Elke maandag laten we een prominente stem uit de financiële wereld aan het woord. Vandaag: Danny Van Quaethem, aandelenexpert bij Société Générale Private Banking.

De Chinese overheid is gevoelig voor kritiek. Toen de Financial Times over de militaire parade naar aanleiding van de 70 jarige herdenking van het einde van Wereldoorlog II berichtte, schreef de Chinese ambassade prompt een brief waarin de eerbiedwaardige krant verzocht werd om wat objectiever te zijn in de berichtgeving. China heeft allesbehalve imperialistische neigingen, aldus de ambassade. We geloven dat, zelfs al ontwikkelt China gestaag zijn militaire kracht in evenredigheid met zijn toenemende economische macht. China is immers in de eerste plaats een handelsnatie.

In 2014 creëerde het dankzij de internationale handel een overschot van meer dan 400 miljard dollar. Elke grote handelsnatie kon bogen op een sterke zeevloot. Dat was zo voor de Portugezen, de Nederlanders, de Britten, de Amerikanen en lang geleden ook voor de Chinezen. China stelt zijn handelsbelangen veilig door de ontwikkeling van zijn vloot en door het sluiten van akkoorden.

Valutareserves

"Een gigantische economie als die van China kan men niet in een handomdraai laten overschakelen naar een meer consumptiegericht patroon"

Realpolitik is geen Chinese uitvinding, maar China speelt het spel wel voortreffelijk. De accumulatie van die handelsoverschotten vertaalt zich in reusachtige reserves aan vreemde valuta. Hoewel die reserves in augustus met een recordbedrag van 93,9 miljard dollar daalden, bedroegen ze nog steeds een slordige 3,56 biljoen dollar (of 3.560 miljard dollar). Dat is een derde van alle reserves die alle centrale banken ter wereld in hun kluizen houden. Zelfs al stelt men de voorbije maanden wat kapitaalvlucht vast, dan nog hoeft dit niet al te verontrustend te zijn. Het is logisch dat rijken en vooral superrijken een deel van hun vermogen internationaal diversifiëren. De enorme media-aandacht voor de groeivertraging versnelt dit proces wellicht.

We kunnen zelfs spreken van een propaganda-oorlog. Deze week wezen sociale media er op dat Xinhua, het officiële Chinese persagentschap, samen met het Chinese Ministerie voor Propaganda nieuwe richtlijnen gaf aan de media, die positieve berichten over de economie moeten brengen. "Propaganda" klinkt vies in Westerse oren, maar het is alweer geen Chinese uitvinding. In 1622 richtte paus Gregorius XV de "Congregatio de propaganda fide" of de congregatie voor de uitbreiding van de geloofsleer op. Propaganda betekent letterlijk "dat wat voortgeplant moet worden". In moderne taal spreken we over lobbywerk.

Markten laten zich niet voorspellen

Het is in deze tijden van sociale media alleen onhandig om een complexe maatschappelijke evolutie op dergelijke wijze te proberen te sturen. Men bereikt zo soms het tegendeel van het beoogde doel. Net zoals centrale bankiers zich best niet over de beurs uitlaten. Zo wees Janet Yellen, de Amerikaanse topvrouw, op een overwaardering van de biotechsector, om die nadien nog fors te zien stijgen. Op de recente G20 bijeenkomst stelde haar evenknie Zhou Xiaochuan, de gouverneur van de Chinese centrale bank, dat de Chinese beurscorrectie grotendeels achter de rug lag. Men zou beter moeten weten. Markten laten zich niet voorspellen. Uiteindelijk laten marktkrachten zich niet beheersen, hoeveel miljarden men ook inzet.

Toch blijven we onverminderd optimistisch en niet alleen omdat de Chinese premier Li Keqiang onlangs een "zachte landing" beloofde. De macro-analisten van Société Générale gaan uit van een vertraging van de economische groei in 2016 tot 6%. Dat levert ons een mooie vergelijking op. Een groei van 6% betekent dat het Chinese BNP met ongeveer 640 miljard dollar toeneemt, wat ruwweg overstemt met het bbp van Zwitserland. Zwitserland kan men bezwaarlijk een armtierige natie noemen. Pessimisten wijzen erop dat investeringen nog steeds 45% van het bbp uitmaken.

Consumptiecultuur

De overgang naar een consumptiecultuur zou maar niet lukken. Vanzelfsprekend heeft China nog een lange weg te gaan vooraleer het de ruim 70% haalt die consumptie vertegenwoordigt in de VS. Maar het proces is onmiskenbaar in gang gezet en zal niet stoppen. Net zoals de desindustrialisering in het Westen pijnlijke gevolgen had, zo is dat ook het geval in China. Vooral de oude basisindustrieën (staal, cement, papier, mijnbouw), waar er een enorme overcapaciteit heerst, worden zwaar getroffen. Zo werden reeds enkele staalfabrieken gesloten. Met een jaarproductie van ongeveer 800 miljoen ton staal maakt het stopzetten van enkele miljoenen ton aan capaciteit echter geen wezenlijk verschil.

"Hoewel de Chinese valutareserves in augustus met een recordbedrag van 93,9 miljard dollar daalden, bedroegen ze nog steeds een slordige 3,56 biljoen dollar (of 3.560 miljard dollar)."

Om de overcapaciteit weg te werken, is een drastischer ingrijpen nodig. Het luidt wel een trendommekeer in. Rond die enorme fabriekscomplexen is een hele gemeenschap uitgebouwd. De sluiting van die oude fabrieken zorgt voor toenemende werkloosheid en ontwrichting van lokale gemeenschappen. Sommige gebieden zullen wegkwijnen, anderen zullen er misschien in slagen nieuwe ondernemers aan te trekken. Die evolutie verschilt niet van de economische verschuivingen in de VS of in Europa. In ons land ging Clabecq failliet. ArcelorMittal investeert in zijn Gentse vestiging geen 140 miljoen euro uit sympathie voor de Gentenaars of om de tewerkstelling op peil te houden, maar wel voor de levensnoodzakelijke innovatie die ervoor moet zorgen dat de groep kan overleven.

Een gigantische economie als die van China kan men niet in een handomdraai laten overschakelen naar een meer consumptiegericht patroon. Twee elementen spelen daarbij een cruciale rol. De consolidatie van de macht van de partij gaat boven alles. Xi Jinping is niet voor niets zowel partijleider als president. Bij alle voorgestelde veranderingen moet de partij twee krachten beheersen. Enerzijds tal van gevestigde belangen in industriële sectoren en politieke gewesten, anderzijds sociale onrust.

Chinese Millenials

Naast het partijbelang is er de onontkoombare demografische evolutie. China veroudert in een snel tempo, met allerlei gevolgen voor de economie. Denk aan de toenemende loondruk en robotisering. De allerbelangrijkste factor is echter de nieuwe generatie jongeren, die van binnenuit de maatschappij zal veranderen. Xi Jinping is de zoon van een rode prins, een revolutionair die samen streed met Mao. Xi vormt letterlijk en figuurlijk de link met het verleden.

De Chinese Millennials, de generatie 16- tot 35-jarigen, zijn met een slordige 415 miljoen. Dat is een pak meer dan de werkende bevolking in West-Europa en de VS samen (353 miljoen). Net zoals bij ons na de twee wereldoorlogen de welvaart over de generaties is opgebouwd, zo gebeurt dit ook in China. Goldman Sachs schat dat het gemiddeld jaarinkomen van de Chinese Millennials zal stijgen van 5.900 Amerikaanse dollar naar 13.000 dollar. Samen beschikken ze over een koopkracht van 2,4 biljoen dollar. Deze zal met liefst 3 biljoen toenemen tot ruim 5 biljoen dollar. Het is de best opgeleide generatie uit de Chinese geschiedenis. Ze heeft een stedelijk leefpatroon en onderhoudt steeds meer internationale contacten. Het is deze generatie die het consumptiepatroon de komende jaren zal bepalen.

Sportmerken

"De Chinese Millennials, de generatie 16- tot 35-jarigen, zijn met een slordige 415 miljoen, een pak meer dan de werkende bevolking in West-Europa en de VS samen (353 miljoen)."

Sommige Westerse voorlopers in China, zoals de auto- en de luxesector, krijgen klappen op de beurs. Tegelijk is er een explosieve groei van de sportindustrie, het online-gamen en het toerisme. Het contrast tussen de uitspraken van BMW en Adidas is daarom begrijpelijk. De autoverkopen dalen al drie maanden op rij. Dat komt echter na een periode van explosieve groei met exuberante winstmarges. Het is dus logisch dat BMW en VW zich erg voorzichtig uitlaten. Adidas daarentegen wijst erop dat steeds meer Chinezen aan sport doen, tot groot genoegen van de regering. Adidas en Nike controleren elk ongeveer 14% van de markt. China blijft hun belangrijkste groeimotor. De lokale sportmerken hadden het jarenlang erg moeilijk. Vooral Li-Ning, dat in 2007 nog sterk expandeerde en internationale ambities koesterde, moest door het stof kruipen. Li-Ning overleefde het bankroet en krabbelt nu langzaam overeind. De lokale sportkampioen is echter Anta Sports, dat een marktaandeel van ongeveer 11% bezit. Anta leerde uit de fouten van Li-Ning, dat te snel zijn prijzen optrok. Anta beschikt ook over een uitstekende distributienetwerk in zogenaamde tweede- of derderangssteden, waar de groei sterker is. Het diversifieert ook met andere merken zoals het duurdere Fila, Anta Kids en is actief in e-commerce. De beurs erkent de goede presentaties. Het aandeel is verviervoudigd sinds 2012. Het staat dit jaar nog steeds op een winst van 38% en noteert amper 13% onder zijn piekkoers.

Amerepacific, een Koreaans cosmeticabedrijf, profiteert enorm van de boom van het Chinees toerisme. De directievoorzitter van Munich Re verwacht ondanks de recente turbulenties een stevige groei in China. Meer nog, hij stelt dat "de goede tijden voor verzekeraars in China nu pas echt aanbreken" omdat de industrialisering, de urbanisatie en de welvaart in China voldoende zijn toegenomen. Zo zijn er tal van bedrijven die wel goede zaken zullen blijven doen in China. Daar zullen de nieuwe generaties wel voor zorgen.

Danny Van Quaethem is aandelenexpert bij Société Générale Private Banking.

Lees ook van deze auteur: 'De Chinese beurscorrectie was een ongeluk dat er zat aan te komen'

De Chinese overheid is gevoelig voor kritiek. Toen de Financial Times over de militaire parade naar aanleiding van de 70 jarige herdenking van het einde van Wereldoorlog II berichtte, schreef de Chinese ambassade prompt een brief waarin de eerbiedwaardige krant verzocht werd om wat objectiever te zijn in de berichtgeving. China heeft allesbehalve imperialistische neigingen, aldus de ambassade. We geloven dat, zelfs al ontwikkelt China gestaag zijn militaire kracht in evenredigheid met zijn toenemende economische macht. China is immers in de eerste plaats een handelsnatie. In 2014 creëerde het dankzij de internationale handel een overschot van meer dan 400 miljard dollar. Elke grote handelsnatie kon bogen op een sterke zeevloot. Dat was zo voor de Portugezen, de Nederlanders, de Britten, de Amerikanen en lang geleden ook voor de Chinezen. China stelt zijn handelsbelangen veilig door de ontwikkeling van zijn vloot en door het sluiten van akkoorden. Realpolitik is geen Chinese uitvinding, maar China speelt het spel wel voortreffelijk. De accumulatie van die handelsoverschotten vertaalt zich in reusachtige reserves aan vreemde valuta. Hoewel die reserves in augustus met een recordbedrag van 93,9 miljard dollar daalden, bedroegen ze nog steeds een slordige 3,56 biljoen dollar (of 3.560 miljard dollar). Dat is een derde van alle reserves die alle centrale banken ter wereld in hun kluizen houden. Zelfs al stelt men de voorbije maanden wat kapitaalvlucht vast, dan nog hoeft dit niet al te verontrustend te zijn. Het is logisch dat rijken en vooral superrijken een deel van hun vermogen internationaal diversifiëren. De enorme media-aandacht voor de groeivertraging versnelt dit proces wellicht. We kunnen zelfs spreken van een propaganda-oorlog. Deze week wezen sociale media er op dat Xinhua, het officiële Chinese persagentschap, samen met het Chinese Ministerie voor Propaganda nieuwe richtlijnen gaf aan de media, die positieve berichten over de economie moeten brengen. "Propaganda" klinkt vies in Westerse oren, maar het is alweer geen Chinese uitvinding. In 1622 richtte paus Gregorius XV de "Congregatio de propaganda fide" of de congregatie voor de uitbreiding van de geloofsleer op. Propaganda betekent letterlijk "dat wat voortgeplant moet worden". In moderne taal spreken we over lobbywerk. Het is in deze tijden van sociale media alleen onhandig om een complexe maatschappelijke evolutie op dergelijke wijze te proberen te sturen. Men bereikt zo soms het tegendeel van het beoogde doel. Net zoals centrale bankiers zich best niet over de beurs uitlaten. Zo wees Janet Yellen, de Amerikaanse topvrouw, op een overwaardering van de biotechsector, om die nadien nog fors te zien stijgen. Op de recente G20 bijeenkomst stelde haar evenknie Zhou Xiaochuan, de gouverneur van de Chinese centrale bank, dat de Chinese beurscorrectie grotendeels achter de rug lag. Men zou beter moeten weten. Markten laten zich niet voorspellen. Uiteindelijk laten marktkrachten zich niet beheersen, hoeveel miljarden men ook inzet.Toch blijven we onverminderd optimistisch en niet alleen omdat de Chinese premier Li Keqiang onlangs een "zachte landing" beloofde. De macro-analisten van Société Générale gaan uit van een vertraging van de economische groei in 2016 tot 6%. Dat levert ons een mooie vergelijking op. Een groei van 6% betekent dat het Chinese BNP met ongeveer 640 miljard dollar toeneemt, wat ruwweg overstemt met het bbp van Zwitserland. Zwitserland kan men bezwaarlijk een armtierige natie noemen. Pessimisten wijzen erop dat investeringen nog steeds 45% van het bbp uitmaken. De overgang naar een consumptiecultuur zou maar niet lukken. Vanzelfsprekend heeft China nog een lange weg te gaan vooraleer het de ruim 70% haalt die consumptie vertegenwoordigt in de VS. Maar het proces is onmiskenbaar in gang gezet en zal niet stoppen. Net zoals de desindustrialisering in het Westen pijnlijke gevolgen had, zo is dat ook het geval in China. Vooral de oude basisindustrieën (staal, cement, papier, mijnbouw), waar er een enorme overcapaciteit heerst, worden zwaar getroffen. Zo werden reeds enkele staalfabrieken gesloten. Met een jaarproductie van ongeveer 800 miljoen ton staal maakt het stopzetten van enkele miljoenen ton aan capaciteit echter geen wezenlijk verschil. Om de overcapaciteit weg te werken, is een drastischer ingrijpen nodig. Het luidt wel een trendommekeer in. Rond die enorme fabriekscomplexen is een hele gemeenschap uitgebouwd. De sluiting van die oude fabrieken zorgt voor toenemende werkloosheid en ontwrichting van lokale gemeenschappen. Sommige gebieden zullen wegkwijnen, anderen zullen er misschien in slagen nieuwe ondernemers aan te trekken. Die evolutie verschilt niet van de economische verschuivingen in de VS of in Europa. In ons land ging Clabecq failliet. ArcelorMittal investeert in zijn Gentse vestiging geen 140 miljoen euro uit sympathie voor de Gentenaars of om de tewerkstelling op peil te houden, maar wel voor de levensnoodzakelijke innovatie die ervoor moet zorgen dat de groep kan overleven. Een gigantische economie als die van China kan men niet in een handomdraai laten overschakelen naar een meer consumptiegericht patroon. Twee elementen spelen daarbij een cruciale rol. De consolidatie van de macht van de partij gaat boven alles. Xi Jinping is niet voor niets zowel partijleider als president. Bij alle voorgestelde veranderingen moet de partij twee krachten beheersen. Enerzijds tal van gevestigde belangen in industriële sectoren en politieke gewesten, anderzijds sociale onrust. Naast het partijbelang is er de onontkoombare demografische evolutie. China veroudert in een snel tempo, met allerlei gevolgen voor de economie. Denk aan de toenemende loondruk en robotisering. De allerbelangrijkste factor is echter de nieuwe generatie jongeren, die van binnenuit de maatschappij zal veranderen. Xi Jinping is de zoon van een rode prins, een revolutionair die samen streed met Mao. Xi vormt letterlijk en figuurlijk de link met het verleden. De Chinese Millennials, de generatie 16- tot 35-jarigen, zijn met een slordige 415 miljoen. Dat is een pak meer dan de werkende bevolking in West-Europa en de VS samen (353 miljoen). Net zoals bij ons na de twee wereldoorlogen de welvaart over de generaties is opgebouwd, zo gebeurt dit ook in China. Goldman Sachs schat dat het gemiddeld jaarinkomen van de Chinese Millennials zal stijgen van 5.900 Amerikaanse dollar naar 13.000 dollar. Samen beschikken ze over een koopkracht van 2,4 biljoen dollar. Deze zal met liefst 3 biljoen toenemen tot ruim 5 biljoen dollar. Het is de best opgeleide generatie uit de Chinese geschiedenis. Ze heeft een stedelijk leefpatroon en onderhoudt steeds meer internationale contacten. Het is deze generatie die het consumptiepatroon de komende jaren zal bepalen. Sommige Westerse voorlopers in China, zoals de auto- en de luxesector, krijgen klappen op de beurs. Tegelijk is er een explosieve groei van de sportindustrie, het online-gamen en het toerisme. Het contrast tussen de uitspraken van BMW en Adidas is daarom begrijpelijk. De autoverkopen dalen al drie maanden op rij. Dat komt echter na een periode van explosieve groei met exuberante winstmarges. Het is dus logisch dat BMW en VW zich erg voorzichtig uitlaten. Adidas daarentegen wijst erop dat steeds meer Chinezen aan sport doen, tot groot genoegen van de regering. Adidas en Nike controleren elk ongeveer 14% van de markt. China blijft hun belangrijkste groeimotor. De lokale sportmerken hadden het jarenlang erg moeilijk. Vooral Li-Ning, dat in 2007 nog sterk expandeerde en internationale ambities koesterde, moest door het stof kruipen. Li-Ning overleefde het bankroet en krabbelt nu langzaam overeind. De lokale sportkampioen is echter Anta Sports, dat een marktaandeel van ongeveer 11% bezit. Anta leerde uit de fouten van Li-Ning, dat te snel zijn prijzen optrok. Anta beschikt ook over een uitstekende distributienetwerk in zogenaamde tweede- of derderangssteden, waar de groei sterker is. Het diversifieert ook met andere merken zoals het duurdere Fila, Anta Kids en is actief in e-commerce. De beurs erkent de goede presentaties. Het aandeel is verviervoudigd sinds 2012. Het staat dit jaar nog steeds op een winst van 38% en noteert amper 13% onder zijn piekkoers. Amerepacific, een Koreaans cosmeticabedrijf, profiteert enorm van de boom van het Chinees toerisme. De directievoorzitter van Munich Re verwacht ondanks de recente turbulenties een stevige groei in China. Meer nog, hij stelt dat "de goede tijden voor verzekeraars in China nu pas echt aanbreken" omdat de industrialisering, de urbanisatie en de welvaart in China voldoende zijn toegenomen. Zo zijn er tal van bedrijven die wel goede zaken zullen blijven doen in China. Daar zullen de nieuwe generaties wel voor zorgen.