Zweden scoort immers nog hoger inzake belastingdruk maar overtroeft zelfs Duitsland inzake bedrijfsresultaten. De overconcentratie in financiële waarden en de bijzondere scherpe verliezen van deze bedrijven in België in vergelijking met andere landen leidden tot deze ronduit dramatische ontwikkeling.

Toch kan er ook enig goed nieuws worden afgeleid uit een dergelijke ontwikkeling: Bemerk enerzijds het gestage herstel van de Belgische bedrijfsresultaten (iets te lineair om echt "natuurlijk" te zijn) waarmee ook de recente, relatief goede prestatie van de Belgische beursindices een fundamentele onderbouw krijgt.

De in te halen afstand lijkt anderzijds nog substantieel maar blijkbaar groeit het vertrouwen. Dit uit zich ook in een relatief dure waardering van de Belgische beurs in termen van de verwachte koers/winstverhouding.

Dit lijkt typisch voor een land met (nog steeds) een hogere concentratie van financiële waarden in zijn beursindex (zie bijvoorbeeld ook Ierland) en reflecteert de hoop op een fundamenteel herstel van de winsten van financiële bedrijven.

In de context van een stabilisatie van de Eurozone en de aanhoudende "gratis-geld" politiek van de ECB is een tijdelijke, substantiële verbetering van de marges niet uitgesloten, zeker nu ook de Europese economie enkele positieve signalen laat optekenen.

De kapitaalbasis blijft echter te smal om vertrouwen te hebben in de capaciteit om voldoende risico's te kunnen absorberen in een stressscenario.

We mogen volgens Duchateau ook niet dezelfde fout vervallen als in het verleden waarbij een overconcentratie in één sector tot een sterk verhoogd neerwaarts risico aanleiding gaf. Met zwaardere gewichten voor waarden als Inbev, UCB, Solvay is er echter al bredere basis aangelegd.

Zweden scoort immers nog hoger inzake belastingdruk maar overtroeft zelfs Duitsland inzake bedrijfsresultaten. De overconcentratie in financiële waarden en de bijzondere scherpe verliezen van deze bedrijven in België in vergelijking met andere landen leidden tot deze ronduit dramatische ontwikkeling. Toch kan er ook enig goed nieuws worden afgeleid uit een dergelijke ontwikkeling: Bemerk enerzijds het gestage herstel van de Belgische bedrijfsresultaten (iets te lineair om echt "natuurlijk" te zijn) waarmee ook de recente, relatief goede prestatie van de Belgische beursindices een fundamentele onderbouw krijgt. De in te halen afstand lijkt anderzijds nog substantieel maar blijkbaar groeit het vertrouwen. Dit uit zich ook in een relatief dure waardering van de Belgische beurs in termen van de verwachte koers/winstverhouding. Dit lijkt typisch voor een land met (nog steeds) een hogere concentratie van financiële waarden in zijn beursindex (zie bijvoorbeeld ook Ierland) en reflecteert de hoop op een fundamenteel herstel van de winsten van financiële bedrijven. In de context van een stabilisatie van de Eurozone en de aanhoudende "gratis-geld" politiek van de ECB is een tijdelijke, substantiële verbetering van de marges niet uitgesloten, zeker nu ook de Europese economie enkele positieve signalen laat optekenen. De kapitaalbasis blijft echter te smal om vertrouwen te hebben in de capaciteit om voldoende risico's te kunnen absorberen in een stressscenario. We mogen volgens Duchateau ook niet dezelfde fout vervallen als in het verleden waarbij een overconcentratie in één sector tot een sterk verhoogd neerwaarts risico aanleiding gaf. Met zwaardere gewichten voor waarden als Inbev, UCB, Solvay is er echter al bredere basis aangelegd.