Daarnaast injecteert de overheid 20 miljard dollar in de bank. Die interventie komt bovenop de hulp van 25 miljard dollar die al door Washington aan Citigroup is toegekend in het kader van het financiële reddingsplan, dat 700 miljard dollar waard is.

"Het reddingsplan van de Amerikaanse regering bestaat erin dat de bank garanties, toegang tot liquiditeiten en kapitaal krijgt", melden het Amerikaanse ministerie van Financiën en de FDIC, de overheidsinstantie die banktegoeden van spaarders garandeert, in een gezamenlijk persbericht.

De voorbije weken zakte het aandeel van Citigroup ongecontroleerd diep in het rood. De markt en de beleggers twijfelen dus aan het vermogen van Citigroup, ooit de grootste bank ter wereld, om zelf de crisis te boven te komen.

Het akkoord tussen de Amerikaanse autoriteiten en Citigroup bepaalt dat de Amerikaanse autoriteiten een bescherming zullen bieden "tegen mogelijke ongewoon grote verliezen". Daarom stelt de overheid zich garant voor risicovolle beleggingen van de bank ter waarde van 306 miljard dollar. Het gaat om complexe financiële producten gebaseerd op onroerend goed. Toch blijven die activa, hoewel de federale staat er borg voor staat, op de rekeningen van Citigroup blijven. De autoriteiten voegen er aan toe dat ze "indien nodig", bereid zijn om alle "overblijvende risico's" voor die slechte activa te garanderen.

In ruil voor de steun geeft Citigroup preferente aandelen uit, zodat het ministerie van Buitenlandse Zaken en het FDIC een belang kunnen nemen in de bank.

De andere pijler van het noodplan bestaat erin dat de Amerikaanse overheid 20 miljard dollar steun uittrekt voor Citigroup. Dat geld komt uit het noodfonds van 700 miljard dollar voor het Amerikaanse financiële systeem. De 20 miljard dollar komt bovenop de 25 miljard dollar die eerder al was toegezegd aan Citigroup.

Citigroup heeft officieel aanvaard om de vergoedingen van zijn topmensen te matigen.

Daarnaast injecteert de overheid 20 miljard dollar in de bank. Die interventie komt bovenop de hulp van 25 miljard dollar die al door Washington aan Citigroup is toegekend in het kader van het financiële reddingsplan, dat 700 miljard dollar waard is. "Het reddingsplan van de Amerikaanse regering bestaat erin dat de bank garanties, toegang tot liquiditeiten en kapitaal krijgt", melden het Amerikaanse ministerie van Financiën en de FDIC, de overheidsinstantie die banktegoeden van spaarders garandeert, in een gezamenlijk persbericht. De voorbije weken zakte het aandeel van Citigroup ongecontroleerd diep in het rood. De markt en de beleggers twijfelen dus aan het vermogen van Citigroup, ooit de grootste bank ter wereld, om zelf de crisis te boven te komen. Het akkoord tussen de Amerikaanse autoriteiten en Citigroup bepaalt dat de Amerikaanse autoriteiten een bescherming zullen bieden "tegen mogelijke ongewoon grote verliezen". Daarom stelt de overheid zich garant voor risicovolle beleggingen van de bank ter waarde van 306 miljard dollar. Het gaat om complexe financiële producten gebaseerd op onroerend goed. Toch blijven die activa, hoewel de federale staat er borg voor staat, op de rekeningen van Citigroup blijven. De autoriteiten voegen er aan toe dat ze "indien nodig", bereid zijn om alle "overblijvende risico's" voor die slechte activa te garanderen. In ruil voor de steun geeft Citigroup preferente aandelen uit, zodat het ministerie van Buitenlandse Zaken en het FDIC een belang kunnen nemen in de bank. De andere pijler van het noodplan bestaat erin dat de Amerikaanse overheid 20 miljard dollar steun uittrekt voor Citigroup. Dat geld komt uit het noodfonds van 700 miljard dollar voor het Amerikaanse financiële systeem. De 20 miljard dollar komt bovenop de 25 miljard dollar die eerder al was toegezegd aan Citigroup. Citigroup heeft officieel aanvaard om de vergoedingen van zijn topmensen te matigen.