Er zijn drie zaken die aandelenkoersen op en neer doen gaan: de evolutie van de winsten en de kasstromen van een bedrijf, het dividend ofwel het deel van de winsten die het uitkeert, en ten slotte de waardering, de prijs die beleggers bereid zijn te betalen voor een aandeel van dat bedrijf. Alle koersbewegingen zijn terug te brengen tot een van die drie zaken.

In 2022 zijn de koersen vooral gedaald. De voornaamste reden daarvoor waren dalende waarderingen. De winst- en kasstroomvooruitzichten van bedrijven zijn het aflopen jaar niet drastisch veranderd - wat niet is kan nog komen - en ook de dividenden zijn redelijk goed op peil gebleven of zelfs gestegen.

De koersdalingen in 2022 zijn in feite een grootschalige herwaardering geweest. Met de stijgende rentes hebben beleggers en masse gezegd: 'Zulke hoge prijzen voor aandelen zijn we niet meer bereid te betalen, nu er dankzij de stijgende rentes opnieuw rendement te vinden is in obligaties en zelfs cash.' De beurscorrectie is dus niet ingegeven door de winst- en kasstroomevolutie bij bedrijven, want die zijn op peil gebleven.

Indexen

Europese aandelenindexen zoals de Bel-20 en de Stoxx Europe 600 hebben doorheen het jaar geen al te felle waarderingsknauw gekregen. Europese bedrijven zijn minder rentegevoelig gebleken dan Amerikaanse. De technologiebeurs Nasdaq heeft de zwaarste waarderingsterugval gezien. In het begin van het jaar noteerden techaandelen nog tegen topkoersen en -waarderingen, met een gemiddelde koers-winstverhouding van 38. Nu betalen beleggers nog 24 keer de winst van de Nasdaq, een daling van 35 procent.

Sectoren

Ook over de sectoren heen zijn de waarderingen fel gezakt wegens de dalende koersen. Een uitzondering is de energiesector. Dat is de enige sector die dit jaar een positief koersrendement neerzette, van maar liefst 34 procent, maar tegelijkertijd een dalende waardering heeft gekend. De winsten van de energiesector zijn met andere woorden nog feller gestegen dan de aandelenkoersen, waardoor energiebedrijven aan het einde van het jaar lager gewaardeerd staan dan aan het begin, ondanks die sterke koersrendementen.

Er zijn drie zaken die aandelenkoersen op en neer doen gaan: de evolutie van de winsten en de kasstromen van een bedrijf, het dividend ofwel het deel van de winsten die het uitkeert, en ten slotte de waardering, de prijs die beleggers bereid zijn te betalen voor een aandeel van dat bedrijf. Alle koersbewegingen zijn terug te brengen tot een van die drie zaken.In 2022 zijn de koersen vooral gedaald. De voornaamste reden daarvoor waren dalende waarderingen. De winst- en kasstroomvooruitzichten van bedrijven zijn het aflopen jaar niet drastisch veranderd - wat niet is kan nog komen - en ook de dividenden zijn redelijk goed op peil gebleven of zelfs gestegen.De koersdalingen in 2022 zijn in feite een grootschalige herwaardering geweest. Met de stijgende rentes hebben beleggers en masse gezegd: 'Zulke hoge prijzen voor aandelen zijn we niet meer bereid te betalen, nu er dankzij de stijgende rentes opnieuw rendement te vinden is in obligaties en zelfs cash.' De beurscorrectie is dus niet ingegeven door de winst- en kasstroomevolutie bij bedrijven, want die zijn op peil gebleven.Europese aandelenindexen zoals de Bel-20 en de Stoxx Europe 600 hebben doorheen het jaar geen al te felle waarderingsknauw gekregen. Europese bedrijven zijn minder rentegevoelig gebleken dan Amerikaanse. De technologiebeurs Nasdaq heeft de zwaarste waarderingsterugval gezien. In het begin van het jaar noteerden techaandelen nog tegen topkoersen en -waarderingen, met een gemiddelde koers-winstverhouding van 38. Nu betalen beleggers nog 24 keer de winst van de Nasdaq, een daling van 35 procent.Ook over de sectoren heen zijn de waarderingen fel gezakt wegens de dalende koersen. Een uitzondering is de energiesector. Dat is de enige sector die dit jaar een positief koersrendement neerzette, van maar liefst 34 procent, maar tegelijkertijd een dalende waardering heeft gekend. De winsten van de energiesector zijn met andere woorden nog feller gestegen dan de aandelenkoersen, waardoor energiebedrijven aan het einde van het jaar lager gewaardeerd staan dan aan het begin, ondanks die sterke koersrendementen.