Dat blijkt uit de Pension Investment Performance Survey (PIPS) van Mercer. De beste resultaten werden behaald in de aandelenmarkten buiten de eurozone, met rendementen van +22.3% (U.S.), +22.7% (Japan) en +26.0% (Emerging).

Het onderzoek van Mercer is gebaseerd op de analyse van een honderdtal actieve fondsen, wat overeenstemt met twee derden van de 150 actieve pensioenfondsen in België.

"In de loop van 2010 hebben de Belgische pensioenfondsen een belangrijk deel van het verlies gerecupereerd dat geleden werd tijdens de periode juli 2007 - maart 2009. De waarde van de fondsen daalde toen met ongeveer 30%. Op basis van de resultaten in 2009 en 2010 zijn we op de goede weg om het niveau van eind juni 2007 opnieuw te evenaren. Maar dat betekent wel dat er toch nog een spurtje van een kleine 10% getrokken moet worden om het verschil goed te maken," zegt Willy Santermans, verantwoordelijke bij Mercer.

Over een periode van meer dan één jaar bekeken, is het nodig een onderscheid te maken tussen het rendement op de middellange en de lange termijn.

Op middellange termijn zijn de rendementen eerder pover. Over vijf jaar bekeken, is er een rendement van slechts +1.1% per jaar. Dat is voornamelijk te wijten aan een desastreus 2008, toen een rendement van -24.7% werd gerealiseerd.

Over een periode van 10 jaar scoort het rendement van +1.6% niet veel beter. Dat is een gevolg van de negatieve cijfers van de jaren 2008, 2002 (-16.1%) en 2001 (-4.9%).

Op de langere termijn, en dat is uiteindelijk toch de duurtijd die overeenstemt met de doelstelling van pensioenfondsen, ziet de situatie er beduidend beter uit.

Over een periode van 15 en 20 jaar behaalden de bedrijfspensioenfondsen een reëel rendement na inflatie van respectievelijk +3.5% en +4.2% per jaar.

Dat blijkt uit de Pension Investment Performance Survey (PIPS) van Mercer. De beste resultaten werden behaald in de aandelenmarkten buiten de eurozone, met rendementen van +22.3% (U.S.), +22.7% (Japan) en +26.0% (Emerging). Het onderzoek van Mercer is gebaseerd op de analyse van een honderdtal actieve fondsen, wat overeenstemt met twee derden van de 150 actieve pensioenfondsen in België. "In de loop van 2010 hebben de Belgische pensioenfondsen een belangrijk deel van het verlies gerecupereerd dat geleden werd tijdens de periode juli 2007 - maart 2009. De waarde van de fondsen daalde toen met ongeveer 30%. Op basis van de resultaten in 2009 en 2010 zijn we op de goede weg om het niveau van eind juni 2007 opnieuw te evenaren. Maar dat betekent wel dat er toch nog een spurtje van een kleine 10% getrokken moet worden om het verschil goed te maken," zegt Willy Santermans, verantwoordelijke bij Mercer. Over een periode van meer dan één jaar bekeken, is het nodig een onderscheid te maken tussen het rendement op de middellange en de lange termijn. Op middellange termijn zijn de rendementen eerder pover. Over vijf jaar bekeken, is er een rendement van slechts +1.1% per jaar. Dat is voornamelijk te wijten aan een desastreus 2008, toen een rendement van -24.7% werd gerealiseerd. Over een periode van 10 jaar scoort het rendement van +1.6% niet veel beter. Dat is een gevolg van de negatieve cijfers van de jaren 2008, 2002 (-16.1%) en 2001 (-4.9%). Op de langere termijn, en dat is uiteindelijk toch de duurtijd die overeenstemt met de doelstelling van pensioenfondsen, ziet de situatie er beduidend beter uit. Over een periode van 15 en 20 jaar behaalden de bedrijfspensioenfondsen een reëel rendement na inflatie van respectievelijk +3.5% en +4.2% per jaar.