Indien de tarieven op Duitse obligaties met een langere looptijd lager zijn dan het euribortarief , dan geeft dit aan dat beleggers in het algemeen het kredietrisico van beleggingen in andere Europese landen belangrijker vinden dan het renterisico op Duitse obligaties, ondanks hun langere looptijd.

Tijdens het afgelopen jaar is dit lange tijd het geval geweest. Het was dan ook zeer indicatief voor het wantrouwen in het Europese beleid dat een Duitse obligatie met een vervaldag binnen 7 jaar (en dus aanzienlijk renterisico inhield), tegen een lagere rentevoet noteerde dan een korte termijn belegging aan het gemiddelde tarief van de Europese banken.

Deze situatie is recent gedeeltelijk gekeerd, na de afkondiging van de ECB -interventiepolitiek en de bekendmaking van de plannen voor het vormen van een bankenunie.

De groei van de monetaire basis in Europa duidt op een recordtempo, hetgeen kenschetsend is voor de graad van urgentie die de ECB toekent aan de actuele situatie.

De expansieve politiek lijkt wat aan snelheid in te boeten in de VSA, maar dat is slechts een optisch effect : het huidige niveau wordt immers vergeleken met een reeds sterk gestegen niveau in het vorige jaar.

Groei stimuleren, banksector stabiliseren, eurocrisis bezweren

Daarenboven was de monetaire overheid in de afgelopen maanden wat terughoudend in anticipatie van de goedkeuring van het voorgestelde nieuwe pakket aan maatregelen : QE3.

We mogen hierbij volgens professor Stefan Duchateau niet uit het oog verliezen dat de centrale banken in de Westerse landen momenteel extreme inspanningen leveren om tegelijk de economische groei te stimuleren, de banksector te stabiliseren en - in het geval van de ECB - de eurocrisis te bezweren.

De transmissie van deze historische groei in de reële economische sfeer is tot nu toe echter nog niet gelukt. Gedeeltelijk door het terughoudende gedrag van de consument die in een crisissfeer eerder de spaarquote zal opdrijven, maar vooral door een opgelegde "deleveraging" politiek, waardoor banken verplicht zijn om de voorziene liquiditeiten aan te wenden om hun balans te verstevigen, eerder dan om een versoepeling in haar kredietvoorwaarden door te voeren.

Indien de tarieven op Duitse obligaties met een langere looptijd lager zijn dan het euribortarief , dan geeft dit aan dat beleggers in het algemeen het kredietrisico van beleggingen in andere Europese landen belangrijker vinden dan het renterisico op Duitse obligaties, ondanks hun langere looptijd. Tijdens het afgelopen jaar is dit lange tijd het geval geweest. Het was dan ook zeer indicatief voor het wantrouwen in het Europese beleid dat een Duitse obligatie met een vervaldag binnen 7 jaar (en dus aanzienlijk renterisico inhield), tegen een lagere rentevoet noteerde dan een korte termijn belegging aan het gemiddelde tarief van de Europese banken. Deze situatie is recent gedeeltelijk gekeerd, na de afkondiging van de ECB -interventiepolitiek en de bekendmaking van de plannen voor het vormen van een bankenunie. De groei van de monetaire basis in Europa duidt op een recordtempo, hetgeen kenschetsend is voor de graad van urgentie die de ECB toekent aan de actuele situatie. De expansieve politiek lijkt wat aan snelheid in te boeten in de VSA, maar dat is slechts een optisch effect : het huidige niveau wordt immers vergeleken met een reeds sterk gestegen niveau in het vorige jaar. Groei stimuleren, banksector stabiliseren, eurocrisis bezwerenDaarenboven was de monetaire overheid in de afgelopen maanden wat terughoudend in anticipatie van de goedkeuring van het voorgestelde nieuwe pakket aan maatregelen : QE3. We mogen hierbij volgens professor Stefan Duchateau niet uit het oog verliezen dat de centrale banken in de Westerse landen momenteel extreme inspanningen leveren om tegelijk de economische groei te stimuleren, de banksector te stabiliseren en - in het geval van de ECB - de eurocrisis te bezweren. De transmissie van deze historische groei in de reële economische sfeer is tot nu toe echter nog niet gelukt. Gedeeltelijk door het terughoudende gedrag van de consument die in een crisissfeer eerder de spaarquote zal opdrijven, maar vooral door een opgelegde "deleveraging" politiek, waardoor banken verplicht zijn om de voorziene liquiditeiten aan te wenden om hun balans te verstevigen, eerder dan om een versoepeling in haar kredietvoorwaarden door te voeren.