 2014 geleden dat de Amerikaanse 10-jarige rente nog boven 3 procent had gestaan. Eenzelfde verhaal zien we in Europa, maar op een veel lager peil. Na het brexit-referendum dook de Duitse 10-jarige rente naar -0,2 procent in de zomer van 2016, om in februari weer op het niveau van +0,75 procent te staan. We blijven er sterk van overtuigd dat sprake is van een rente-ommekeer aan het einde van een van de strafste stierenmarkten in obligaties uit de financiële geschiedenis (ruim drie en een half decennium, sinds 1981). Maar we hebben ook steeds gesteld dat de ommekeer in fases verloopt. De 10-jarige rente mag dan al zijn opgelopen, de opmars van de kortere rentevoeten, zoals op twee en drie jaar, is veel spectaculairder. Dat betekent dat de rentecurve het voorbije halfjaar een stuk vlakker is geworden en dat is meestal de voorloper van een groeivertraging in de economie. We denken dan ook dat de rente de komende maanden niet in onaangename, maar in aangename zin zal verrassen. De echte doorbraak boven 3 procent komt er, maar het zal nog niet voor de komende maanden zijn.Dat betekent ook dat de kans reëel is dat de Amerikaanse centrale bank dit jaar minder renteverhogingen zal doorvoeren dan gevreesd. De consensus is dat de Federal Reserve drie of vier verhogingen zal doen dit jaar. Eentje minder zou uitstekend nieuws zijn voor de goudprijs, die het toch telkens moeilijk krijgt als een nieuwe renteverhoging in het vooruitzicht wordt gesteld.Het zou ook goed nieuws zijn voor de aandelenmarkten. We blijven dan ook bij ons basisscenario dat de westerse aandelenmarkten in de komende maanden de opwaartse tendens zullen hervatten en wellicht nog dit jaar nieuwe recordniveaus halen. We herhalen dat we voor de Standard&Poor's 500-index als richtpunt 3000 punten aanhouden voor 2018. Dat betekent dat we voor de Amerikaanse beurs dit jaar nog 10 tot maximaal 15 procent stijgingspotentieel zien.Voor de Europese beurzen zien we een vergelijkbare prestatie mogelijk: een stijging van ruim 10 procent. Dat zou zowel de Eurostoxx50-index als de ruimere Stoxx600-index terugbrengen naar de piekniveaus van dit decennium uit het voorjaar van 2015. Concreet betekent dat voor de Eurostoxx50-index een klim richting 3800 punten en richting 400 à 420 punten voor de Stoxx600-index, waar die overigens ook al in 2000 stond.