De Europese beurzen begonnen de dag met een nieuwe opstoot van rentekoorts. De vrees is dat het ultrasoepele geldbeleid van de centrale banken zijn einde nadert, zeker nu duidelijk wordt dat het economisch pessimisme van de eerste helft van het jaar overtrokken was. De belangrijke graadmeter eurostoxx50 sloot 0,2 procent in het rood.

In Brussel verloor de Bel-20 0,8 procent. De slechtere prestatie van de korf Belgische steraandelen had vooral te maken met de slechte beurt die AB InBev (-4,3%) maakte. De grootste brouwer ter wereld bleef voor het zesde kwartaal op rij onder de verwachtingen met zijn winstcijfers. De winst (ebitda) daalde in de zomerperiode 2 procent, terwijl een toename verwacht werd.

De boosdoener is Brazilië, de op een na belangrijkste markt voor de brouwer. Het grootste land van Zuid-Amerika kampt met een snoeiharde recessie, wat de man in de straat verplicht minder of goedkoper bier te drinken. De verwachting is dat er pas midden volgend jaar beterschap komt in Brazilië, en dus verwacht AB InBev niet langer dat de omzet dit jaar sneller zal groeien dan de inflatie. Het goeie nieuws voor de belegger is dat het bedrijf een bescheiden groei van het dividend voorziet.

De tegenvallende cijfers verhogen wel de druk. De vraag zal nu meer dan ooit zijn of het management zijn reputatie eer kan aandoen en alle aangekondigde kostenbesparingen en synergievoordelen uit de overname van SABMiller weet te puren.

Nog in de Bel-20 verraste Proximus (-1,8%) met een winstcijfer dat hoger uitkwam dan verwacht. Dat resultaat is vooral te danken aan de lagere kosten dankzij de afvloeiing van ouder personeel. Het voormalige Belgacom denkt nu 3 à 4 procent meer winst te maken dit jaar, voorheen was de prognose een "lichte" winstverbetering.

Galapagas (-4,2%) pakte uit met winst in de periode januari tot september. Dat mag verrassend heten voor een bedrijf dat nog geen medicijn op de markt heeft en dus eigenlijk niets verkoopt. Het zwarte cijfer is dan ook louter boekhoudkundig de vertaling van de kapitaalinjectie begin dit jaar van het Amerikaanse Gilead.

Buiten de Bel-20 was er vooral aandacht voor de mogelijke overname van Agfa-Gevaert (+4,2%). Zowel de prooi als de Duitse jager CompuGroup bevestigde geruchten dat een overnamedossier onderzocht wordt. Er moet met andere woorden nog veel water naar de zee stromen vooraleer een mogelijke deal definitief rond zal zijn, een bemerking die ook zowat de rode draad was doorheen de reactie bij analisten.

In de namiddag was er meer aandacht voor een mogelijk geval van handel met voorkennis. De jongste dagen lagen de handelsvolumes in zogenaamde callopties, instrumenten om in te spelen op een koersstijging, veel hoger dan normaal. Daarmee staat natuurlijk niets vast, maar het vermoeden is wel gerezen.

Internationaal sprong de crash van Novo Nordisk (-15%) in het oog. De grootste producent van insuline ter wereld verwacht de winst de komende jaren maar 5 procent groei tegenover 15 procent de jongste jaren. De zwakkere prestaties zijn het gevolg van de toegenomen concurrentie op de markt voor middelen tegen diabetes en vooral de lagere prijzen die Amerikanen eisen voor veel geneesmiddelen.

Tot slot liet vandaag ook een aantal oliereuzen in de boeken kijken. Het Franse Total deed beter dan verwacht, net als ExxonMobil. Chevron stelde teleur met minder omzet dan aangenomen werd.

Volgende week krijgt de belegger het druk. Maandag zijn er cijfers in ons land van Recticel en Euronav. De dagen nadien dendert de resultatentrein nijverig voort met rapporten van onder meer Pfizer, Shell, Nyrstar, Société Générale, MDxHealth en adidas. Het eindstation vrijdag na beurstijd ligt bij GBL.