Carmignac: "Brazilië is immers een belangrijke uitvoerder van grondstoffen, waaronder voedingsmiddelen, en zelfvoorzienend in olieproductie. Bovendien bedraagt de reële rente er bijna 6%, een duidelijk teken dat de monetaire autoriteiten de vinger aan de pols houden. Nog een voorbeeld is volgens ons de daling van de Chinese markt, waar de H-aandelen sinds het begin van het jaar 4,5% moesten inleveren in euro. De in februari bekendgemaakte indicatoren hebben onze mening bevestigd."

De jaarlijkse inflatie bleef in januari immers onder 5%, waarvan de helft te wijten was aan de stijging van de voedselprijzen. Deze component is belangrijk, ook voor de andere opkomende landen, en kan ook de komende maanden nog zwaar doorwegen als de weergoden tegenwerken.

Carmignac: "De onderliggende inflatie zonder levensmiddelen bleef echter beperkt tot 2,6% over één jaar. Dat was te danken aan vertraging van de toename van de geldhoeveelheid (M1) van 19,6% tot 13,6% in januari, meteen het laagste peil van de afgelopen twee jaar, en aan de geleidelijke verhoging van de verplichte kapitaalreserves voor de banken tot 19,5%, zodat de banken nu al meer reserves moeten aanhouden dan voor het begin van de monetaire versoepeling eind 2008. Kunnen deze doortastende maatregelen, die wellicht nog enkele maanden zullen worden voortgezet, een gevaar vormen voor het elan van de Chinese groei? We denken het niet en de inkoopmanagersindex voor de verwerkende nijverheid sterkt ons in deze overtuiging."