In navolging van de principes weergegeven in het eerste voorlopige verslag en aldus gebaseerd in het bijzonder op een nooit eerder geziene prospectieve methode die leidt tot een berekening van het theoretische marktaandeel dat de eisers zouden hebben gehad in een perfect competitieve markt, geeft dit tweede verslag aan dat men zou kunnen stellen dat de vermeende impact van de on-net tarieven van Proximus op Mobistar en KPN Group voor de jaren 1999-2004 een waarde van 1.840 miljoen euro kan hebben.

Belgacom onderstreept dat het nog steeds om een voorlopig verslag gaat, dat zij in de komende weken in detail zal analyseren.

Zoals voorzien in de procedure bepaald door de Rechtbank van Koophandel zal Belgacom haar gedetailleerde commentaren en aanmerkingen die over alle aspecten van deze zaak zullen slaan, indienen.

Deze zaak gaat immers niet alleen over het bepalen of er mogelijk schade zou zijn berokkend. Eerst en vooral moet worden nagegaan of het bestaan van de vermeende anticoncurrentiële praktijken kan aangetoond worden.

De experten zullen rekening moeten houden met deze aanmerkingen bij het opstellen van hun definitieve verslag (2de kwartaal 2011).

Het definitieve verslag zal dan door de rechtbank onderzocht worden in het kader van de verdere gerechtelijke procedure. Het zal uiteindelijk aan de rechtbank zijn om te oordelen (i) of er anticoncurrentiële praktijken zijn geweest, (ii) of Belgacom aansprakelijk is voor deze praktijken en (iii) welke mogelijke schadevergoeding betaald moet worden.

Bertrand Kuentzler (ING): "De rechtszaak tegen Belgacom kan jarenlang aanslepen en het valt moeilijk te zeggen hoeveel het bedrijf zal moeten betalen. Ik handhaaf een neutraal advies."

In navolging van de principes weergegeven in het eerste voorlopige verslag en aldus gebaseerd in het bijzonder op een nooit eerder geziene prospectieve methode die leidt tot een berekening van het theoretische marktaandeel dat de eisers zouden hebben gehad in een perfect competitieve markt, geeft dit tweede verslag aan dat men zou kunnen stellen dat de vermeende impact van de on-net tarieven van Proximus op Mobistar en KPN Group voor de jaren 1999-2004 een waarde van 1.840 miljoen euro kan hebben. Belgacom onderstreept dat het nog steeds om een voorlopig verslag gaat, dat zij in de komende weken in detail zal analyseren. Zoals voorzien in de procedure bepaald door de Rechtbank van Koophandel zal Belgacom haar gedetailleerde commentaren en aanmerkingen die over alle aspecten van deze zaak zullen slaan, indienen. Deze zaak gaat immers niet alleen over het bepalen of er mogelijk schade zou zijn berokkend. Eerst en vooral moet worden nagegaan of het bestaan van de vermeende anticoncurrentiële praktijken kan aangetoond worden. De experten zullen rekening moeten houden met deze aanmerkingen bij het opstellen van hun definitieve verslag (2de kwartaal 2011). Het definitieve verslag zal dan door de rechtbank onderzocht worden in het kader van de verdere gerechtelijke procedure. Het zal uiteindelijk aan de rechtbank zijn om te oordelen (i) of er anticoncurrentiële praktijken zijn geweest, (ii) of Belgacom aansprakelijk is voor deze praktijken en (iii) welke mogelijke schadevergoeding betaald moet worden. Bertrand Kuentzler (ING): "De rechtszaak tegen Belgacom kan jarenlang aanslepen en het valt moeilijk te zeggen hoeveel het bedrijf zal moeten betalen. Ik handhaaf een neutraal advies."