Financiële adviseurs slaan hun klanten met dooddoeners om de oren. "Je mag alleen in aandelen beleggen met geld dat je de komende tien jaar niet nodig hebt" is een van die platitudes. "Je mag niet wakker liggen van de verliezen" is een andere. "Hoe ouder je bent, hoe minder je in aandelen mag beleggen." Je zou denken dat op heel jonge leeftijd beleggen in aandelen te verkiezen is boven een pamperrekening.

De generatie van de babyboomers heeft leren sparen met het roze boekje van de ASLK en heeft die spaardrift doorgegeven aan haar kinderen en kleinkinderen. Er is niks mis met sparen, maar misschien wel met het spaarboekje. De schamele spaarrente houdt geen gelijke tred met de inflatie, waardoor de koopkracht van het spaargeld achteruit gaat.

Vanaf 1 december rekent een eerste Belgische private bank haar klanten een 'strafrente' van 0,5 procent aan zodra ze meer dan 5 miljoen euro op een rekening laten.

Beter aandelen dan pamperrekening.

Wie al van bij de geboorte voor zijn of haar kind of kleinkind begint te sparen, heeft per definitie een heel lange beleggingshorizon voor ogen en dan mag er al eens een slecht beursjaar tussen zitten. Elke maand een klein, vast bedrag investeren, verspreid over verschillende aandelen, holdings, trackers of fondsen, is helemaal volgens de regels van de kunst. Die centen moeten het kind pas vele jaren later ondersteunen.

Ouders die een deel van het spaargeld van hun kinderen in aandelen, obligaties of beleggingsfondsen willen investeren, botsen in ons land echter op muren. Wellicht heeft de wetgever het vermogen van kinderen louter willen beschermen tegen grijpgrage handen van ouders of voogden met geldproblemen. In de praktijk is het ook een belemmering voor ouders die het beste met hun kinderen voor hebben. Als je nog niet voor een kind in aandelen mag beleggen, wanneer dan wel?