De Europese langetermijnrente werd meegezogen en steeg van 1,4 naar 2,3%. Spontaan roept dit herinneringen op aan de obligatiecrash van 1994. Er zijn enkele opvallende gelijkenissen, zoals:

- de Federal Reserve wijzigt haar beleid;

- de verzwakking van de US dollar;

- de behoorlijk hoge spread van de OLO ten opzichte van de Bund een jaar vroeger;

- de spread van de OLO op 10 jaar schommelend rond 80 basispunten.

Maar er zijn ook enkele opvallende verschillen, zoals:

- de veel lagere economische groei, alsook de andere trend (dalend in 1994 en nu stijgend);

- de veel lagere inflatie in 2013;

- de zeer lage kortetermijnrente en de geringe kans dat die snel zou kunnen stijgen;

- de steiler wordende rentecurve in 2013 tegenover een vlakker wordende rentecurve in 1994.

Het feit dat er toch nog geen afbouw van de liquiditeiten werd beslist, vertaalde zich in een gevoelige daling van de langetermijnrente, hoewel de onderliggende opwaartse trend overeind is gebleven.

De Europese langetermijnrente werd meegezogen en steeg van 1,4 naar 2,3%. Spontaan roept dit herinneringen op aan de obligatiecrash van 1994. Er zijn enkele opvallende gelijkenissen, zoals: - de Federal Reserve wijzigt haar beleid; - de verzwakking van de US dollar; - de behoorlijk hoge spread van de OLO ten opzichte van de Bund een jaar vroeger; - de spread van de OLO op 10 jaar schommelend rond 80 basispunten. Maar er zijn ook enkele opvallende verschillen, zoals: - de veel lagere economische groei, alsook de andere trend (dalend in 1994 en nu stijgend); - de veel lagere inflatie in 2013; - de zeer lage kortetermijnrente en de geringe kans dat die snel zou kunnen stijgen; - de steiler wordende rentecurve in 2013 tegenover een vlakker wordende rentecurve in 1994. Het feit dat er toch nog geen afbouw van de liquiditeiten werd beslist, vertaalde zich in een gevoelige daling van de langetermijnrente, hoewel de onderliggende opwaartse trend overeind is gebleven.