Bevers en zijn collega-economen bij Degroof Petercam overlopen drie hordes die de Europese economie de komende zes maanden moet nemen. De eerste is het referendum over het EU-lidmaatschap van het VK dat nu donderdag plaatsvindt.

1. De dreiging van een brexit

"Een brexit kan een katalysator voor de desintegratie of voor de verdere integratie van de Unie zijn"

Donderdag vindt in Groot-Brittannië het referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie plaats. "De exit van de Britten uit de Europese Unie zou een gevaarlijk precedent zijn", vindt Hans Bevers. "Het kan een katalysator voor de desintegratie of voor de verdere integratie van de Unie zijn. Als het tot een brexit komt, moet opnieuw over handelsakkoorden worden onderhandeld. Dat veroorzaakt veel onzekerheid. Mocht het zover komen, dan is dat een groot risico voor de Europese economie."

Maar Bevers is vrij gerust in een goede afloop. Hij raadpleegt regelmatig de website predictwise.com, het geesteskind van David Rothschild, een econoom van Microsoft Research. De website verzamelt data over peilingen, uitstaande weddenschappen en sociale media, en bundelt die op een overzichtelijke manier. Op de vraag of Groot-Brittannië lid van de Europese Unie moet blijven, antwoordt 75 procent van de Britten ja, volgens PredictWise.

"De website voorspelt al een hele tijd dat de nominaties van de Democraten en de Republikeinen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen naar Hillary Clinton en Donald Trump gaan", zegt Bevers nog. Die verkiezingen op 8 november hebben ook een impact op Europa. Het zakenblad The Economist en andere Europese opiniemakers huiveren voor het buitenlandse beleid van Trump.

2. De opkomst van populistische partijen

Het Duitse tijdschrift Der Spiegel noemt Donald Trump de gevaarlijkste man ter wereld. Als we PredictWise mogen geloven, wordt hij geen president. De Republikein moet het volgens de bookmakers en andere bronnen van de website afleggen voor de Democratische kandidaat (72 tegenover 28%).

Volgens Bevers voelt een niet te onderschatten deel van de Amerikaanse bevolking zich aangetrokken tot Trump. "De Amerikaanse middenklasse stagneert", legt hij uit. "De rijkste laag van de bevolking floreert en de armste krijgt allerlei fiscale voordelen en voorkeursbehandelingen. De middenklasse blijft in de kou staan. Die groep voelt zich aangesproken door Trump en de Democratische kandidaat Bernie Sanders."

"Als regeringen te drastisch saneren, worden ze bij de volgende verkiezingen aan de kant geschoven en komt er niets meer van de besparingsplannen"

Econoom Thomas Van Rompuy voegt eraan toe: "In de Verenigde Staten vertalen populistische presidentskandidaten als Trump en Sanders de onvrede van de middenklasse. In Europa gebeurt iets gelijkaardigs met de opkomst van populistische partijen. In tijden van besparingen en ontberingen zoekt een deel van de samenleving naar externe vijanden als verklaring voor de problemen. In Griekenland, Italië, Frankrijk en Spanje halen die partijen volgens de jongste peilingen minstens één op de vijf stemmen binnen."

"John Maynard Keynes wist al dat overheden moeten investeren tijdens de bust en besparen tijdens de boom", zegt Bevers. "Dat is een van de belangrijkste lessen van de financiële crisis." Van Rompuy voegt daaraan toe dat de Europese Commissie minder en minder het accent legt op de besparingen en de begrotingsdoelstellingen. "Ze voelt ook aan dat er bij de bevolking een draagvlak voor besparingen moet zijn. Als regeringen te drastisch saneren, worden ze bij de volgende verkiezingen aan de kant geschoven en komt er niets meer van de besparingsplannen."

Ook in ons land zijn populistische partijen aan een opmars bezig. Uit een peiling van VTM Nieuws, Het Laatste Nieuws, RTL-TVI en Le Soir, uitgevoerd door Ipsos, bleek dat zowel extreem rechts als extreem links aanhang winnen. Vlaams Belang is de opvallendste stijger. Bijna 14 procent van de Vlamingen zou voor Vlaams Belang kiezen, terwijl de partij twee jaar geleden nog 5,8 procent van de stemmen haalde.

3. De geloofwaardigheid van de Europese Centrale Bank

De centrale bankiers slagen er maar niet in de inflatie in de eurozone aan te zwengelen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft officieel maar één doelstelling: een inflatie van "onder maar dicht bij 2 procent". Volgens de economische theorie zouden prijsdalingen ertoe leiden dat we onze consumptie uitstellen. Prijsstijgingen zouden ervoor zorgen dat we producten snel en zo goedkoop mogelijk aankopen. De inflatie dient als smeermiddel om de economische motor te doen draaien.

In mei en april bedroeg de inflatie respectievelijk -0,2 en -0,1 procent. Pas in de tweede helft van dit jaar zou de inflatie beginnen aan te trekken. De economen van de ECB verwachten een gemiddelde prijsstijging van 0,2 procent in 2016, 1,3 procent in 2017 en 1,6 procent in 2018. Maar dat is nog altijd een eind onder de doelstelling. "Je kunt een paard wel naar het water leiden, maar je kunt het niet dwingen om te drinken", antwoordt Bruno Colmant, het hoofd van macro-economisch onderzoek en directielid bij Degroof Petercam, op de vraag waarom de ECB faalt.

Colmant: "De ECB vergroot de geldvoorraad in de eurozone, maar er moeten ook grote geldstromen op gang komen. Door goedkoop krediet te verstrekken, beginnen de bedrijven en de gezinnen nog niet per se te investeren. Ze hebben eerst geprobeerd de economie aan te zwengelen via het banksysteem, omdat de Europese bedrijven veel meer dan Amerikaanse bedrijven afhankelijk zijn van de banken voor hun financiering. Nu proberen ze het via de financiële markten, door overheids- en bedrijfsobligaties te kopen."

"Het economische herstel in Europa en in de Verenigde Staten had veel verder kunnen staan, als de overheden meteen hadden geïnvesteerd in infrastructuur"

Maar Colmant twijfelt eraan of die strategie vruchten zal afwerpen. "De reële economie moet vooral worden gestimuleerd via de landen. De overheden met hun schuldenbergen profiteren het meest van de lage rente. De ECB heeft nu twee derde van de overheidsschuld van de eurozone in handen. Maar 95 procent van de extra financiële ademruimte van de landen gaat naar lopende zaken en slechts 5 procent naar investeringen. Het plan-Juncker was erop gericht privémiddelen te verzamelen voor investeringen in Europa, maar daar mag je ook niet te veel van verwachten."

Bevers voegt eraan toe: "Het economische herstel in Europa en in de Verenigde Staten had veel verder kunnen staan, als de overheden meteen hadden geïnvesteerd in infrastructuur. In de Verenigde Staten is er vrij snel een expansief beleid met overheidsstimulansen gekomen, maar dat is te snel weer afgebouwd. In Europa was er een bijna dogmatische nadruk op begrotingssaneringen."

De onverwachts sterke en aanhoudende daling van de olieprijs is een van de grote schuldigen aan de negatieve inflatie in de eurozone. Het effect van die daling op de inflatiecijfers zou in de tweede helft van dit jaar verdwijnen, omdat de olieprijs al sinds de zomer van 2015 zo laag is en de prijzen telkens worden vergeleken met die van een jaar eerder. Volgens Colmant blijven op lange termijn ook deflatoire krachten spelen, zoals de vergrijzing en de digitale revolutie, waar het monetaire beleid van de ECB maar moeilijk vat op heeft. "Er moet dringend een duurzame oplossing van de overheden komen om de pensioenen en de gezondheidszorg betaalbaar te houden."