Volgens de peilingen had Joe Biden vrij makkelijk de 46ste president van de Verenigde Staten moeten worden. Maar van vier jaar geleden wisten we al dat Donald Trump een harde tegenstander is die zich niet gewonnen geeft. We kregen dan toch de gevreesde nagelbijter, met een langdurige onzekerheid over de bekrachtiging van de uitslag als een reëel scenario. De eerste reactie van Wall Street kwam bij veel beleggers wat raar over. Chaos in Washington, maar op de beurs van New York was er een uitgesproken positieve reactie. Het vooruitzicht op de combinatie van de gematigde Democraat Joe Biden in het Witte Huis en een Senaat die nipt door de Republikeinen wordt gedomineerd, moet vooral de linkervleugel van de Democraten onder controle houden, zo niet die vleugellam maken. Vandaar de sterke prestatie van big tech (minder vrees voor aanpak van zijn dominante positie) en big pharma (minder vrees voor ingrijpen op geneesmiddelenprijzen).

Maar historisch bekeken moeten we toch vaststellen dat de initiële reactie na presidentsverkiezingen geen goede indicatie is voor de prestatie van de beurzen in de vier jaar daarna. Kijk maar naar de beursreactie op de overwinning van Barack Obama in 2008 en 2012. Hij was absoluut niet geliefd bij beleggers, want in 2008 nam de Standard&Poor's500-index (S&P500) na zijn verkiezing een duik van 5 procent. Wereldwijd ging toen zowat 2000 miljard dollar beurswaarde verloren. Een jaar later stond Wall Street 12 procent hoger. Idem in 2012: eerst een daling van 3,6 procent en een jaar later een klim van maar liefst 26 procent. En wat te zeggen over de reactie op de uiterst verrassende zege van Trump tegen Hillary Clinton vier jaar geleden? Wall Street zag de komst van de brutale, onvoorspelbare Trump de eerste uren niet zitten, maar veranderde heel snel en heel grondig van mening. Het beursjaar 2017 was zelfs ronduit fantastisch, in de aanloop naar Trumps forse verlaging van de vennootschapsbelasting. Een positieve of negatieve eerste reactie op een verkiezingsuitslag heeft dus weinig of geen voorspellende waarde.

Blauw of rood

In de 23 verkiezingen sinds 1928 is de S&P500-index zestien keer gedaald als reactie op de uitslag, met een gemiddelde daling van 1,8 procent. Tien van die zestien keer stond de index twaalf maanden later toch substantieel hoger. Beleggers reageren dus impulsief op een uitslag en overschatten doorgaans de impact van de winnaar op de beurs en de economie. Die kans is vandaag nog groter, gezien de cruciale rol die de centrale banken op de financiële markten spelen. Bijna de enige zekerheid die we hebben, is dat verkiezingen en referenda voor volatielere, meer beweeglijke markten zorgen. Als november een verkiezingsmaand is in de Verenigde Staten, ligt de volatiliteit 22 procent hoger dan in niet-verkiezingsjaren.

Tot slot, nog een fabel die de wereld uit mag: sinds 1928 bedraagt de gemiddelde beursstijging onder Democratische presidenten 27,7 procent. Nipt beter dan de 27,3 procent onder Republikeinse presidenten. Ook blauw of rood in het Witte Huis maakt dus niet echt het verschil voor de aandelenbelegger.

Volgens de peilingen had Joe Biden vrij makkelijk de 46ste president van de Verenigde Staten moeten worden. Maar van vier jaar geleden wisten we al dat Donald Trump een harde tegenstander is die zich niet gewonnen geeft. We kregen dan toch de gevreesde nagelbijter, met een langdurige onzekerheid over de bekrachtiging van de uitslag als een reëel scenario. De eerste reactie van Wall Street kwam bij veel beleggers wat raar over. Chaos in Washington, maar op de beurs van New York was er een uitgesproken positieve reactie. Het vooruitzicht op de combinatie van de gematigde Democraat Joe Biden in het Witte Huis en een Senaat die nipt door de Republikeinen wordt gedomineerd, moet vooral de linkervleugel van de Democraten onder controle houden, zo niet die vleugellam maken. Vandaar de sterke prestatie van big tech (minder vrees voor aanpak van zijn dominante positie) en big pharma (minder vrees voor ingrijpen op geneesmiddelenprijzen). Maar historisch bekeken moeten we toch vaststellen dat de initiële reactie na presidentsverkiezingen geen goede indicatie is voor de prestatie van de beurzen in de vier jaar daarna. Kijk maar naar de beursreactie op de overwinning van Barack Obama in 2008 en 2012. Hij was absoluut niet geliefd bij beleggers, want in 2008 nam de Standard&Poor's500-index (S&P500) na zijn verkiezing een duik van 5 procent. Wereldwijd ging toen zowat 2000 miljard dollar beurswaarde verloren. Een jaar later stond Wall Street 12 procent hoger. Idem in 2012: eerst een daling van 3,6 procent en een jaar later een klim van maar liefst 26 procent. En wat te zeggen over de reactie op de uiterst verrassende zege van Trump tegen Hillary Clinton vier jaar geleden? Wall Street zag de komst van de brutale, onvoorspelbare Trump de eerste uren niet zitten, maar veranderde heel snel en heel grondig van mening. Het beursjaar 2017 was zelfs ronduit fantastisch, in de aanloop naar Trumps forse verlaging van de vennootschapsbelasting. Een positieve of negatieve eerste reactie op een verkiezingsuitslag heeft dus weinig of geen voorspellende waarde.In de 23 verkiezingen sinds 1928 is de S&P500-index zestien keer gedaald als reactie op de uitslag, met een gemiddelde daling van 1,8 procent. Tien van die zestien keer stond de index twaalf maanden later toch substantieel hoger. Beleggers reageren dus impulsief op een uitslag en overschatten doorgaans de impact van de winnaar op de beurs en de economie. Die kans is vandaag nog groter, gezien de cruciale rol die de centrale banken op de financiële markten spelen. Bijna de enige zekerheid die we hebben, is dat verkiezingen en referenda voor volatielere, meer beweeglijke markten zorgen. Als november een verkiezingsmaand is in de Verenigde Staten, ligt de volatiliteit 22 procent hoger dan in niet-verkiezingsjaren.Tot slot, nog een fabel die de wereld uit mag: sinds 1928 bedraagt de gemiddelde beursstijging onder Democratische presidenten 27,7 procent. Nipt beter dan de 27,3 procent onder Republikeinse presidenten. Ook blauw of rood in het Witte Huis maakt dus niet echt het verschil voor de aandelenbelegger.