De liberalisering van de markt, de invoering van prijsreglementeringen, hogere milieu-eisen, de verplichte nucleaire uitstap, hoge olieprijzen, het houdt niet op. Dat de Europese sectorindex van de nutsbedrijven dit jaar de slechte sectorprestatie neerzet, is dan ook een logisch gevolg.

Concentreert De Mesure zich op GDF Suez, dan komen de problemen van Electrabel in België op de voorgrond. De technische problemen van de kerncentrales en het klantenverlies zullen ongetwijfeld hun sporen nalaten in de resultaten. Het belang hiervan in de groepscijfers van GDF Suez mag echter niet overroepen worden.

Zo vertegenwoordigt België minder dan 10% van de EBITDA. Iets belangrijker is het probleem van GDF Suez in Frankrijk. GDF Suez wordt er geconfronteerd met stijgende gasprijzen, ten gevolge van de koppeling aan de hogere olieprijzen, maar mag die prijsstijgingen van de Franse overheid niet volledig doorrekenen.

De Staat laat slechts een stijging toe van +2%, terwijl de regulator +6,1% gerechtvaardigd vindt en terwijl GDF Suez een stijging van 7% eist.

Concurrentie van Duitse steenkoolcentrales

Naast deze problematiek in België en Frankrijk wordt GDF Suez volgens Gert De Mesure nog met een ander minder bekend probleem geconfronteerd, te weten de concurrentie van Duitse steenkoolcentrales.

Door diverse prijsmechanismen is GDF Suez niet in staat met zijn gasgestookte elektriciteitscentrales te concurreren met die centrales. Vandaar de beslissing om enkele gascentrales te sluiten.

Naast deze negatieve elementen vinden we echter evenveel positieve evoluties. De Mesure denkt hierbij aan de internationale elektriciteitsactiviteiten van International Power, goed voor 25% van de EBITDA.

Deze activiteiten bevinden zich in groeilanden en presteren dan ook relatief goed. Heel beloftevol is de pijplijn van nieuwe projecten in die groeilanden.

Heel goedkoop gewaardeerd

Eind juni verwierf GDF Suez de resterende 30% verwierf van International Power en dit heeft ook een heel positieve invloed op de winstontwikkeling.

Minder bekend is dat GDF Suez interessante activiteiten heeft in gas. In LNG bijvoorbeeld is het een van de wereldmarktleiders en is het uitstekend geplaatst om in te spelen op de sterke vraag vanuit Azië.

Ook in de exploitatie van gasvelden is de groep actief. De ingebruikname van 3 nieuwe gasvelden in het Britse deel van de Noordzee in 2013, in 2014 en in 2016 zal de winst positief beïnvloeden.

Een blik op de waardering vanuit diverse invalshoeken laat er geen twijfel over bestaan: GDF Suez is heel goedkoop vandaag. Op basis van de verwachte winst over 2012 noteert het met een koers/winstverhouding van 11.

Het dividendrendement bedraagt 8,5% en tot slot de boekwaarde eind juni was 26,20 euro. Met dergelijke waardering riskeert een belegger met een focus op de langere termijn volgens Gert De Mesure niet veel.

De liberalisering van de markt, de invoering van prijsreglementeringen, hogere milieu-eisen, de verplichte nucleaire uitstap, hoge olieprijzen, het houdt niet op. Dat de Europese sectorindex van de nutsbedrijven dit jaar de slechte sectorprestatie neerzet, is dan ook een logisch gevolg. Concentreert De Mesure zich op GDF Suez, dan komen de problemen van Electrabel in België op de voorgrond. De technische problemen van de kerncentrales en het klantenverlies zullen ongetwijfeld hun sporen nalaten in de resultaten. Het belang hiervan in de groepscijfers van GDF Suez mag echter niet overroepen worden. Zo vertegenwoordigt België minder dan 10% van de EBITDA. Iets belangrijker is het probleem van GDF Suez in Frankrijk. GDF Suez wordt er geconfronteerd met stijgende gasprijzen, ten gevolge van de koppeling aan de hogere olieprijzen, maar mag die prijsstijgingen van de Franse overheid niet volledig doorrekenen.De Staat laat slechts een stijging toe van +2%, terwijl de regulator +6,1% gerechtvaardigd vindt en terwijl GDF Suez een stijging van 7% eist. Concurrentie van Duitse steenkoolcentralesNaast deze problematiek in België en Frankrijk wordt GDF Suez volgens Gert De Mesure nog met een ander minder bekend probleem geconfronteerd, te weten de concurrentie van Duitse steenkoolcentrales. Door diverse prijsmechanismen is GDF Suez niet in staat met zijn gasgestookte elektriciteitscentrales te concurreren met die centrales. Vandaar de beslissing om enkele gascentrales te sluiten. Naast deze negatieve elementen vinden we echter evenveel positieve evoluties. De Mesure denkt hierbij aan de internationale elektriciteitsactiviteiten van International Power, goed voor 25% van de EBITDA. Deze activiteiten bevinden zich in groeilanden en presteren dan ook relatief goed. Heel beloftevol is de pijplijn van nieuwe projecten in die groeilanden.Heel goedkoop gewaardeerdEind juni verwierf GDF Suez de resterende 30% verwierf van International Power en dit heeft ook een heel positieve invloed op de winstontwikkeling. Minder bekend is dat GDF Suez interessante activiteiten heeft in gas. In LNG bijvoorbeeld is het een van de wereldmarktleiders en is het uitstekend geplaatst om in te spelen op de sterke vraag vanuit Azië. Ook in de exploitatie van gasvelden is de groep actief. De ingebruikname van 3 nieuwe gasvelden in het Britse deel van de Noordzee in 2013, in 2014 en in 2016 zal de winst positief beïnvloeden. Een blik op de waardering vanuit diverse invalshoeken laat er geen twijfel over bestaan: GDF Suez is heel goedkoop vandaag. Op basis van de verwachte winst over 2012 noteert het met een koers/winstverhouding van 11. Het dividendrendement bedraagt 8,5% en tot slot de boekwaarde eind juni was 26,20 euro. Met dergelijke waardering riskeert een belegger met een focus op de langere termijn volgens Gert De Mesure niet veel.