De aandelenmarkten lijken de laatste tijd te ontluiken. Beleggers vragen zich af of de lente nu eindelijk is aangebroken. Maar velen vinden het nog te vroeg om die sprong te wagen. De verschillende beursdebacles liggen nog te vers in het geheugen. Daarom blijven heel wat beleggers langs de zijlijn staan en opteren ze voor vastrentende spaarproducten zoals spaarboekjes en termijnrekeningen. Dat de rendementen pover zijn, nemen ze erbij, want ze behouden op zijn minst het nominale kapitaal.

Die redenering is gevaarlijk. De rendementen van die vastrentende producten zijn vandaag zo laag, dat ze in veel gevallen zelfs onder het inflatiecijfer blijven. Dat betekent dat de spaarder een negatief reëel rendement heeft. Dat is niet zo traumatiserend als de crash van een aandeel, maar het is evengoed dramatisch. Inflatie is een sluipmoordenaar die de koopkracht van de belegger langzaam maar zeker uitholt. Het ziet er niet naar uit dat die toestand gaat verbeteren. Er wordt weinig gedaan om de inflatie onder controle te krijgen en de interestrendementen zakken dieper en dieper weg.

Beleggers die worden geconfronteerd met die dalende rentes en hoge inflatie, en die de aandelenmarkten beschouwen als een gevaarlijk mijnenveld, zouden een belegging in converteerbare obligaties kunnen overwegen. Die combineren in de huidige tijden misschien wel het beste van twee werelden.

Een converteerbare obligatie is in essentie hetzelfde als een gewone obligatie. Het fundamentele verschil is dat de houder van zo'n obligatie ervoor kan kiezen om terugbetaald te worden in geld of in aandelen - doorgaans de aandelen van het bedrijf dat de obligatie uitgeeft. De looptijd en de omzettingsprijs en -verhouding liggen vanzelfsprekend op voorhand vast.

Men zou kunnen stellen dat een converteerbare obligatie een vrij defensief product is. De obligatiehouder beslist immers zelf hoe hij wil worden terugbetaald. Het lijkt logisch dat hij voor de hoogste waarde kiest. En dus wordt het product gebruikt door beleggers die willen anticiperen op stijgende aandelenkoersen, maar die tegelijk koudwatervrees hebben. Risico en rendement gaan ook hier hand in hand. Dat betekent dat de jaarlijkse coupon niet echt royaal is. Daartegenover staat dat houders van converteerbare obligaties de inleg op de vervaldag terugkrijgen en tegelijkertijd kunnen profiteren van een (eventuele) opleving van de beurs.

Op fiscaal gebied wordt van de interest van converteerbare obligaties de roerende voorheffing op interesten afgehouden. De eventuele meerwaarde bij de uitbetaling in geld is belastingvrij. Wordt geopteerd voor een omzetting in aandelen, dan wijzigt de fiscaliteit. De obligatiehouder wordt dan aandeelhouder. Voor hem is de niet-speculatieve meerwaarde belastingvrij en dividenden worden belast met de roerende voorheffing op dividenden. Ook fiscaal valt er dus iets te zeggen voor een converteerbare obligatie.

Anton van Zantbeek, advocaat Rivus

De aandelenmarkten lijken de laatste tijd te ontluiken. Beleggers vragen zich af of de lente nu eindelijk is aangebroken. Maar velen vinden het nog te vroeg om die sprong te wagen. De verschillende beursdebacles liggen nog te vers in het geheugen. Daarom blijven heel wat beleggers langs de zijlijn staan en opteren ze voor vastrentende spaarproducten zoals spaarboekjes en termijnrekeningen. Dat de rendementen pover zijn, nemen ze erbij, want ze behouden op zijn minst het nominale kapitaal.Die redenering is gevaarlijk. De rendementen van die vastrentende producten zijn vandaag zo laag, dat ze in veel gevallen zelfs onder het inflatiecijfer blijven. Dat betekent dat de spaarder een negatief reëel rendement heeft. Dat is niet zo traumatiserend als de crash van een aandeel, maar het is evengoed dramatisch. Inflatie is een sluipmoordenaar die de koopkracht van de belegger langzaam maar zeker uitholt. Het ziet er niet naar uit dat die toestand gaat verbeteren. Er wordt weinig gedaan om de inflatie onder controle te krijgen en de interestrendementen zakken dieper en dieper weg. Beleggers die worden geconfronteerd met die dalende rentes en hoge inflatie, en die de aandelenmarkten beschouwen als een gevaarlijk mijnenveld, zouden een belegging in converteerbare obligaties kunnen overwegen. Die combineren in de huidige tijden misschien wel het beste van twee werelden.Een converteerbare obligatie is in essentie hetzelfde als een gewone obligatie. Het fundamentele verschil is dat de houder van zo'n obligatie ervoor kan kiezen om terugbetaald te worden in geld of in aandelen - doorgaans de aandelen van het bedrijf dat de obligatie uitgeeft. De looptijd en de omzettingsprijs en -verhouding liggen vanzelfsprekend op voorhand vast.Men zou kunnen stellen dat een converteerbare obligatie een vrij defensief product is. De obligatiehouder beslist immers zelf hoe hij wil worden terugbetaald. Het lijkt logisch dat hij voor de hoogste waarde kiest. En dus wordt het product gebruikt door beleggers die willen anticiperen op stijgende aandelenkoersen, maar die tegelijk koudwatervrees hebben. Risico en rendement gaan ook hier hand in hand. Dat betekent dat de jaarlijkse coupon niet echt royaal is. Daartegenover staat dat houders van converteerbare obligaties de inleg op de vervaldag terugkrijgen en tegelijkertijd kunnen profiteren van een (eventuele) opleving van de beurs.Op fiscaal gebied wordt van de interest van converteerbare obligaties de roerende voorheffing op interesten afgehouden. De eventuele meerwaarde bij de uitbetaling in geld is belastingvrij. Wordt geopteerd voor een omzetting in aandelen, dan wijzigt de fiscaliteit. De obligatiehouder wordt dan aandeelhouder. Voor hem is de niet-speculatieve meerwaarde belastingvrij en dividenden worden belast met de roerende voorheffing op dividenden. Ook fiscaal valt er dus iets te zeggen voor een converteerbare obligatie. Anton van Zantbeek, advocaat Rivus