Buitenlandse beleggers hebben Britse aandelen de rug toegekeerd. "Sinds het brexit-referendum presteert de Britse beurs minder goed dan de wereldbeurzen", zegt Sue Noffke, die verantwoordelijk is voor Britse aandelen bij Schroders, een van de grootste vermogensbeheerder in het Verenigd Koninkrijk. "Britse aandelen zijn aantrekkelijk gewaardeerd, want ze noteren goedkoper dan de voorbije decennia."
...

Buitenlandse beleggers hebben Britse aandelen de rug toegekeerd. "Sinds het brexit-referendum presteert de Britse beurs minder goed dan de wereldbeurzen", zegt Sue Noffke, die verantwoordelijk is voor Britse aandelen bij Schroders, een van de grootste vermogensbeheerder in het Verenigd Koninkrijk. "Britse aandelen zijn aantrekkelijk gewaardeerd, want ze noteren goedkoper dan de voorbije decennia." Op basis van de koers-winst-, de koers-boekwaarde- en de koers-dividendverhouding bedraagt de onderwaardering van Britse aandelen meer dan 30 procent tegenover de rest van de wereld. De voorbije dertig jaar was dat gemiddeld 18 procent. Er is dus altijd wel een ongelijkheid in waardering tussen de beurs van Londen en traditioneel duurdere beurzen zoals Wall Street. Maar het is geleden van eind jaren negentig dat het verschil zo groot was. Beleggen in Britse aandelen is niet zonder risico. De Britse bank Barclays wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk tot nu veel beter heeft standgehouden dan verwacht na de stemming over de exit uit de eurozone in juni 2016. In het eerste kwartaal van 2019 groeide het Britse bruto binnenlands product met 0,5 procent, tegenover een economische groei van 0,4 procent voor de eurozone. De verwachting is dat de Britse economie in 2019 met 1,2 procent vooruitgaat, tegenover 1,4 procent in 2018 en 1,8 procent in 2017. M&G, een andere Britse vermogensbeheerder, verwacht dat het Britse pond op de sukkel blijft. Bij een harde brexit, zonder overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, moeten beleggers hun aandacht vestigen op bedrijven in de FTSE100-index. Die top honderd van de Britse bedrijven met de grootste beurskapitalisatie die in Londen noteren, zal eerst gebukt gaan onder het zwakke Britse pond, maar zal daarna ook het meest profiteren als haar concurrentiepositie verbetert door de verzwakking van het pond. Die grote bedrijven halen gemiddeld 75 procent van hun inkomsten uit het buitenland. Bij een geordende brexit, met een overeenkomst, kan het pond wel weer herstellen. En dan kunnen de Britse bedrijven die heel actief zijn op hun thuismarkt daarvan het meest voordeel trekken, zoals banken, vastgoed- en bouwbedrijven en de distributiesector. Xavier Timmermans, een beleggingsstrateeg van BNP Paribas Fortis, raadt aan een onderscheid te maken tussen de grote sterbedrijven en kleine ondernemingen, die zich vaak meer richten op de binnenlandse markt. De FTSE 250 Expanded Index verzamelt de ondernemingen die op basis van hun beurskapitalisatie op de Londense beurs op de plekken 101 tot 350 staan. De FTSE 100 (Footsie) is de index met de grootste honderd beurskapitalisaties. Timmermans merkt op dat de waarderingen van beide indexen erg verschillen. Hij wijst er ook op dat Britse aandelen goedkoop zijn, omdat buitenlandse beleggers zich ervan hebben afgekeerd. Maar Europese aandelen zijn evengoed goedkoop. Voor de aandelen in de FTSE 250 liggen de waarderingsratio's dicht bij die van de aandelen uit de Europese Stoxx 600-index, met een geschatte koers-winstverhouding van 13,15 en 13,35 voor 2019. Het dividendrendement van de FTSE 250 en de Stoxx600 bedraagt 3,33 en 3,72 procent. De FTSE 100-index heeft een koers-winstverhouding van 12,47 en een benijdenswaardig dividendrendement van 4,91 procent. "Dat laatste is een beetje misleidend", zegt Xavier Timmermans, "want behalve door oliemajors wordt die index bevolkt door heel conjunctuurgevoelige mijnbouwgroepen, die vandaag een dividendrendement van meer dan 6 procent bieden." De interesse van beleggers voor Britse aandelen staat op een laag pitje, constateert Sandra Vandersmissen, analiste van BNP Paribas Fortis. Er is weinig animo bij beleggers voor lokale spelers zoals het telecombedrijf BT Group of de supermarktenketen Tesco. "Maar het land heeft ook multinationals, vooral in de farmasector, die in onze portefeuilles een zwaarder gewicht krijgen dan in de indexen. Ik denk dan aan GSK, maar vooral aan Astra Zeneca, een van onze tien favoriete aandelen uit alle windstreken. Een belangrijke troef van dat bedrijf is zijn geografische spreiding. Een derde van de omzet komt uit de Verenigde Staten, een derde uit de groeilanden en een derde uit Europa, maar met een relatief klein gewicht van het Verenigd Koninkrijk. Omdat ze ontstond uit de fusie van het Britse Zeneca en het Zweedse Astra, heeft de groep verschillende productie-eenheden in Zweden. Er is dus een plan B als een harde brexit de export naar de Europese Unie in gevaar brengt." Een ander aandeel uit het favorietenlijstje van de bank is het olieconcern BP. De energiesector krijgt ook een zwaarder gewicht in de portefeuilles van de klanten dan in de beursindexen. Sandra Vandersmissen wijst erop dat alle vergoedingen die BP moet betalen voor de milieuramp in de Golf van Mexico in april 2010 bekend zijn. Vandersmissen tipt nog een aantrekkelijk geprijsd Brits aandeel: de financiële groep Prudential, die een grote blootstelling heeft aan de Verenigde Staten en de opkomende landen. Voor de Belgische belegger, die in euro's denkt, zou het pond niet verder mogen dalen. "Ik ben er niet van overtuigd dat het scenario van een harde brexit al helemaal in de wisselkoers verrekend zit", zegt Xavier Timmermans. "De markt heeft alle hoop op een ordelijke brexit nog niet verloren." Sandra Vandersmissen voegt daaraan toe: "Maar als het pond verder verzwakt, zullen de aandelenkoersen van internationale groepen stijgen, wat de daling van de munt grotendeels moet compenseren." Tom Mermuys, de hoofdstrateeg van KBC Asset Management, is terughoudender. "Als Britse aandelen goedkoop noteren, zijn daar goede redenen voor. De zwakte van het pond ondersteunt de exporterende bedrijven, maar 2019 wordt gekenmerkt door de vloek van de brexit, die het vertrouwen van de consument en het bedrijfsleven ondermijnt. Bovendien waren de bedrijfsresultaten in het eerste kwartaal niet erg overtuigend en zijn de verwachtingen voor 2019 stevig naar beneden herzien." "Wij adviseren voorzichtig te zijn met Britse aandelen", besluit Tom Mermuys, "tot we een duidelijker beeld van de politieke situatie krijgen, maar ook tot er een gunstiger economisch klimaat en betere vooruitzichten voor de bedrijfswinsten ontstaan."