Winstrecessie

Maar ook nog om een andere reden. In het tweede en derde kwartaal van vorig jaar was er op niveau van de Standard&Poor's500-index sprake van een lagere winst. Naar analogie van de macro-economie, waar twee opeenvolgende negatieve kwartalen omschreven worden als een recessie, mogen we dan ook spreken over een winstrecessie voor de grote(re) Amerikaanse ondernemingen. Als u zich zou afvragen waarom de Amerikaanse beursindexen vorig jaar (nipt) in het rood zijn geëindigd, dat hebt u in die winstrecessie de verklaring. Naast uiteraard de anticipatie op een ommekeer in het rentebeleid.
...

Maar ook nog om een andere reden. In het tweede en derde kwartaal van vorig jaar was er op niveau van de Standard&Poor's500-index sprake van een lagere winst. Naar analogie van de macro-economie, waar twee opeenvolgende negatieve kwartalen omschreven worden als een recessie, mogen we dan ook spreken over een winstrecessie voor de grote(re) Amerikaanse ondernemingen. Als u zich zou afvragen waarom de Amerikaanse beursindexen vorig jaar (nipt) in het rood zijn geëindigd, dat hebt u in die winstrecessie de verklaring. Naast uiteraard de anticipatie op een ommekeer in het rentebeleid. Naar de redenen voor de winstrecessie is het ook niet zo ver zoeken. Vooreerst omwille van de sterke dollar (USD). Het 'groene biljet' is tegenover zowat alle belangrijke wereldmunten in waarde gestegen de voorbije twaalf maanden. Daarnaast is voor het eerst sinds vele jaren opnieuw sprake van opwaartse druk op de lonen door de stilaan krapte op de Amerikaanse arbeidsmarkt. Tot slot is mede door die twee vorige fenomenen er sprake in de VS van vertragende vooruitlopende indicatoren. Eerst in de industrie, sinds enkele maanden ook in dienstensector. Als we kijken naar de prognoses van de analisten voor het vierde trimester, dan moeten we opnieuw stellen dat er verdere winstdaling wordt verwacht. Drie op een rij dus. De analistenconsensus verwacht zelfs een terugval met 6,7%. Al wordt dat cijfer natuurlijk ook vertekend door de energiesector, waar de winsten zeer drastisch dalen tegenwoordig. Sinds maart vorig jaar is de gemiddelde winstverwachting van analisten voor de S&P500-index voortdurend gezakt. Voor het volledige boekjaar wordt wel nog op een winstgroei van 6,8% gerekend. Té optimistisch? Het is elk geval minder dan de 'gebruikelijke' circa 10% die we de voorgaande jaren begin januari konden optekenen bij het analistenheir. En biedt dat pessimisme omtrent de winsten net hoop op een herstel op korte termijn, los van het feit dat de markt technisch gezien 'oververkocht' is.Wie vorig jaar op de dag van aankondiging door Alcoa een tracker op de S&P500-index kocht, had een maand later gemiddeld 2,3% verdiend en cumulatief zelfs 11% vorig jaar tegenover een vlakke markt over gans 2015. Want telkens bleek dat de analistenconsensus té pessimistisch was (gemiddeld zelfs 4,1%) en bereikte de index net voor de start van het resultatenseizoen zijn dieptepunt. En nooit eerder sinds de start van de huidige haussemarkt in maart 2009 heeft de S&P500 zoveel terrein verloren in aanloop van het resultatenseizoen.Een herstel op Wall Street (en ook Europa) op korte termijn is waarschijnlijk. Maar of dit voldoende is om de haussemarkt sinds maart 2009 (intussen 81 maanden oud tegenover een gemiddelde de afgelopen eeuw van 57 maanden) duurzaam een verlengstuk te geven, is een open vraag. Het is al de derde langste (cyclische) stierenmarkt sinds 1900 en ook een klim van 215% voor de S&P500-index (gemiddelde van 165%) is meer dan gewoontjes...