De rente op overheidspapier staat al een tijdje onder druk. Ruim een jaar geleden stond de Belgische langetermijnrente nog op 1 procent - wat toen ook al historisch laag was - en sindsdien ging ze alleen maar verder naar beneden, bovendien in een razendsnel tempo. Begin juni werd de grens van 0,2 procent gesloopt, halfweg juni die van 0,1 procent en amper veertien dagen later moest ook de 0,05-grens eraan geloven. Maandagnamiddag daalde de Belgische langetermijnrente tot 0,029 procent.

Volgens Alexandre De Groote van beurshuis Petercam is de plotse daling maandagmiddag waarschijnlijk het gevolg van verklaringen van de Nederlandse bankgouverneur Klaas Knot en zijn Spaanse collega Pablo Hernandez de Cos op een conferentie in Helsinki. Beiden gaven daar toe dat de inflatie in de eurozone nog veel te laag is. De doelstelling van 1,6 procent tegen 2021 is nog verre van bereikt, luidde het.

'Daarmee creëren ze de verwachting dat de Europese Centrale Bank haar monetair beleid verder zal moeten versoepelen, zoals ook voorzitter Mario Draghi eerder al liet uitschijnen', zegt De Groote. 'Als zelfs Knot dit zegt, die toch beschouwd wordt als 'een havik' binnen de ECB, betekent dat er bijna alleen nog 'duiven' overblijven.' De Petercam-analist wijst er ook op dat de neerwaartse rentebeweging maandag zich uitsluitend in de eurozone voordoet. 'Alle eurolanden zien dit fenomeen, wat betekent dat de spreads (het renteverschil met referentie Duitsland, red.) nagenoeg ongewijzigd blijven', luidt het.

De huidige extreem lage rente is alvast goed nieuws voor wie leent. Zo vormt de Belgische rentevoet (OLO) op tien jaar de basis waarop banken de rente van de hypothecaire leningen berekenen. Maar een lagere rente is ook goed nieuws voor de staatskas, die geconfronteerd wordt met lagere rentelasten. Het Agentschap voor de Schuld wil dit jaar zowat 30 miljard euro herfinancieren, via de uitgifte van schuldpapier.