De voorbije en komende weken stellen we de Belgische holdings voor. Brederode wedt van oudsher op twee paarden. Die strategie legde de holding ook in 2017 geen windeieren. De netto-actiefwaarde van de portefeuille steeg met 10 procent, het dividend ging omhoog en de nettowinst klokte af op 170 miljoen euro.
...

De voorbije en komende weken stellen we de Belgische holdings voor. Brederode wedt van oudsher op twee paarden. Die strategie legde de holding ook in 2017 geen windeieren. De netto-actiefwaarde van de portefeuille steeg met 10 procent, het dividend ging omhoog en de nettowinst klokte af op 170 miljoen euro. "We zijn heel tevreden met het resultaat", reageert topman en stichter Pierre van der Mersch. "Enkel de zwakke dollar en de sterke euro speelden ons parten. Bij een constante wisselkoers zouden onze private-equity-activiteiten veel meer hebben bijgedragen." Met die private-equity-investeringen onderscheidt de holding zich van andere. "Brederode heeft als enige een duidelijk zichtbare en lucratieve dubbele strategie", zegt Tom Simonts, econoom bij KBC. "De ene helft zit in aandelen en de andere helft in private-equityfondsen", legt hij uit. Enkel Sofina heeft ook een belangrijke blootstelling aan private-equityfondsen, met een kwart van de portefeuille. Eind 2017 was Brederodes private-equitytak 878 miljoen euro groot, bijna de helft van de portefeuillewaarde. "Toen wij ermee begonnen, waren we pioniers", herinnert Pierre van der Mersch zich. "Toen vond je zulke fondsen alleen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Het kapitaal dat die toen ophaalden, is lachwekkend vergeleken met het geld dat er nu naartoe vloeit. Er zijn ook duizenden private-equityfondsen bijgekomen."Die fondsen werken als een turbo op de winst van Brederode, zegt Tom Simonts. "Holdings hebben doorgaans geen eigen schulden", legt hij uit. "Hun rendementen komen van hogere beurskoersen of waarderingen van hun participaties, en onder die winst kun je geen schuldhefboom plaatsen. De private-equityfondsen financieren hun investeringen deels wel met schuld. Zo zet Brederode onrechtstreeks een turbo op zijn winstpotentieel, maar neemt het geen risico op zijn eigen balans", verduidelijkt de econoom. Brederode heeft een ellenlange lijst van investeringsfondsen waarmee het verbintenissen heeft. Er zitten enkele grote namen bij zoals The Carlyle Group en Bain Capital. "Niet iedereen heeft toegang tot die fondsen", zegt Tom Simonts. Omdat Brederode al zo lang actief is in de sector, heeft het wel een entreeticketje. De familieholding had eind 2017 voor meer dan anderhalf miljard euro verbintenissen uitstaan bij private-equityfondsen. Meer dan de helft daarvan was al opgevraagd, de rest blijft even in de wachtrij. "Dat geld wordt opgevraagd in schijven, maar veel van die grote fondsen zijn nooit voor de volle honderd procent geïnvesteerd", verduidelijkt Tom Simonts. Hij vergelijkt ze met een rupsband. Als zo'n fonds stopt, keert het zijn winsten uit maar richt het vaak een nieuw fonds op waar Brederode dan weer in kan stappen.Een investeringsmaatschappij waardig, investeert Brederode permanent in private equity. Elk kwartaal somt het de nieuwe fondsen op waarmee het verbintenissen is aangegaan. In 2017 pompte het nog 300 miljoen euro in meer dan vijftien nieuwe fondsen. Het merendeel van de private-equityportefeuille zit in Amerikaanse fondsen. Vorig jaar verhoogde Brederode voor het vijftiende opeenvolgende jaar zijn dividend. "Maar zelfs met die stijging keren we slechts 15 procent van ons resultaat uit. De rest investeren we opnieuw. We zijn als een machine die zodra ze in gang is, niet meer te stoppen lijkt", grapt Pierre van der Mersch. Dat die strategie loont, valt af te lezen uit de cijfers. De intrinsieke waarde per aandeel is in tien jaar tijd bijna verdrievoudigd van 23 euro naar 63 euro. Het dividend is de afgelopen tien jaar met 60 procent gestegen. Via zijn private-equity-investeringen is Brederode supergediversifieerd, want al die fondsen investeren op hun beurt in tientallen, soms honderden bedrijven. Zo zit The Carlyle Group, een van de bekendste Amerikaanse private-equityspelers en de grootste in Brederodes portefeuille, in meer dan 200 bedrijven. "Mocht je nagaan in hoeveel bedrijven Brederode onrechtstreeks zit, gaat dat richting de duizend", rekent Tom Simonts voor. Hoe de mensen van Brederode het overzicht houden over die meer dan dertig fondsen? Simpel, volgens Van der Mersch. "Ten eerste lezen we enorm veel van en over onze fondsen. Elk kwartaalrapport, elk jaarverslag verslinden we. Voors kennen we veel van de beheerders goed, dus richten we onze vragen persoonlijk aan hen", legt hij uit. "In private equity is vertrouwen het enige dat telt. Daarom is het cruciaal dat de juiste informatie circuleert en onze vragen beantwoord worden." In tegenstelling tot andere jaren kwam in 2017 twee derde van Brederodes nettowinst van de beursgenoteerde participaties. "Normaal gezien is het andersom", zegt Pierre van der Mersch. De familieholding heeft een twintigtal beursgenoteerde deelnemingen, die vorig jaar goed waren voor 969 miljoen euro, of 53 procent van de portefeuillewaarde. Die genoteerde participaties bieden een tegenwicht voor de avontuurlijkheid en de risico's van de private-equityportefeuille."Met onze beursportefeuille brengen we evenwicht door vooral te investeren in bedrijven met een solide balans en een minimum aan groei", legt Van der Mersch uit. Het gaat om bedrijven met een stabiel dividendrendement, zoals Novartis en Nestlé, die de Brederode-topman met vaderlijke trots "onze Zwitsers" noemt. "Er zit weinig risico in die beursgenoteerde spelers", zegt ook Tom Simonts. "Dat maakt Brederodes model zo aantrekkelijk. Het kiest stabiele bedrijven. Die beursgenoteerde portefeuille is de waardevaste poot in zijn algemene strategie." Daarmee investeert de holding in verschillende sectoren, zoals consumptiegoederen via Nestlé en Unilever, de farmasector via Novartis en Sanofi, en de oliesector via Shell en Total. Zelfs de technologieaandelen zijn met Samsung, Intel en Mastercard relatief defensief. In 2017 steeg de waarde van Brederodes beursgenoteerde portefeuille met 10 procent. In tegenstelling tot andere investeringsmaatschappijen doet Brederode niet aan actief aandeelhouderschap. Het aast niet op bestuurszitjes. "Wij willen vrije aandeelhouders zijn", zegt Pierre van der Mersch daarover. "Met zitjes in de raad van bestuur ben je soms gegijzeld. Je kunt minder makkelijk je positie verkopen omdat je dan andere bestuurders met wie je hebt samengewerkt, tegen de haren instrijkt. Een ander nadeel zijn de strenge regels over handel met voorkennis." Dat indachtig zitten de beheerders van Brederode in geen enkele raad van bestuur. Een belangrijke kanttekening voor minderheidsaandeelhouders in Brederode is de verhuis van de holding naar Luxemburg enkele jaren geleden. Met de fiscale veranderingsdrang en de sterke nadruk op vermogensbelasting van de afgelopen regeringen besloot Pierre van der Mersch met zijn holding naar Luxemburg te verkassen. "Geen onbelangrijk detail", volgens Tom Simonts. "Luxemburg heeft de Europese richtlijn voor de bescherming van minderheidsaandeelhouders niet volledig ingevoerd. Die zijn dus minder beschermd." Stel dat Brederode zichzelf van de beurs wil halen en daarvoor een bod onder de beurskoers doet, dan moet het daar niet per se de goedkeuring van de kleine aandeelhouders voor hebben. "Niet dat ik denk dat ze dat zullen doen", voegt de econoom stellig toe.