In 2022 waren de beursresultaten niet alleen verschillend tussen de grote indexen, maar ook tussen de sectoren en de beleggingsfactoren.

Factoren

Een factor is een beleggingsaanpak waarvan wetenschappelijk bewezen is dat die op termijn bovengemiddelde rendementen neerzet. Een voorbeeld is de momentumfactor, die stelt dat aandelen waarvan de koers al een tijdje in een op- of neerwaartse rit zit, in diezelfde richting zullen blijven gaan.

Andere factoren zijn size, quality, volatility en value. Die laatste heeft het er het beste vanaf gebracht dit beursjaar, met een koersverlies van slechts 10 procent. Value- of waardebeleggen heeft in een omgeving van stijgende rentes, zoals nu, als troef dat het inzet op bedrijven die tegen een lage waardering noteren en die vandaag al winsten en kasstromen genereren en niet teren op winstverwachtingen in de toekomst. Ook laagvolatiele aandelen hebben het beter gedaan dan het marktgemiddelde. De tegenpool van value- of waardebeleggen, zijnde groeibeleggen, heeft het slechtst gepresteerd het afgelopen jaar, met een verlies van 30 procent.

Sectoren

Een populaire sector voor groeibeleggers is technologie. Die heeft dit jaar de zwaarste klappen gekregen. De verklaring is eenvoudig: veel technologiebedrijven leven op de belofte om in de, soms verre, toekomst pas winstgevend te zijn. De rentestijgingen in het afgelopen jaar maken dat die toekomstige winsten van techspelers vandaag veel minder waard zijn. Met hogere rentes geldt 'liever een euro vandaag dan anderhalve euro over vijf jaar'.

Verder is te zien dat de van oudsher defensieve sectoren, zoals gezondheidszorg, snelle consumptiegoederen en nutsbedrijven beter bestand zijn gebleken tegen de tumult op de beurzen dan andere sectoren. De absolute uitschieter is de energiesector, die als enige een positief rendement heeft neergezet van 34 procent.

In 2022 waren de beursresultaten niet alleen verschillend tussen de grote indexen, maar ook tussen de sectoren en de beleggingsfactoren.Een factor is een beleggingsaanpak waarvan wetenschappelijk bewezen is dat die op termijn bovengemiddelde rendementen neerzet. Een voorbeeld is de momentumfactor, die stelt dat aandelen waarvan de koers al een tijdje in een op- of neerwaartse rit zit, in diezelfde richting zullen blijven gaan.Andere factoren zijn size, quality, volatility en value. Die laatste heeft het er het beste vanaf gebracht dit beursjaar, met een koersverlies van slechts 10 procent. Value- of waardebeleggen heeft in een omgeving van stijgende rentes, zoals nu, als troef dat het inzet op bedrijven die tegen een lage waardering noteren en die vandaag al winsten en kasstromen genereren en niet teren op winstverwachtingen in de toekomst. Ook laagvolatiele aandelen hebben het beter gedaan dan het marktgemiddelde. De tegenpool van value- of waardebeleggen, zijnde groeibeleggen, heeft het slechtst gepresteerd het afgelopen jaar, met een verlies van 30 procent.Een populaire sector voor groeibeleggers is technologie. Die heeft dit jaar de zwaarste klappen gekregen. De verklaring is eenvoudig: veel technologiebedrijven leven op de belofte om in de, soms verre, toekomst pas winstgevend te zijn. De rentestijgingen in het afgelopen jaar maken dat die toekomstige winsten van techspelers vandaag veel minder waard zijn. Met hogere rentes geldt 'liever een euro vandaag dan anderhalve euro over vijf jaar'.Verder is te zien dat de van oudsher defensieve sectoren, zoals gezondheidszorg, snelle consumptiegoederen en nutsbedrijven beter bestand zijn gebleken tegen de tumult op de beurzen dan andere sectoren. De absolute uitschieter is de energiesector, die als enige een positief rendement heeft neergezet van 34 procent.