Scott Minderd van Guggenheim verwijst in dat verband naar de correlatie tussen de returns van de S&P 500 en de Citigroup Economic Surprise Index. Die index, berekend over een periode van 52 weken, is namelijk gedaald van 0,45 positief naar 0,13 negatief.

Een negatieve stand van de index betekent dat zwakke macro-economische cijfers de beurskoersen hoger kunnen duwen, terwijl sterke cijfers daarentegen een correctie kunnen uitlokken. Het spreekt voor zichzelf dat eigenlijk het omgekeerde logisch zou zijn, maar dat dit niet (meer) het geval is mag op rekening van Bernanke worden geschreven.

Scott Minderd van Guggenheim verwijst in dat verband naar de correlatie tussen de returns van de S&P 500 en de Citigroup Economic Surprise Index. Die index, berekend over een periode van 52 weken, is namelijk gedaald van 0,45 positief naar 0,13 negatief. Een negatieve stand van de index betekent dat zwakke macro-economische cijfers de beurskoersen hoger kunnen duwen, terwijl sterke cijfers daarentegen een correctie kunnen uitlokken. Het spreekt voor zichzelf dat eigenlijk het omgekeerde logisch zou zijn, maar dat dit niet (meer) het geval is mag op rekening van Bernanke worden geschreven.